Met de Wet Platformwerk implementeert het kabinet de Europese richtlijn die zorgt voor een gelijker speelveld voor digitale arbeidsplatformen in Europa en mensen die via een digitaal platform werken een betere positie biedt. Zo wordt vastgelegd dat alleen mensen belangrijke beslissingen kunnen nemen, zoals ontslag of schorsing.
Platformwerkers kunnen met de invoering van de wet het platformbedrijf verplichten om inzicht te geven in de beslissingen van de algoritmes. Ook moeten platformwerkers en hun vertegenwoordigers geïnformeerd worden als de werking van het algoritme verandert.
Beroep op rechtsvermoeden
Ook kunnen mensen die via een platform werken (zoals chauffeur of maaltijdbezorger) een beroep doen op het rechtsvermoeden als zij vinden dat ze werknemer zijn. Als platformwerkers vinden dat ze werknemer zijn én aan twee van vijf criteria voldoen, kunnen ze daar succesvol een beroep op doen. Daarvoor telt onder andere mee of het platform de hoogte van de vergoeding bepaalt of beïnvloedt. Ook is het bijvoorbeeld de vraag of het digitale arbeidsplatform de verdeling of toewijzing van opdrachten bepaalt. Als iemand succesvol een beroep op het rechtsvermoeden doet, is het aan het platformbedrijf om te bewijzen dat géén sprake is van een arbeidsovereenkomst.
Het concept-wetsvoorstel ligt nu ter inzage; reageren is mogelijk tot en met 24 augustus.
Modernisering concurrentiebeding
Minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft daarnaast het Wetsvoorstel modernisering concurrentiebeding naar de Raad van State gestuurd. Daarmee moet het voor werknemers makkelijker worden om van baan te wisselen. “Dit wordt nu te veel beperkt doordat te veel werknemers een concurrentiebeding hebben. Ook voor werkgevers is het daardoor moeilijker om personeel aan te trekken.”
Een belangrijke maatregel in het wetsvoorstel is dat de werkgever voortaan een vergoeding moet betalen aan de werknemer als hij een beroep doet op het concurrentiebeding. Bovendien mag het beding maximaal één jaar worden toegepast. Ook moet de werkgever voortaan in het beding aangeven voor welk gebied de afspraak geldt.
Uit onderzoek is gebleken dat het gebruik van het concurrentiebeding fors is verdubbeld. Inmiddels heeft één derde van de werknemers ermee te maken – vaak zonder reden. Het streven is om het wetsvoorstel eind 2026 aan te bieden aan de Tweede Kamer, na advisering door de Raad van State.
