Vereenvoudiging meest genoemd
Gevraagd naar de beste fiscale maatregel om het ondernemersklimaat te verbeteren, noemt 35,6 procent het schrappen of vereenvoudigen van regelingen en administratieve verplichtingen. Een verlaging van de lasten op arbeid wordt door 30,1 procent genoemd en 26,6 procent kiest voor meer fiscale zekerheid en voorspelbaarheid.
Bij de vraag naar het grootste fiscale obstakel staat regeldruk eveneens bovenaan. Van de respondenten noemt 38,7 procent de hoeveelheid fiscale regels en administratieve verplichtingen. Voortdurende veranderingen in belastingregels en een gebrek aan voorspelbaarheid worden door 30,1 procent genoemd.
Box 3 en ondernemerskapitaal
Een aantrekkelijkere fiscale behandeling van vermogen en ondernemerskapitaal, waaronder box 3, wordt door 20,7 procent genoemd als maatregel om het ondernemersklimaat te verbeteren. Voor 18,1 procent vormt de huidige fiscale behandeling van vermogen en ondernemerskapitaal een obstakel.
Onzekerheid over zzp’ers
Zestien procent noemt onzekerheid over de fiscale positie van zzp’ers en schijnzelfstandigheid als obstakel. Veertien procent noemt meer fiscale en juridische zekerheid voor bedrijven die met zzp’ers werken als gewenste maatregel.
Bestrijding belastingontwijking meest genoemd bij extra inkomsten
Nextens vroeg ook waar extra belastinginkomsten volgens de respondenten vandaan zouden moeten komen als de overheid die de komende jaren nodig heeft. Intensiever bestrijden van belastingontwijking en belastingontduiking is met 38,4 procent de meest genoemde optie.
Hogere belastingen op vermogen volgen met 21,7 procent en hogere belastingen op hoge inkomens met 20 procent. Het verminderen of afschaffen van fiscale voordelen en subsidies wordt door 17,6 procent genoemd. Vijf procent kiest voor een hogere btw en 5,9 procent voor hogere werkgeverslasten en premies.
Verder vindt 19,1 procent dat de overheid zou moeten bezuinigen in plaats van de belastingen te verhogen. En ten slotte nog eens 6,2 procent accepteert liever een hoger begrotingstekort of een hogere staatsschuld dan verdere belastingverhogingen of bezuinigingen.
