• Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
  • Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
Fiscaal Vanmorgen

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
Home » Recht op compensatie van de pensioenpremie voor uitzendkracht

Recht op compensatie van de pensioenpremie voor uitzendkracht

Nieuws

Een werkgever moet elk jaar controleren in hoeverre er wel of geen sprake is van een compensatie van pensioenpremie aan de uitzendkrachten.  

18 maart 2026 door Fiscaal Vanmorgen

Dit artikel is een vervolg op dit eerder gepubliceerde artikel en is tot stand gekomen na overleg met de juridische afdeling van de ABU en NBBU. Na dit overleg is er meer duidelijkheid gekomen over het berekenen van het premiepercentage in de verzekerde pensioenregeling. 

Cao voor uitzendkrachten

De nieuwe cao voor uitzendkrachten is op 1 januari 2026 ingegaan: uitzendkrachten hebben nu recht op een gelijkwaardige beloning. Het gaat hierbij om minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden (ook pensioen!) als een vaste medewerker bij de opdrachtgever (inlener) heeft. Hierbij moet het uiteraard gaan om een vergelijkbare functie. Dit alles komt voort uit een uitspraak van de Hoge Raad. 

StiPP-pensioenregeling 

De pensioenregeling voor uitzendkrachten is ondergebracht bij Stichting Pensioenfonds voor Personeelsdiensten (StiPP). De pensioenregeling voor uitzendkrachten heeft met ingang van 1 januari 2026 een belangrijke wijziging ondergaan. In de cao voor uitzendkrachten is opgenomen dat er vanaf deze datum een verbeterde pensioenregeling zal gelden voor de uitzendkrachten. Op hoofdlijnen komt deze pensioenregeling er als volgt uit te zien. 

Kenmerk StiPP-pensioenregeling 
Karakter Flexibele premieregeling 
Toetredingsleeftijd 18 jaar 
Pensioenrichtleeftijd AOW-gerechtigde leeftijd 
Pensioengevend salaris Conform huidige definitie pensioengevend salaris StiPP: loon voor de werknemersverzekeringen. Hiervan is altijd uitgezonderd de bijtelling als gevolg van het privégebruik van een zakelijke auto;  werknemersaandeel in de premie voor de pensioenregeling;  loon dat is uitgeruild voor vrije vergoedingen of vrije verstrekkingen in verband met extraterritoriale kosten. 
Franchise Uurfranchise  Gebaseerd op bedrag in artikel 10aa lid 1 UBLB, horend bij een premiepercentage van meer dan 27,216% maar niet meer dan 28,608%, gerelateerd aan een 36-urige werkweek, in 2026 is dit gelijk aan € 9,24 per uur. 
Maximum pensioengevend salaris Maximaal pensioengevend uurloon Gebaseerd op maximale SV-jaarloon en 36-urige werkweek, in 2026 is dit gelijk aan € 42,42 per uur.  
Premie  
Brutopremie 23,4% van de pensioengrondslag 
Verhouding werkgever/werknemer 15,9% werkgever, 7,5% werknemer (beide als percentage van de pensioengrondslag). 
Nettopremie voor ouderdoms- en partnerpensioen vanaf pensioendatum Minimaal 20% van de pensioengrondslag. 
Verschil tussen bruto- en netto-premie (‘premieruimte’) Maximaal 3,4% van de pensioengrondslag, beschikbaar voor risicodekking nabestaandenpensioen voor de pensioendatum, premievrijstelling bij  arbeidsongeschiktheid, uitvoeringskosten, operationele reserve en verplichte buffervorming (MVEV). 
Partnerpensioen Verwachting is minimaal 30% van het gemiddelde laatste verdiende salaris over 12 maanden. 

Aandachtspunten 

Waar moet je als opdrachtgever/inlener nu op letten als het gaat om de pensioenregeling in verband met de gelijke beloning voor de uitzendkrachten? Het gaat hier in het bijzonder om artikel 46 (Pensioen en gelijkwaardigheid) van de cao ABU/NBBU. Wat staat hier nu in vermeld? 

Met andere woorden: bedraagt de werkgeverspremie van de eigen pensioenregeling van de inlener meer dan de werkgeversbijdrage ten opzichte van de StiPP-pensioenregeling, dan heeft de uitzendkracht recht op een compensatie. 

