Het Europese Hof van Justitie deed uitspraak naar aanleiding van een geschil tussen een Poolse bank en een klant die slachtoffer werd van phishing. De vrouw bood een artikel te koop aan via een online verkoopplatform. Een fraudeur deed zich voor als geïnteresseerde koper en stuurde haar een link waarmee zij de verkoop zou kunnen bevestigen.
De link leidde naar een nagemaakte website van haar bank, waar de vrouw haar inloggegevens invoerde. Met die gegevens wist de fraudeur vervolgens ongeveer 700 euro van haar rekening over te boeken naar zijn eigen rekening.
Bank weigert terugbetaling
De vrouw meldde de fraude de volgende dag bij haar bank. Die weigerde het bedrag terug te betalen, omdat de klant volgens de bank grof nalatig was geweest. Door haar inloggegevens op de frauduleuze website in te voeren, had zij onvoldoende maatregelen genomen om haar persoonlijke beveiligingsgegevens te beschermen.
De vrouw stapte daarop naar de rechter. Een Poolse rechtbank legde het Europese Hof de vraag voor of een bank terugbetaling van een niet-toegestane betalingstransactie mag weigeren wanneer de klant door grove nalatigheid aan de fraude heeft bijgedragen.
Eerst terugbetalen, daarna eventueel verhalen
Het Hof oordeelt dat Europese regels voor betalingsdiensten banken in beginsel verplichten om het bedrag van een niet-toegestane transactie onmiddellijk terug te betalen. Dat moet uiterlijk aan het einde van de eerstvolgende werkdag nadat de bank van de transactie op de hoogte is geraakt, mits de klant de fraude zonder onnodige vertraging meldt.
Op die verplichting bestaat slechts één uitzondering: wanneer de bank gegronde redenen heeft om te vermoeden dat de klant zelf fraude heeft gepleegd en die verdenking schriftelijk meldt bij de bevoegde nationale autoriteit.
Een vermoeden van grove nalatigheid is volgens het Hof onvoldoende om onmiddellijke terugbetaling te weigeren. Wel mag de bank de schade achteraf op de klant verhalen als kan worden bewezen dat deze zijn verplichtingen opzettelijk of door grove nalatigheid niet is nagekomen. De bewijslast daarvoor ligt bij de bank.
Het Hof benadrukt dat de Europese regelgeving onderscheid maakt tussen de verplichting om een frauduleuze transactie direct terug te betalen en de vraag wie uiteindelijk de financiële schade moet dragen.
Bescherming van consumenten
Volgens het Hof zou de bescherming die de Europese regels bieden worden uitgehold als banken op grond van vermeende grove nalatigheid direct terugbetaling konden weigeren. Klanten zouden dan zelf een juridische procedure moeten beginnen om hun geld terug te krijgen, met alle kosten en ongemakken van dien.
De uitspraak verduidelijkt daarmee de toepassing van de Europese richtlijn betalingsdiensten (PSD2). Het is nu aan de Poolse rechter om het geschil tussen de vrouw en haar bank af te handelen.
Reactie NVB
Banken zullen “ieder voor zich bezien” welke gevolgen de recente rechterlijke uitspraak heeft voor hun eigen processen en procedures. Dat laat een woordvoerder van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) aan het ANP weten. “Het arrest gaat dus over het moment van terugbetaling en verandert niet wie de schade uiteindelijk moet dragen”, stelt de woordvoerder.
