Schenking van €50.000
Dat blijkt uit een standpunt van de Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst. Het standpunt gaat over een schenker die bij notariële akte €50.000 schenkt aan een meerderjarig kind via een schuldigerkenning uit vrijgevigheid, ook wel een papieren schenking genoemd. Over het schuldig gebleven bedrag wordt jaarlijks 6 procent rente betaald. Het kind kan de vordering opeisen na het overlijden van de schenker.
In de overeenkomst is vastgelegd dat de schenker de schenking eenzijdig kan herroepen. In een later jaar gebeurt dat ook. De Kennisgroep behandelt de vraag hoe de schuldigerkenning en de latere herroeping worden verwerkt bij toepassing van de tegenbewijsregeling in box 3.
Geen vermogensaanwas
Bij de schenker ontstaat een schuld van €50.000 die tot box 3 behoort. Het ontstaan van die schuld geldt voor de berekening van het werkelijke rendement als een onttrekking. Per saldo bedraagt de vermogensaanwas volgens de Kennisgroep nihil.
Bij het kind ontstaat een vordering van €50.000. Het bedrag van de schenking wordt als storting aangemerkt, waardoor ook bij het kind geen vermogensaanwas ontstaat.
De betaalde rente telt wel mee. Voor de schenker is deze een negatief regulier voordeel en voor het kind een regulier voordeel.
Rente van 6 procent zakelijk
De Kennisgroep merkt de afgesproken rente van 6 procent bij deze schuldigerkenning aan als zakelijk. Een correctie wegens onzakelijke voorwaarden is daarom niet nodig.
Vorderingen en schulden worden voor box 3 in beginsel gewaardeerd op de waarde in het economische verkeer. Als de marktrente afwijkt van de vaste rente, kan dat tot een andere waarde leiden. De Kennisgroep staat om praktische redenen toe dat in deze situatie wordt uitgegaan van de nominale waarde.
Herroeping verandert uitkomst niet
Ook in het jaar waarin de schenking wordt herroepen, ontstaat volgens de Kennisgroep geen vermogensaanwas. Bij de schenker verdwijnt de schuld van €50.000 en wordt dat voor de berekening als een storting verwerkt. Bij het kind verdwijnt de vordering en is sprake van een onttrekking.
De herroeping werkt niet terug naar rente die vóór dat moment verschuldigd was. Als die rente wordt betaald, geldt zij bij de schenker als negatief regulier voordeel en bij het kind als regulier voordeel.