Voorbeelden 

Hieronder enkele voorbeelden om te laten zien hoe dit in de praktijk uitwerkt. Voor de eenvoud wordt uitgegaan van een gelijke pensioengrondslag (pensioenregeling werkgever versus pensioenregeling StiPP). 

Voorbeeld 1

Een werkgever die nu nog een progressieve premiestaffel heeft, waarbij de werkgever onderstaande premiepercentages betaalt van de pensioengrondslag (berekening op basis van art. 46.3). 

Berekening premiepercentage van de werkgever gaat als volgt: 

(2 x 1,60) + (5 x 2,30) + (5 x 3,40) … + (3x 28,50) = 556,20% 

Totaal aantal leeftijdscategorieën is 50 

Premiepercentage = 556,20% / 50 =  11,124%. 

Overige premies voor de werkgever die we moeten meenemen zijn alle hierboven vermelden premies en kosten met uitzondering van het nabestaandenoverbruggingspensioen en de beheersvergoeding. 

Totaal is dit € 18.403,32. Dit bedrag moeten we dan omslaan in een percentage van de totale pensioengrondslag. 

(€ 1.108.071,43 / € 18.403,32) = 1,661%. 

Totaal premiepercentage voor de werkgever is dan 12,785%. 

Conclusie: dit is lager dan de 15,9% bij StiPP, dus geen compensatie noodzakelijk. 

Voorbeeld 2

De Wet toekomst pensioenen verplicht de werkgever om de in de toekomst voor nieuwe werknemers over te gaan naar een flatrate. In deze situatie kiest de werkgever voor de volgende pensioenregeling.  

De werkgever gaat de pensioenregeling wijzigen naar de fiscale eisen van de nieuwe pensioenwet en besluit een flatrate te introduceren van 15% zonder werknemersbijdrage voor nieuwe werknemers. De werknemers die op transitiedatum al in dienst zijn behouden de progressieve premiestaffel op basis van eerbiedigende werking. 

Werkgeverspremiepercentage 

Op welke wijze moet je dan het werkgeverspremiepercentage berekenen nu er twee beschikbare premieregelingen zijn? 

Voor uitzendkrachten die voor de transitiedatum al werkzaam waren bij de inlener moet je het gemiddelde werkgeverspercentage hanteren (zie hiervoor) en voor uitzendkrachten die na de transitiedatum ter beschikking worden gesteld aan deze inlener hanteer je de flatrate. Alleen op die manier kun je eigenlijk de gelijkwaardigheid ten opzichte van de medewerker in dienst van de inlener in gelijk(waardig)e functie waarborgen. 

Een werkgever met een verplichte deelname bij bedrijfstakpensioenfonds Zorg en Welzijn (PFZW). De premie voor de werkgever bedraagt 12,9%. De franchise bedraagt € 17.283. Er geldt een maximum pensioengevend salaris van € 137.800. Bij een pensioengevend salaris tot het maximum SV-loon zal er doorgaans geen sprake zijn van een compensatie aan de uitzendkracht aangezien de premie-inleg bij het StiPP pensioen hoger is dan bij PFZW.

Het probleem doet zich wel voor als de uitzendkracht een inkomen heeft dat uitkomt boven het maximum SV-loon. Bij PFZW is namelijk het wettelijk maximum pensioengevend salaris (€ 137.800 voor 2026) van toepassing. De werkgever betaalt dan voor deze ‘vaste’ werknemer met een gelijkwaardige functie een hogere pensioenbijdrage dan aan de uitzendkracht, waardoor een compensatie noodzakelijk is. 

Voorbeeld 3

Een werkgever met een verplichte deelname bij bedrijfstakpensioenfonds voor het Goederenvervoer.

De premie voor de werkgever bedraagt 19,84%. De franchise bedraagt € 17.283. Er geldt een maximum pensioengevend salaris van € 79.409. 

=> De werkgeverspremie bij Bpf Vervoer is hoger dan bij StiPP waardoor de uitzendkracht recht heeft op een compensatie. 

Hoe bereken je de compensatie?

(werkgeverspremie Bpf Vervoer -/- werkgeverspremie StiPP) * 0,853.

De 0,853 is de correctiefactor voor 2026. 

