Dat oordeelt de rechtbank Noord-Holland in een uitspraak waarin de curator vergeefs probeerde de bestuurder aansprakelijk te houden voor het volledige faillissementstekort van een schoonmaakbedrijf. Wel moet de bestuurder ruim 74.000 euro aan de boedel terugbetalen wegens onrechtmatige betalingen aan zichzelf en een gelieerde vennootschap en een openstaande rekening-courantschuld.
De bestuurder was enig aandeelhouder en bestuurder van een schoonmaakbedrijf dat voornamelijk actief was in de hotelbranche. Nadat pensioenfondsen wegens onbetaalde pensioenpremies het faillissement hadden aangevraagd, werd de vennootschap in augustus 2024 failliet verklaard. De curator stelde vervolgens dat de bestuurder zijn administratieplicht had geschonden en zonder rechtsgrond geld aan de onderneming had onttrokken.
Online administratie in Exact
Volgens de curator had de bestuurder ondanks herhaalde verzoeken geen administratie overgelegd, zodat sprake was van een schending van artikel 2:10 BW. Tijdens de procedure bleek echter dat de administratie digitaal werd bijgehouden in Exact Online. De bestuurder had Exact in februari 2025 gevraagd de curator toegang tot de administratie te geven. Exact wilde de curator daarvoor een eigen account verstrekken, maar de curator wees dat af. Hij vond dat de bestuurder zelf de administratie moest veiligstellen en aanleveren. Uiteindelijk kreeg een administratiekantoor namens de bestuurder toegang tot de online administratie, waarna vlak voor de mondelinge behandeling alsnog financiële stukken aan de curator werden verstrekt.
Administratieplicht
De rechtbank stelt voorop dat een bestuurder de administratie van een vennootschap zodanig moet voeren en bewaren dat de rechten en verplichtingen van de vennootschap te allen tijde kunnen worden gekend. Als het bestuur niet voldoet aan die administratieverplichting, heeft het zijn taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement.
De rechtbank is van oordeel dat de curator in dit geval onvoldoende heeft gesteld voor de conclusie dat de bestuurder geen administratie heeft bijgehouden als bedoeld in artikel 2:10 BW. Daarmee staat niet vast dat hij om die reden zijn taak als bestuurder onbehoorlijk heeft vervuld.
Daarbij is van belang dat de bestuurder stelt dat hij de administratie heeft bijgehouden, of door zijn (voormalige) boekhouder heeft laten bijhouden, in het online boekhoudprogramma Exact. De curator stelt op zichzelf terecht dat de bestuurder verplicht is om de administratie van het bedrijf aan hem over te dragen. “Zo nodig stelt de (bestuurder van de) gefailleerde de curator alle middelen ter beschikking om de inhoud binnen redelijke termijn leesbaar te maken. Dat betekent in dit geval dat [gedaagde] de inloggegevens van Exact aan de curator ter beschikking moet stellen, zodat de curator van de online administratie van [bedrijf 1] kennis kan nemen (en daarvan zo nodig een kopie kan (laten) maken). [gedaagde] heeft daaraan (uiteindelijk) voldaan door in februari 2025 aan Exact te vragen aan de curator toegang te verlenen tot (de administratie van [bedrijf 1] in) Exact Online.”
De curator heeft vervolgens zijn eigen verantwoordelijkheid om (een selectie van) de administratie onder zich te nemen, overweegt de rechtbank. “Als sprake is van een digitale administratie zal de curator die moeten veiligstellen, bijvoorbeeld door het (laten) maken van een (digitale) kopie, ook als die administratie zich in de cloud bevindt. Als de toegang tot de digitale administratie bij een externe provider is afgesloten, heeft de curator de bevoegdheid om een heraansluiting te realiseren, of zo nodig de overeenkomst met de provider (ten laste van de boedel) gestand te doen. Nadat [gedaagde] Exact had gevraagd om de curator toegang te verlenen tot de online administratie, heeft de curator in een bericht aan Exact de toegang tot de digitale administratie op zijn eigen naam geweigerd. Volgens de curator diende Exact toegang te verlenen aan [gedaagde] als bestuurder en niet aan hem als curator, omdat op [gedaagde] als bestuurder de administratie- en bewaarplicht rust. In plaats van de digitale administratie veilig te stellen, heeft de curator Exact – tegen het eigen beleid van Exact in – opdracht gegeven om [gedaagde] toegang te geven tot de online administratie en [gedaagde] vervolgens opdracht gegeven om (een kopie van) die administratie aan hem te overhandigen.”
