Het geplaatste kapitaal van een BV, die eigenaresse is van een landgoed, bestaat uit ruim 2 miljoen aandelen. Voor de heffing van schenkbelasting kwalificeert de BV op grond van artikel 7a van de Natuurschoonwet als fiscaal transparant.
Een man ontvangt op 9 april 2018 een drietal schenkingen. De eerste betreft 189.080 aandelen in de BV met een waarde van € 1.897.760,-. De tweede schenking is € 30.000,- onder schuldigerkenning en de derde schenking is voor € 65.000,- in contanten. De inspecteur legt de man drie aanslagen schenkbelasting op. Voor de geschonken aandelen naar een belaste verkrijging van € 1.265.173,- is het te betalen bedrag aan schenkbelasting nihil. Voor de schenking van € 30.000,- is € 3.649,- aan schenkbelasting verschuldigd en voor de schenking van € 65.000,- een bedrag van € 6.133,-.
Per schenking een aanslag opgelegd
Nadat de man bezwaar heeft gemaakt en de inspecteur de bezwaren van de man ongegrond heeft verklaard gaat de man in beroep bij de rechtbank Gelderland. De man stelt dat de inspecteur de direct verschuldigde schenkbelasting te hoog heeft vastgesteld. Volgens hem moeten de schenkingen eerst op grond van artikel 27 Successiewet 1956 bij elkaar worden opgeteld en vervolgens moet de verschuldigde schenkbelasting worden berekend. Daarna moet de invorderingsvrijstelling worden toegepast op het landgoed.
De man is van mening dat artikel 27 van de SW geen ruimte biedt om per schenking een afzonderlijke aanslag op te leggen als deze tot een voordeel van de belastingplichtige leidt. Doordat de inspecteur dit wel heeft gedaan, heeft de man naar eigen zeggen zowel een deel van de kindvrijstelling als van de invorderingsvrijstelling verloren. De man vindt dat de inspecteur ten onrechte per schenking een aanslag heeft opgelegd.
De inspecteur stelt dat per schenking allereerst het belastbaar bedrag moet worden bepaald en dat pas daarna voor de toepassing van artikel 27 SW de schenkingen bij elkaar moeten worden opgeteld. De opvatting van de man heeft volgens de inspecteur tot gevolg dat toepassing van artikel 7 NSW op het landgoed leidt tot een negatieve waarde van de schenking die dan wordt verrekend met de andere schenkingen. Dat is volgens de inspecteur niet juist, omdat van een schenking met een negatieve waarde geen sprake kan zijn. Het belastbare bedrag van de schenking van de aandelen bedraagt dus nihil en daarmee moet rekening worden gehouden bij toepassing van artikel 27 SW.
Samentelbepaling
De rechtbank overweegt dat de schenkbelasting een tijdstipbelasting is ter zake van elke afzonderlijke schenkingshandeling. In de systematiek van de schenkbelasting moet daarom allereerst per schenking worden bepaald of sprake is van een belastbaar feit, en zo ja, wat het belastbare bedrag is. Pas daarna wordt toegekomen aan de samentelbepaling van artikel 27 SW. Dit sluit aan bij de systematiek van de SW, waarbij allereerst wordt vastgesteld of sprake is van een belastbaar feit en vervolgens het belastbare bedrag wordt bepaald.
Pas wanneer ter zake van de schenkingen afzonderlijk het belastbare bedrag is vastgesteld wordt toegekomen aan artikel 27 SW voor het tarief, de berekening van de belasting en de vrijstellingen. Ten aanzien van de geschonken aandelen bedraagt het totale bedrag aan activa minder dan het totale bedrag aan passiva van de BV wanneer door toepassing van de invorderingsvrijstelling het landgoed buiten beschouwing blijft. Het belastbare bedrag van die schenking is daarom terecht vastgesteld op nihil.
Kindvrijstelling
De rechtbank volgt de man niet in zijn standpunt dat hij een deel van de kindvrijstelling heeft verloren doordat voor iedere schenking afzonderlijk een aanslag is opgelegd. Wanneer de rechtbank de berekeningen in het beroep- en verweerschrift met elkaar vergelijkt, dan stelt zij vast dat partijen op hetzelfde bedrag aan verschuldigde schenkbelasting komen en dat in beide berekeningen rekening is gehouden met de kindvrijstelling. Voor zover de man toch van mening is dat de inspecteur de kindvrijstelling maar voor een deel heeft toegepast, heeft de man, naar het oordeel van de rechtbank, geen antwoord kunnen geven op de vraag welke aanslag te hoog is vastgesteld doordat met de kindvrijstelling onvoldoende rekening is gehouden.
Invorderingsvrijstelling
De invorderingsvrijstelling is ook niet slechts voor een deel toegepast. De invorderingsvrijstelling heeft tot doel te verhinderen dat particuliere landgoederen in gedeelten uiteenvallen vanwege de hoge last van de schenk- en/of erfbelasting. In dit geval blijft het gehele bedrag aan schenkbelasting betreffende de geschonken aandelen buiten de invordering. De rechtbank oordeelt dat de omstandigheid dat de negatieve waarde die door toepassing van artikel 7 NSW is ontstaan niet kan worden verrekend met andere schenkingen betekent niet dat de invorderingsvrijstelling dus te beperkt is toegepast.
De rechtbank verklaart het beroep van de man ongegrond.
Immateriële schadevergoeding
De man krijgt wel een vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De periode tussen het ontvangst van het bezwaarschrift van de man en de uitspraak van de rechtbank is (afgerond) vier jaren en vier maanden. Dat is langer dan de redelijke termijn van twee jaren. De rechtbank ziet geen redenen om de redelijke termijn, die met afgerond 28 maanden is overschreden, in dit geval langer of korter vast te stellen. Dit betekent dat de man recht heeft op een schadevergoeding van € 500,-.
Rechtbank Gelderland, ECLI:NL:RBGEL:2025:7274
