Volgens de AFM gaat het om huishoudens tussen de 35 en 67 jaar die nog niet met pensioen zijn. Zij hebben meer liquide vermogen dan de Nibud-referentiebuffer voorschrijft, maar bouwen in de eerste en tweede pensioenpijler onvoldoende pensioen op om hun huidige levensstandaard na pensionering te kunnen voortzetten. De toezichthouder benadrukt dat het onderzoek geen uitspraak doet over de totale toereikendheid van Nederlandse pensioenen. De pensioenopbouw is gebruikt als indicatie voor de financiële positie op langere termijn.
Niet beleggen, wel financiële ruimte
In totaal zijn er ongeveer 2,6 miljoen huishoudens die niet beleggen, terwijl zij daar volgens de AFM wel voldoende financiële ruimte voor hebben. Een groot deel daarvan is al met pensioen, waardoor de beleggingshorizon beperkter is. Bij de groep van ruim 800.000 huishoudens ziet de toezichthouder echter een mogelijke kwetsbaarheid op langere termijn. Voor de helft van deze groep gaat het om meer dan €30.000 aan liquide vermogen boven de Nibud-buffer. Gezamenlijk gaat het om ongeveer €50 miljard.
De AFM stelt dat het voor deze huishoudens raadzaam kan zijn om het beschikbare vermogen meer te laten renderen. Dat hoeft niet uitsluitend via beleggen in box 3 te gebeuren. Ook extra pensioenopbouw via de tweede of derde pijler kan een manier zijn om vermogen beter te benutten. Tegelijk waarschuwt de toezichthouder dat extra rendement niet in alle gevallen voldoende zal zijn om een mogelijk pensioentekort volledig te dichten.
Gebrek aan kennis
Gebrek aan kennis is de meest genoemde reden om niet te beleggen. Daarnaast vinden veel niet-beleggers de risico’s te groot of hebben zij simpelweg geen interesse. Opvallend is dat een deel van de huishoudens aangeeft geen geld te hebben om te beleggen, terwijl zij volgens de gehanteerde definitie wel vermogen boven de Nibud-buffer hebben. Volgens de AFM kunnen percepties over benodigde kennis, risico’s en beschikbaar geld een drempel vormen om te beginnen met vermogensopbouw.
De studie sluit aan bij de bredere Europese wens om spaargeld van huishoudens meer richting kapitaalmarkten te laten stromen. Geld dat nu op bank- en spaarrekeningen staat, kan via beleggingen worden ingezet voor financiering van bedrijven en innovatie. De AFM benadrukt daarbij dat beleggersbescherming voorop moet blijven staan. Beleggen moet volgens de toezichthouder verstandig gebeuren: met geld dat langere tijd gemist kan worden, gespreid, niet alles in één keer en met oog voor kosten.
