Toch kent het recht duidelijke uitzonderingen. In bepaalde situaties kan een bestuurder persoonlijk aansprakelijk worden gesteld – zowel intern (jegens de vennootschap) als extern (jegens derden). Hieronder de hoofdlijnen.
Interne bestuurdersaansprakelijkheid (artikel 2:9 BW)
Een bestuurder is intern aansprakelijk jegens de vennootschap bij onbehoorlijke taakvervulling. Denk aan:
- structureel wanbeleid
- het aangaan van onverantwoorde verplichtingen
- het nalaten van adequaat toezicht of ingrijpen bij risicovolle beslissingen
De lat ligt hoog: er moet sprake zijn van een ernstig verwijt. De bewijslast rust op de vennootschap, of – bij faillissement – op de curator. Of een gedraging als ernstig verwijtbaar kwalificeert, wordt per geval beoordeeld. De rechter kijkt onder meer naar de aard van de taakverdeling, de omstandigheden en het tijdsverloop.
Externe bestuurdersaansprakelijkheid (artikel 6:162 BW – onrechtmatige daad)
Ook derden – zoals crediteuren, leveranciers of andere benadeelden – kunnen een bestuurder persoonlijk aanspreken. De leidende maatstaf is de Beklamel-norm: een bestuurder handelt onrechtmatig indien hij namens de vennootschap verplichtingen aangaat, terwijl hij weet of behoort te weten dat deze niet nagekomen kunnen worden en geen verhaal mogelijk is.
Voorbeeld: een bestuurder plaatst een grote bestelling op rekening, terwijl hij weet dat de vennootschap technisch insolvent is. In zulke gevallen kan hij persoonlijk aansprakelijk zijn voor de daaruit voortvloeiende schade.
Aansprakelijkheid bij faillissement (artikel 2:248 BW)
Bij faillissement krijgt de curator een extra instrument in handen: de aansprakelijkstelling wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur. Is het bestuur aantoonbaar tekortgeschoten in haar wettelijke of statutaire verplichtingen en vormt dat een belangrijke oorzaak van het faillissement, dan kunnen bestuurders hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor het volledige boedeltekort.
Een bekend voorbeeld is het niet tijdig deponeren van de jaarrekening. Dit levert een wettelijk bewijsvermoeden op: er wordt verondersteld dat sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur én dat dit het faillissement mede heeft veroorzaakt. De bewijslast draait dan om.
Bijzondere aansprakelijkheidsgronden
Naast de algemene gronden kent het recht ook specifieke wettelijke regelingen die leiden tot persoonlijke bestuurdersaansprakelijkheid:
- Fiscale bestuurdersaansprakelijkheid (o.a. art. 36 Invorderingswet): bij niet-betaalde loonheffingen of btw
- Aansprakelijkheid op grond van bijzondere wetgeving, zoals milieurecht of mededingingsrecht
- Strafrechtelijke aansprakelijkheid, bijvoorbeeld bij verduistering, faillissementsfraude of onttrekking van vermogen aan het vermogen van de vennootschap
Praktische aanbevelingen om aansprakelijkheid te beperken
Wil je als bestuurder risico’s beheersen? Zorg dan voor structurele naleving en juridische hygiëne:
- Documenteer alle (financieel) relevante besluiten, prognoses en maatregelen
- Reageer tijdig op signalen van betalingsonmacht of financieel disfunctioneren
- Deponeer jaarrekeningen tijdig en volg de wettelijke verplichtingen nauwgezet
- Raadpleeg bij dreigend financieel onheil vroegtijdig juridisch advies
Een goed opgebouwd dossier en tijdige actie maken het verschil tussen bestuurdersverantwoordelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid.
Conclusie
Bestuurdersaansprakelijkheid is geen theoretisch risico. Wie als bestuurder de wettelijke of maatschappelijke zorgvuldigheidsnormen schendt, kan in uitzonderlijke gevallen persoonlijk worden aangesproken. Intern, bij onbehoorlijk bestuur. Extern, bij benadeling van derden. En in faillissementssituaties, met vergaande consequenties.
Juist daarom geldt: handelen met zorgvuldigheid is geen luxe – het is een juridische noodzaak.
mr. S.I.J. (Sirin) van Rossum is advocaat bij Blue Legal en is gespecialiseerd in M&A, ondernemingsrecht en contracten.