Zaak nr: 25/3427 Wtra AK
De accountant was begin 2025 door de ex-echtgenoot gevraagd om de aangiften inkomstenbelasting 2024 van beide voormalige partners op te stellen. De vrouw stuurde op verzoek haar jaaropgave toe en lichtte de relevante afspraken uit het echtscheidingsconvenant toe. Daarin was onder meer afgesproken dat beide partijen afzonderlijk aangifte zouden doen, voor het gehele jaar als fiscaal partner zouden opteren en hun aangiften op relevante onderdelen op elkaar zouden afstemmen.
Nadat de accountant haar een conceptaangifte had gestuurd, liet de vrouw weten daar niet mee akkoord te gaan en vroeg zij om wijzigingen en inzage in de volledige aangifte, inclusief het deel van haar ex-echtgenoot. Toch diende de accountant op 11 juni 2025 beide aangiften in bij de Belastingdienst. Pas nadat de vrouw zelf op Mijn Belastingdienst had gezien dat haar aangifte al was verzonden, kwam dat aan het licht.
Extra zorgvuldigheid vereist
De accountant voerde aan dat hij ervan uitging dat de door de vrouw ingeschakelde adviseur akkoord was met de aangifte. Ter zitting erkende hij dat hij dit beter had moeten verifiëren.
De Accountantskamer oordeelt dat de accountant de aangifte zonder toestemming heeft ingediend, de vrouw of haar adviseur daarvan niet op de hoogte heeft gesteld en ook geen afschrift van de ingediende aangifte heeft verstrekt. Daarmee heeft hij onzorgvuldig gehandeld. Van een accountant mag worden verwacht dat hij zich vóór indiening ervan vergewist dat de belastingplichtige met de aangifte instemt. In deze zaak was volgens de tuchtrechter zelfs extra zorgvuldigheid geboden, omdat de voormalige echtgenoten inmiddels waren gescheiden en de vrouw al eerder had laten weten niet akkoord te zijn met de conceptaangifte. Daarmee is het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid geschonden.
Niet alles uit convenant fiscaal mogelijk
De vrouw stelde ook dat de aangifte inhoudelijk onjuist was omdat de afspraken uit het echtscheidingsconvenant niet waren gevolgd. Volgens haar mocht haar ex-echtgenoot geen gebruikmaken van haar aandeel in het heffingsvrije vermogen in box 3. Tijdens de zitting bleek dat de accountant aanvankelijk ten onrechte had verklaard dat daarvan geen sprake was geweest; uit de alsnog overgelegde aangifte bleek dat het gezamenlijke heffingsvrije vermogen wel degelijk volledig was benut.
Toch verklaart de Accountantskamer dit klachtonderdeel ongegrond. De uitleg die de vrouw aan het convenant gaf, strookte volgens de tuchtrechter niet met de Wet inkomstenbelasting 2001. Bij fiscaal partnerschap wordt uitgegaan van een gezamenlijk heffingsvrij vermogen, zodat de door haar gewenste verwerking fiscaal niet mogelijk was. De uiteindelijk door de Belastingdienst geaccepteerde aangifte week op dit punt bovendien niet af van de eerder door de accountant ingediende aangifte. Ook is niet aannemelijk geworden dat de accountant opzettelijk informatie voor haar heeft achtergehouden.
Onvoldoende uitleg tijdens gesprek
Een derde verwijt ziet op een bespreking op 17 juli 2025, waarin de vrouw tekst en uitleg vroeg over de gang van zaken. Zij had geluidsopnamen van het gesprek gemaakt en transcripties daarvan overgelegd. De accountant bestreed de juistheid van die transcripties niet.
Volgens de Accountantskamer gaf de accountant tijdens dat gesprek geen afdoende uitleg over het zonder toestemming indienen van de aangifte. Hij toonde bovendien onvoldoende begrip voor de zorgen van de vrouw en liet na uit te leggen dat de door haar gewenste verwerking van het heffingsvrije vermogen op grond van de fiscale wetgeving niet mogelijk was. In plaats daarvan stelde hij tijdens het gesprek een nieuwe aangifte op waarin, in afwijking van het echtscheidingsconvenant en in strijd met artikel 5a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, geen fiscaal partnerschap meer was opgenomen. Die aangifte diende hij direct in bij de Belastingdienst.
Dat de accountant onder tijdsdruk stond en zich overvallen voelde door de indringende vragen van de vrouw, doet daar volgens de Accountantskamer niet aan af. Ook in zo’n situatie moet een accountant zijn werkzaamheden zorgvuldig uitvoeren of, als dat niet mogelijk is, een andere oplossing kiezen, bijvoorbeeld door een nieuw gesprek te plannen. Ook op dit punt is het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid geschonden.
Berisping
De Accountantskamer legt de accountant een berisping op. Daarbij weegt mee dat hij tijdens de zitting aanvankelijk bleef volhouden dat de ex-echtgenoot geen gebruik had gemaakt van het heffingsvrije vermogen van de vrouw. Pas nadat de Accountantskamer de aangifte had laten overleggen, erkende hij dat die verklaring onjuist was.
