D66, VVD en CDA zijn er na verder overleg niet in geslaagd overeenstemming te bereiken over aanpassingen van de belasting op sparen en beleggen en de miljarden dekking daarvoor. De coalitie heeft ook deze week nog gesproken over de toekomst van box 3, maar de verschillen blijken te groot. Het kabinet geeft zichzelf daarom nog ongeveer een half jaar om tot een oplossing te komen die op voldoende steun in zowel de Tweede als de Eerste Kamer kan rekenen.
Volgens het FD staat in een brief aan de Kamer dat de steun voor aanpassingen aan box 3 en de bijbehorende dekking “zeer uiteen” ligt. “Hierdoor lukt het op dit moment nog niet om tot een voorstel tot aanpassing te komen dat kan rekenen op een breed draagvlak in het parlement.” De brief komt officieel pas volgende week dinsdag op Prinsjesdag naar buiten, maar is in handen van meerdere media, waaronder ook het FD.
Het kabinet wil de komende maanden opnieuw met beide Kamers in gesprek en zegt daarbij open te staan voor nieuwe inzichten. Ondertussen wordt de Eerste Kamer gevraagd de behandeling van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 aan te houden.
Het uitblijven van een besluit heeft ook gevolgen voor andere kabinetsplannen. Zonder oplossing voor box 3 ontstaan gaten in de meerjarenbegroting, waardoor onder meer de bredere investeringsagenda en afspraken uit een sociaal akkoord onder druk kunnen komen te staan.
Renteaftrek corporaties verruimd
Op Prinsjesdag komt het kabinet daarnaast met fiscale maatregelen om de woningbouw te stimuleren. Woningcorporaties krijgen daarbij meer ruimte om rente af te trekken van hun fiscale winst. De maatregel wordt vormgegeven via een versoepeling van de earningsstrippingmaatregel.
In het coalitieakkoord was voor corporaties nog een lastenverlichting voorzien die zou oplopen tot 325 miljoen euro per jaar. Door de gekozen verruiming van de renteaftrek zou de uiteindelijke verlaging van de vennootschapsbelasting volgens het FD oplopen tot 425 miljoen euro per jaar.
De earningsstrippingmaatregel beperkt sinds 2019 de aftrekbaarheid van het saldo aan rentelasten. Voor woningcorporaties, die voor de bouw en verduurzaming van woningen veel met vreemd vermogen werken, drukt die beperking relatief zwaar. Een versoepeling van de Europese regels biedt volgens het FD ruimte om de renteaftrek voor corporaties te verruimen.
Ook komt er naar verluidt een vrijstelling van overdrachtsbelasting wanneer woningcorporaties onderling woningen verkopen.
Youngtimerregeling geleidelijk afgebouwd
Ook de eerder aangekondigde versobering van de youngtimerregeling wordt aangepast. Het fiscale voordeel voor zakelijke auto’s van meer dan vijftien jaar oud zou aanvankelijk in twee jaar worden afgebouwd. Nadat ChristenUnie en D66 aandacht hadden gevraagd voor de gevolgen daarvan voor ondernemers en de handel in youngtimers, kiest het kabinet volgens De Telegraaf nu voor een geleidelijkere afbouw. Hoe het nieuwe afbouwpad er precies uitziet, is nog niet bekend.
Voor agrariërs komt er ook een fiscale tegemoetkoming. Het kabinet wil volgens de uitgelekte stukken fiscale ruimte bieden om “agrariërs te ondersteunen bij het doen van investeringen”. Welke fiscale regeling daarvoor wordt aangepast of hoeveel geld ermee is gemoeid, blijkt nog niet uit de berichtgeving.
Subsidie middenhuur
Voor commerciële investeerders werkt het kabinet aan een objectsubsidie voor middenhuurwoningen. Verhuurders zouden 10.000 euro subsidie per woning kunnen krijgen. Daarvoor wordt vijf jaar lang jaarlijks 100 miljoen euro uitgetrokken. Woningcorporaties komen niet voor deze subsidie in aanmerking.
Daarnaast wil het kabinet volgens het FD de fiscale positie van buitenlandse pensioenfondsen verbeteren. Buitenlandse fondsen komen nu niet altijd in aanmerking voor een vrijstelling van vennootschapsbelasting wanneer deelnemers bijvoorbeeld vrijwillig kapitaal kunnen bijstorten dat niet uit arbeid afkomstig is.
Een kennisgroep van de Belastingdienst heeft onlangs het standpunt ingenomen dat een dergelijke omgang met kapitaal op zichzelf “geen verhindering” hoeft te zijn voor toepassing van de vrijstelling. Het kabinet hoopt daarmee ook buitenlandse institutionele beleggers weer aantrekkelijker te maken voor investeringen in de Nederlandse woningmarkt.
Koopkracht licht in de min
Uit de uitgelekte Prinsjesdagstukken blijkt verder dat de gemiddelde koopkracht in 2027 met 0,1 procent daalt. Daarmee is de eerder geraamde achteruitgang van 0,3 procent grotendeels, maar niet volledig gerepareerd.
De verschillen tussen inkomensgroepen zijn beperkt. Lage inkomens gaan er volgens de ramingen gemiddeld 0,2 procent op vooruit en gepensioneerden 0,3 procent. Middeninkomens leveren gemiddeld 0,1 procent in en hogere inkomens 0,2 procent.
Ook het begrotingstekort loopt de komende jaren licht op. Voor 2027 wordt volgens het FD een tekort van 2,9 procent voorzien, net onder de Europese grens van 3 procent. Tot 2031 zou het tekort volgens de huidige ramingen onder die grens blijven.
(NOS/FD/Telegraaf)
