Centraal stond de vraag of een insolventieadviseur de Belastingdienst kon aanspreken wegens belastingvorderingen die in een faillissement waren ingediend, terwijl de onderliggende belastingaanslagen al onherroepelijk vaststonden. Staat de formele rechtskracht van die aanslagen aan een inhoudelijke beoordeling in de weg? En zo niet, moet de burgerlijke rechter dan volledig of slechts marginaal toetsen?
Drie situaties
De Hoge Raad onderscheidt drie gevallen waarin een derde de materiële verschuldigdheid van een belastingschuld aan de orde kan stellen.
1. De Ontvanger stelt een derde aansprakelijk
Wanneer de Ontvanger een derde aansprakelijk stelt voor een belastingschuld van een ander, moet die derde de mogelijkheid hebben de belastingschuld inhoudelijk te betwisten als voor hem geen adequate bestuursrechtelijke rechtsgang openstond. De formele rechtskracht van de aanslag staat daaraan niet in de weg.
2. Ontvanger en derde concurreren als schuldeiser
Ook wanneer zowel de Ontvanger als een derde verhaal zoeken op dezelfde schuldenaar, mag die derde de fiscale vordering inhoudelijk bestrijden. Opvallend is dat de Hoge Raad hiermee terugkomt van zijn eerdere oordeel in het arrest Dumatrust/Ontvanger. Ook hier is dus ruimte voor een volledige toets van de materiële belastingschuld.
3. Curator spreekt derde aan voor schade aan de boedel
In de voorliggende zaak ging het om een derde situatie. De curator stelde de insolventieadviseur aansprakelijk voor schade aan de gezamenlijke schuldeisers, waarbij de belastingvorderingen onderdeel vormden van de schade.
Volgens de Hoge Raad moet de adviseur zijn bezwaren in de eerste plaats richten tegen de curator. Daarbij kan worden aangevoerd dat de curator of de failliete vennootschap de belastingvorderingen onvoldoende heeft bestreden.
Daarnaast kan sprake zijn van onrechtmatig handelen door de Ontvanger. De Hoge Raad legt de lat daarvoor echter hoog. Niet voldoende is dat achteraf blijkt dat een belastingvordering geheel of gedeeltelijk ongegrond was. Anders dan in de eerste twee situaties geldt hier slechts een marginale toets. Alleen wanneer de Ontvanger onder de gegeven omstandigheden niet redelijkerwijs tot indiening of handhaving van de vordering had kunnen komen, kan sprake zijn van onrechtmatig handelen.
Voor de praktijk betekent dit dat accountants en adviseurs die indirect worden geconfronteerd met fiscale claims aanzienlijk minder mogelijkheden hebben om de onderliggende belastingaanslagen alsnog inhoudelijk aan te vechten. Het arrest is hier te vinden: ECLI:NL:HR:2026:817, Hoge Raad, 24/02066
Derk van Geel is advocaat/partner Insolventie & Herstructurering act legal
