De twee (indirect) bestuurders hebben volgens ProLease in die periode ook onder valse voorwendselen financiering ten behoeve van het bedrijf aangetrokken. Dat deden ze door een groot aantal voertuigen ter verpanding aan financiers aan te bieden die geen eigendom van ProLease bleken te zijn. ProLease stelt bij de rechtbank dat de twee hiermee onrechtmatig jegens het bedrijf hebben gehandeld, en probeert de schade te verhalen op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. Dat blijkt uit twee uitspraken van de rechtbank Oost-Brabant en de rechtbank Amsterdam.
Dubbele boekhouding
Het autoleasebedrijf uit Den Bosch staat inmiddels onder leiding van een interim-bestuur. Volgens de onderneming hebben de twee voormalige bestuurders via hun persoonlijke holdings gedurende circa tien jaar structureel geld aan de vennootschap onttrokken. Het zou in totaal gaan om minstens 15,3 miljoen euro, verspreid over honderden transacties variërend van kleine bedragen tot miljoenen. Die gelden zouden zijn gebruikt voor investeringen die niets met de bedrijfsactiviteiten te maken hadden.
Daarnaast zouden ook financiers zijn misleid doordat voertuigen als onderpand werden opgevoerd die helemaal niet meer tot het vermogen van ProLease behoorden. Toen banken in 2024 een zogeheten asset audit uitvoerden, bleek het wagenparkoverzicht onjuist. Dat leidde tot een zogenoemd borrowing base deficit van circa 2,7 miljoen euro.
Opvallend is wat in de procedure bij de rechtbank Amsterdam naar voren komt. Uit de stukken die ProLease overlegde, bleek dat sprake was geweest van een dubbele boekhouding, dat de accountant jarenlang onjuiste of onvolledige informatie had ontvangen, en dat de jaarrekeningen daardoor een vertekend beeld van de werkelijkheid gaven. De rechtbank nam deze gegevens in de beschikking tot uitgangspunt.
Financiers van ProLease grepen in september 2024 in, blijkt uit de uitspraken. Na signalen over onttrekkingen tot mogelijk 10 à 15 miljoen euro werd een event of default uitgeroepen, forensisch onderzoek aangekondigd door onder meer Deloitte, en een interim-bestuurder aangesteld. De zittende bestuurders werden geschorst en traden kort daarna af. Vervolgens werd onder regie van de financiers en het nieuwe bestuur een verkoopproces gestart. In maart 2025 werden de activa van ProLease verkocht aan Volkswagen Pon Financial Services voor circa 149,5 miljoen euro, aangevuld met andere transacties tot een totaal van ruim 159 miljoen euro. Volgens het nieuwe bestuur en de financiers was sprake van een competitief verkoopproces, gericht op opbrengstmaximalisatie en continuïteit.
Twee bestuurders, twee uitkomsten
In de procedure bij de rechtbank Oost-Brabant stonden de twee voormalige bestuurders tegenover ProLease, ieder met hun eigen persoonlijke holding. De eerste bestuurder en diens holding Jukama probeerde via een inzageverzoek documenten boven tafel te krijgen over de verkoop van de activa. Zijn doel: een tegenvordering opbouwen om te kunnen verrekenen met de claim van 15,3 miljoen euro. Die tegenvordering hangt samen met (mogelijk) onrechtmatig handelen door het interim-bestuur van ProLease rond de verkoop, voerde de voormalige bestuurder aan. Het interim-bestuur zou namelijk de activa van ProLease tegen een substantieel te lage koopprijs hebben verkocht. De belangen van ProLease en de aandeelhouders waren tijdens het verkoopproces ondergeschikt aan de belangen van de financiers van ProLease, zegt de bestuurder te vermoeden.
Maar de rechtbank wees dat verzoek in juni 2025 volledig af. Zelfs als de verkoop onzorgvuldig zou zijn geweest, oordeelde de rechter, valt niet in te zien hoe deze bestuurder daar een eigen geldvordering aan kon ontlenen. Zijn schade zou in feite afgeleide schade zijn – een waardevermindering van zijn aandelen – en die komt in beginsel alleen toe aan de vennootschap zelf, niet aan de aandeelhouder.
Accountantsverslagen
De tweede bestuurder en diens holding Stijko kregen deels gelijk. Hij vroeg eveneens om inzage, maar dan in accountantsverslagen en correspondentie met de accountant. De rechtbank oordeelde dat ProLease zich moet inspannen om de ontbrekende accountantsverslagen over de jaren 2014, 2015, 2016 en 2020 alsnog boven tafel te krijgen, samen met de bijbehorende correspondentie. Een ander deel van zijn verzoek – inzage in e-mails over de taakverdeling tussen de twee bestuurders – werd afgewezen omdat het onvoldoende duidelijk was om welke specifieke e-mails het ging. De rechtbank wilde voorkomen dat het verzoek zou ontaarden in een vrijblijvende zoektocht naar belastende informatie.
Fishing expedition
De bestuurder die in Oost-Brabant met lege handen was blijven staan – degene die inzage had gevraagd in documenten over de verkoop van de activa – probeerde het vervolgens via een andere route. Hij diende bij de rechtbank Amsterdam een verzoek in voor een voorlopig getuigenverhoor, opnieuw over datzelfde verkoopproces.
In februari 2026 wees de Amsterdamse rechtbank dat verzoek af, blijkt uit de onlangs gepubliceerde uitspraak. De rechter oordeelde dat de gestelde vordering “zodanig op drijfzand berust dat deze als kansloos moet worden beschouwd”. De stelling dat de activa voor een te lage prijs zijn verkocht was onvoldoende onderbouwd, en door ProLease overtuigend weerlegd met stukken waaruit bleek dat er sprake was van een competitief biedingsproces. Daarnaast was het verzoek te vaag en te breed geformuleerd. De rechtbank sprak expliciet van een fishing expedition: de bestuurder leek vooral op zoek naar feiten om achteraf een vordering te kunnen construeren, maar een voorlopig getuigenverhoor is niet bedoeld voor dat doel.
De Amsterdamse rechtbank rekende het de verzoeker bovendien zwaar aan dat hij niet had gemeld dat hij in de procedure bij Oost-Brabant al een vergelijkbaar inzageverzoek had gedaan, dat was afgewezen. Dat werd strijdig met de goede procesorde geacht.
De kernvraag is ondertussen nog altijd onbeantwoord: hebben de bestuurders daadwerkelijk 15,3 miljoen euro onttrokken en zijn zij daarvoor als bestuurder aansprakelijk? Die vraag ligt nog bij de rechtbank Oost-Brabant. De recente uitspraken maken in elk geval wel duidelijk dat het verweer van de oud-bestuurders voorlopig weinig zoden aan de dijk zet.
