Dat blijkt uit de schriftelijke beantwoording door staatssecretaris Eerenberg (Financiën) van vragen naar aanleiding van het wetgevingsoverleg over het Belastingplan 2027. Eerenberg ziet vooralsnog geen aanleiding om de oude mogelijkheid tot omzetting van pensioen in eigen beheer in een oudedagsverplichting (ODV) opnieuw open te stellen. Ondernemers konden tussen 2017 en 2019 van die regeling gebruikmaken. “Dit zou gepaard gaan met een budgettaire derving, waarvoor dekking zou moeten worden gevonden.” Volgens het kabinet zou een dergelijke omzetting de administratieve lasten bovendien maar beperkt verminderen.
Maar de staatssecretaris houdt wel een optie open: “Indien uw Kamer dat wenselijk vindt is het kabinet wel bereid te verkennen of een wettelijke regeling budgettair neutraal en uitvoeringstechnisch mogelijk is bijvoorbeeld per 1 januari 2028 waarbij wordt geregeld dat het aanwezige pensioenvermogen in de vennootschap fiscaal geruisloos kan worden afgestort naar een lijfrente.” Dat zou dan tegemoetkomen aan de administratieve lasten die worden ervaren bij het in stand houden van een pensioen-bv.
Box 3: duidelijkheid begin november
Ook box 3 komt weer uitgebreid aan bod in de antwoorden. Eerenberg verwacht eind oktober een nieuwe uitvoeringstoets over de mogelijkheid om per 1 januari 2028 een vermogenswinstbelasting in te voeren. Uiterlijk 2 november moet de Tweede Kamer zowel de toets als de aangekondigde novelle ontvangen. Daarmee moet meer duidelijkheid ontstaan over de uitvoerbaarheid van de wijzigingen in het nieuwe box 3-stelsel. De financiering van eventuele aanpassingen staat nog niet vast. Als mogelijke dekking wordt onder meer gekeken naar de lage tariefschijf in de vennootschapsbelasting, maar daarover is nog geen besluit genomen.
Knelpunten familievrijstelling
Eerenberg erkent daarnaast de zorgen vanuit de fiscale praktijk over de familievrijstelling in de overdrachtsbelasting bij gefaseerde bedrijfsoverdrachten. Onder meer de SRA en de Vereniging van Accountants en Belastingadviesbureaus (VLB) hebben knelpunten aangekaart in overleg met het ministerie en de Belastingdienst. Die worden betrokken bij de evaluatie van de vrijstelling, die naar verwachting in de eerste helft van 2027 wordt afgerond.
Werkgevers en studieschulden
Verder onderzoekt het kabinet welke mogelijkheden er zijn om werkgevers via de werkkostenregeling (WKR) te laten bijdragen aan de aflossing van studieschulden van werknemers. Over de uitkomsten verwacht het kabinet begin 2027 meer te kunnen melden.
De startersaftrek wordt per 1 januari 2027 verlaagd van € 2.123 naar € 10, waarna de regeling per 1 januari 2028 volledig verdwijnt. De tussenstap van € 10 is gekozen vanwege de uitvoeringstechnische beperkingen bij een onmiddellijke afschaffing.
Innovatiebox en box 2
Een mogelijke uitbreiding van de forfaitaire innovatiebox moet nog worden beoordeeld door de Europese Gedragscodegroep. Het kabinet verwacht daarover medio 2027 meer duidelijkheid. Een verlenging van de forfaitaire toepassing van drie naar vijf jaar wordt niet wenselijk geacht, mede omdat het financiële voordeel volgens het kabinet vooral terecht zou komen bij bestaande gebruikers en grotere ondernemingen.
Eerenberg kondigt verder aan dat het gedifferentieerde tarief in box 2 in 2027 wordt geëvalueerd. Dan zijn voldoende aangiftegegevens over 2024 beschikbaar om het effect van de invoering van de twee tariefschijven te beoordelen. Hij wijst erop dat eerdere tijdelijke tariefsverlagingen in box 2 tot aanzienlijk meer dividenduitkeringen leidden. Of een nieuwe tariefaanpassing wenselijk is, staat daarmee echter nog niet vast.
