“Werkgevers kunnen thuiswerken niet zomaar terugdraaien,” zegt Pascal Besselink, arbeidsrechtadvocaat bij DAS. “De rechter heeft geoordeeld dat een werkgever de instemming van de ondernemingsraad nodig heeft om het thuiswerkbeleid te wijzigen of in te trekken. Daarmee is dit een belangrijke uitspraak voor bedrijven die hun thuiswerkbeleid willen terugdraaien.”
De zaak draaide om Caterpillar Work Tools in ’s-Hertogenbosch, dat per 2 juni 2025 een Return-to-Office-beleid wilde invoeren. Alle werknemers moesten weer volledig naar kantoor, ondanks dat velen sinds 2016 structurele thuiswerkafspraken hadden. De ondernemingsraad verklaarde het besluit nietig en kreeg recent gelijk van de rechter.
Psychosociale arbeidsbelasting
Volgens Besselink ligt de kern van de uitspraak in de kwalificatie van thuiswerken als onderdeel van arbeidsomstandigheden. “Thuiswerken heeft direct invloed op werkdruk en werk-privébalans. De rechter rekent dat onder de zogenoemde psychosociale arbeidsbelasting,” legt hij uit. “Dat is een belangrijk aspect van arbeidsomstandigheden, en juist dáárover heeft de ondernemingsraad instemmingsrecht.”
Dit betekent dat werkgevers een streep door hun thuiswerkbeleid niet eenzijdig kunnen zetten. “Als de OR geen instemming verleent, blijft het thuiswerkbeleid in principe van kracht. Werkgevers kunnen werknemers dan niet zomaar verplichten weer volledig naar kantoor te komen,” aldus Besselink.
Gevolgen voor andere bedrijven
De uitspraak staat niet op zichzelf. Eerder dit jaar verzette ook de ondernemingsraad van Asus zich tegen een verplicht kantoorbeleid. Daarover loopt nog een hoger beroep.
“Het instemmingsrecht van ondernemingsraden is een krachtig instrument bij wijzigingen in arbeidsomstandigheden,” zegt Besselink. “Deze uitspraak kan grote gevolgen hebben voor andere bedrijven die hun thuiswerkbeleid willen terugdraaien. Het zet de positie van de OR duidelijk stevig neer.”
Is thuiswerken een verworven recht?
Toch betekent dit niet dat werknemers automatisch een wettelijk recht op thuiswerken hebben. “Er bestaat nog steeds geen wettelijk recht op thuiswerken,” benadrukt Besselink. “Maar het wordt voor werkgevers wel steeds lastiger om verworven rechten, zoals structureel thuiswerken, in te perken. Zeker als medewerkers dat al jarenlang gewend zijn.”
Volgens de advocaat zullen veel bedrijven na deze uitspraak hun beleid moeten heroverwegen. “Het gesprek met de ondernemingsraad is onvermijdelijk. Bedrijven die eenzijdig besluiten nemen, riskeren dat de rechter een streep zet door hun plannen,” waarschuwt hij.
