Een kantoor- en magazijninrichter was vaste leverancier van een gemeente. Daar kreeg zij te maken met een hoofd interne diensten die zijn positie misbruikte door privé-aankopen via leveranciers te laten factureren. Hij verzocht de leveranciers om facturen ten aanzien van de levering van bepaalde goederen of diensten aan de kantoor- en magazijninrichter te sturen. De ambtenaar kreeg voor elkaar dat het bedrijf de factuur betaalde en een nieuwe factuur op te maken met een winstopslag en deze aan de gemeente te factureren. Voor deze factuur aan de gemeente verstrekte het hoofd interne dienst een opdrachtbevestiging. Ook gaf hij aan welke algemene beschrijving op de factuur moest worden staan. In totaal vloeide er zo 862.000 euro naar de corrupte ambtenaar.
24 maanden cel
De gemeente deed op 23 december 2016 aangifte van (onder meer) oplichting. Daarnaast liet de gemeente door een bureau onderzoek verrichten naar de handelwijze van de ambtenaar. Rechtbank Oost-Brabant veroordeelde de man op 5 april 2019 wegens oplichting, valsheid in geschrift, opzettelijk gebruik maken van een vervalst geschrift, (gewoonte) witwassen en diefstal. Hij kreeg 24 maanden cel waarvan 6 maanden voorwaardelijk en moest ruim 3 ton schadevergoeding betalen.
Onterechte btw-aftrek
Maar ook de ondernemer ging niet vrijuit. Bij haar werd een boekenonderzoek ingesteld naar onder andere de aangiften omzetbelasting voor de tijdvakken in 2013 tot en met 2016. Zij kreeg een naheffingsaanslag van bijna 140.000 euro, de waarde van de btw die zij onterecht had afgetrokken, waartegen ze tevergeefs bezwaar maakte. Ze vond dat haar btw-aftrek rechtmatig was geweest. De rechtbank oordeelde echter dat de ondernemer niet als afnemer kon worden aangemerkt, omdat zij geen rol speelde bij het tot stand komen van de leveringen. De goederen en diensten werden feitelijk besteld door de frauderende ambtenaar, die ook het contact met leveranciers onderhield. De ondernemer kwam pas in beeld bij de betaling en doorfacturering.
Commissionair?
In hoger beroep voerde de ondernemer opnieuw aan dat zij wél als afnemer van de prestaties moest worden gezien. Volgens haar trad zij op als commissionair: zij handelde op eigen naam, maar voor rekening van de gemeente. Daarom zou zij recht hebben op aftrek van de btw op de ingekochte facturen. Subsidiair stelde zij dat de door leveranciers gefactureerde btw hoe dan ook verschuldigd was en dus aftrekbaar bleef.
Het hof gaat daar niet in mee. Volgens de rechters was niet de ondernemer, maar de frauderende ambtenaar de feitelijke afnemer van de goederen en diensten. De ondernemer was slechts betrokken bij de betaling en doorfacturering, en speelde geen rol bij het tot stand komen van de leveringen. Daarmee ontbreekt het recht op aftrek van voorbelasting.
Geen aftrek, wel afdracht
Tegelijkertijd blijft de btw die de ondernemer zelf aan de gemeente factureerde wél verschuldigd. Omdat die facturen niet op reële prestaties waren gebaseerd, geldt de zogenoemde ‘factuur-btw’ van artikel 37 Wet OB: wie btw vermeldt op een factuur, moet die afdragen. Een verzoek om die btw te herzien strandde. Volgens het hof zou teruggaaf leiden tot ongerechtvaardigde verrijking, omdat de ondernemer de btw dan als opbrengst zou behouden.
Lees hier de uitspraak.
