Het onderzoek, dat eind 2024 aan de Tweede Kamer werd aangeboden, concludeerde dat de legitieme portie breed wordt gedragen. Volgens de enquête is 40 procent van de Nederlanders in alle gevallen voorstander van de regeling, 19 procent altijd tegen en 40 procent afhankelijk van de omstandigheden voor of tegen. De onderzoekers concludeerden dat een overgrote meerderheid van 80 procent afschaffing niet steunt.
Draagvlak ontbreekt
De staatssecretaris noemt het onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen een waardevolle bijdrage aan de discussie over het erfrecht. Volgens haar maakt het onderzoek duidelijk dat voor afschaffing van de legitieme portie „het naar mijn oordeel noodzakelijke brede maatschappelijk draagvlak ontbreekt”.
Zij wijst erop dat de vrijheid om zelf te bepalen aan wie iemand zijn vermogen nalaat bij overlijden volgens de samenleving onvoldoende zwaar weegt om de regeling af te schaffen. „Uit de resultaten van de enquête blijkt dat de Nederlandse bevolking belang hecht aan de afstammingsband tussen ouder en kind en dat die voldoende grondslag is om de legitieme portie te rechtvaardigen.”
Ook onderschrijft zij de conclusie van de onderzoekers dat veranderende familieverhoudingen niet hebben geleid tot minder verbondenheid binnen families. „Familienetwerken zijn wel complexer maar niet losser geworden”, schrijft zij. Volgens de staatssecretaris sluit „het mogelijk bij sommigen bestaande beeld dat de legitieme portie niet meer van deze tijd zou zijn” daarom niet aan bij de onderzoeksbevindingen.
Geen grote praktische problemen
Op basis van het onderzoek concludeert het kabinet dat niet alleen draagvlak voor afschaffing ontbreekt, maar ook dat de huidige regeling geen grote uitvoeringsproblemen laat zien.
„Ik kom mede op basis van de uitkomsten van het onderzoek tot de conclusie dat er geen groot maatschappelijk draagvlak bestaat voor afschaffing van de legitieme portie en dat de bestaande regeling ook anderszins geen blijk geeft van grote praktische problemen”, aldus de staatssecretaris. Dat binnen bepaalde juridische kringen anders over de regeling wordt gedacht, verandert volgens haar niets aan die conclusie.
Voorstellen aanpassing nog niet rijp voor wetgeving
De onderzoekers deden ook verschillende suggesties om de regeling van de legitieme portie aan te passen, waaronder het mogelijk maken van erfovereenkomsten, een verplichte considerans bij testamenten waarin kinderen worden onterfd en een mogelijkheid om een testament te vernietigen wegens misbruik van omstandigheden.
Het kabinet wil die voorstellen voorlopig niet omzetten in wetgeving. Volgens de staatssecretaris zijn de ideeën „onvoldoende verkend en beoordeeld op nut, noodzaak en effecten” om al te vertalen naar wetswijzigingen. Daarbij wijst zij erop dat de meningen over sommige voorstellen sterk verdeeld zijn en dat daarover nog geen bredere gedachtewisseling heeft plaatsgevonden.
„Er is naar mijn mening dan ook onvoldoende beeld van het draagvlak voor de verschillende suggesties, de juridische haalbaarheid daarvan en de effecten op het erf(proces)recht in het algemeen”, schrijft zij. Het kabinet wil daarom eerst verdere discussie in wetenschap en rechtspraktijk afwachten voordat eventuele wijzigingen worden overwogen.
Kamerbrief met kabinetsreactie op WODC onderzoek legitieme portie in het erfrecht