Samenvattend 

Een werkgever moet jaarlijks controleren in hoeverre er wel of geen sprake is van een compensatie aan de uitzendkrachten. In feite moet het uitzendbureau aan de uitzendkracht een extra compensatie verstrekken (veelal zal dit gebeuren in de vorm van een salaris), maar naar alle waarschijnlijkheid zal het uitzendbureau deze extra kosten verhalen op de inlener. Jaarlijks kunnen de uitgangspunten in de pensioenregeling wijzigen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het maximum pensioengevend salaris, de franchise of de pensioenpremie. Ook kan de correctiefactor wijzigen vanuit de cao waardoor een andere compensatie aan de orde kan zijn. Het is aan beide partijen om hier jaarlijks met elkaar in overleg te treden. 

Ron Mulder MPLA is pensioenadviseur bij Alpina en als docent verbonden aan MOC Uitgevers. 

Categorie: Nieuws Tags: pensioenpremie, uitzendkrachten

Tags: pensioenpremie, uitzendkrachten

Gerelateerde artikelen

17 juni 2026

Hof: werkers Temper zijn wel degelijk uitzendkrachten

17 april 2026

Albert Heijn moet medewerker in vaste dienst nemen na jarenlange uitzendconstructie

13 november 2025

Btw op pensioenpremies? Heijnen negeert nieuwe gerechtelijke uitspraken

28 oktober 2024

In trustfonds Bermuda gestorte werkgeversbijdrage behoort tot fiscaal loon

Docenten

Daan van Antwerpen
Herman van Kesteren
René van der Paardt
Ludo Mennes
Tim van Wordragen
Ron Mulder
Bart Koreman
Rob van Oosterhout
Michiel Pouwels
Chanien Engelbertink
Matthijs van Keulen
Hans Tabak
Bram Lemmens
Jan van Wijngaarden
Jan Mooren
Tom Berkhout
Ewoud de Ruiter
Albert Heeling
Imke Bos
Peter Kerkhof
Pieter Kok
Chris Dijkstra
Patrick Wille
Almer de Beer
Almer de Beer
Willem Veldhuizen
Joost Severs
jan wietsma
Jan Wietsma
Olga Jansen
Derwish Rosalia
Jurriën van der Heijden
Rakesh Ghirah
Jasper van den Bergen
Erik van Toledo
Aimée van der Paardt
Hans Geuns
Martin de Graaf
Mike Wong
Martine Cranendonk
Ognjen Soldat
Barry Willemsen
Debby Kettler
Debby Kettler
Bernard Schols
Arnaud Booij
Winfred Merkus
Marja van den Oetelaar
Casper Mons
Teunis van den Berg
Martijn Bedaux
Kees Beishuizen
Léon de Jager
Guney Bagislayici
Kirsten Kievit
Rohalt Janssens
Roger van de Berg
Joep Swinkels
Alex Schrijver
Bob de Koning
Kirsten Roskam
Heleen Elbert
Koert van Loon
Edwin de Witte
John Bult
Bob van Leeuwen
Jeroen Knol
Audrey Brunings
Wilbert Nieuwenhuizen
Martijn Paping
Martijn Paping
Hanneke Kroonenberg

Blogs

  • Verlegging van invoer-btw in Nederland: van vooruitstrevend naar achter de feiten aan lopen 8 weergaven
  • Notaris kon btw op kosten niet volledig aftrekken! 8 weergaven
  • OSS en de USA ondernemer: de O staat voor onmogelijk 7 weergaven
  • Goede doelen en btw; 5 tips waar je als goed doel aan moet denken 6 weergaven

Fiscaal Vanmorgen (FV) is het platform voor belastingadviseurs, fiscalisten, accountants en iedereen die geïnteresseerd is in fiscale opleidingen en fiscaal nieuws.

Fiscaal Vanmorgen is een uitgave van MOCuitgevers Vanmorgen.

 

Categorie

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière

Info

  • Over ons
  • Contact
  • Algemene voorwaarden MOCuitgevers Vanmorgen
  • Annuleringsvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
Cookies
Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt Fiscaal Vanmorgen gebruik van cookies.
  • Ik ga akkoord
  • Instellingen
  • Functionele cookies zijn noodzakelijk voor de werking van deze website
  • We gebruiken Google Analytics, netjes geanonimiseerd
  • Annuleren
  • Ik ga akkoord

Instellingen