De curator verwart hier volgens de rechtbank de administratieplicht, die inderdaad (enkel) op de bestuurder rust, met de verplichting om die administratie voor de curator toegankelijk te maken. “Als de bestuurder toegang heeft verleend tot de online administratie, rust vervolgens op de curator de verplichting die administratie veilig te stellen (desgewenst met hulp van een deskundige). De curator had zelf toegang tot de volledige administratie kunnen krijgen doordat Exact bereid was de licentie voor de online administratie voor een periode van twee maanden kosteloos opnieuw te activeren en de curator toegang te verlenen (volgens haar ‘curatorprocedure’), om in die periode de administratie veilig te kunnen stellen. De curator kan daarom niet volstaan met de stelling dat [gedaagde] niet heeft voldaan aan zijn administratieverplichting omdat hij zelf geen kopie van de online administratie aan de curator heeft verstrekt. Pas nadat de curator de online administratie, waarvoor [gedaagde] hem toegang heeft geboden, heeft onderzocht, kan hij concluderen of [gedaagde] als bestuurder heeft voldaan aan zijn verplichtingen op grond van artikel 2:10 BW.”
Uit het voorgaande volgt naar het oordeel van de rechtbank dat niet is komen vast te staan dat de bestuurder van het bedrijf niet heeft voldaan aan zijn verplichtingen uit artikel 2:10 BW. Dat betekent dat ook niet is komen vast te staan dat hij om die reden zijn taak als bestuurder onbehoorlijk heeft vervuld. Het wettelijk bewijsvermoeden, waar de curator zich op beroept, dat de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement van het bedrijf, gaat daarom niet op. Het eerste verwijt van de curator aan de bestuurder slaagt dus niet.
Geen aansprakelijkheid voor faillissementstekort
Ook de overige verwijten waren onvoldoende om de bestuurder aansprakelijk te houden voor het boedeltekort. De curator stelde onder meer dat de bestuurder zonder rechtsgrond geld had onttrokken, derden had laten doorwerken terwijl hij wist dat zij niet betaald zouden worden en omvangrijke rekening-courantleningen had verstrekt aan zichzelf en gelieerde vennootschappen.
De rechtbank oordeelt dat de curator onvoldoende heeft onderbouwd dat deze gedragingen het faillissement hebben veroorzaakt. De gestelde onttrekkingen vonden bovendien plaats nadat het faillissement al was aangevraagd. Ook uit de jaarrekening bleek zonder nadere toelichting niet dat de rekening-courantvorderingen ertoe hadden geleid dat de onderneming haar verplichtingen niet meer kon nakomen. Daarom wees de rechtbank ook de subsidiaire vorderingen op grond van artikel 2:9 BW en artikel 6:162 BW af.
Wel ernstig verwijt voor betalingen aan zichzelf
Anders oordeelde de rechtbank over de betalingen die de bestuurder na de faillissementsaanvraag zonder rechtsgrond had verricht. Tussen 4 mei en 11 augustus 2024 maakte hij 4.310 euro vanuit de failliete vennootschap naar zichzelf over. Daarnaast betaalde hij tussen 12 juli en 13 augustus 2024 zonder rechtsgrond 11.130 euro aan een gelieerde vennootschap waarvan hij eveneens bestuurder en aandeelhouder was.
De curator had deze betalingen aangemerkt als onrechtmatige selectieve betalingen. De rechtbank volgt dat niet, omdat geen sprake was van betalingen aan schuldeisers. Voor beide betalingen ontbrak immers iedere rechtsgrond, zodat het leerstuk van selectieve betalingen niet van toepassing was.
Dat betekende echter niet dat de bestuurder vrijuit ging. Voor geen van beide betalingen gaf hij een geldige verklaring. Dat hij wegens ziekte niet kon werken en geld nodig had voor zijn levensonderhoud vormde volgens de rechtbank geen rechtsgrond voor de overboekingen aan zichzelf. Door zichzelf en zijn eigen vennootschap te bevoordelen terwijl hij wist dat het faillissement was aangevraagd, benadeelde hij de gezamenlijke schuldeisers. Daarvan kan hem als bestuurder een ernstig verwijt worden gemaakt. De bestuurder moet daarom 15.440 euro aan de boedel vergoeden, vermeerderd met wettelijke rente.
Daarnaast stond vast dat de bestuurder nog een rekening-courantschuld van 59.118 euro aan de failliete vennootschap had. Ook dat bedrag moet hij aan de boedel terugbetalen.
Hoewel het verzet van de bestuurder grotendeels slaagde en het eerdere verstekvonnis grotendeels werd vernietigd, bleef hij wel veroordeeld in zowel de proceskosten van de verstekprocedure als die van het verzet. Volgens de rechtbank was dat gerechtvaardigd omdat de bestuurder pas na het uitbrengen van de dagvaarding duidelijk had gemaakt dat de administratie zich in Exact Online bevond en de curator toegang had verschaft.
