Kennisgroepstandpunt
De Belastingdienst publiceerde een Kennisgroepstandpunt over de toerekening van gezamenlijke inkomensbestanddelen en box 3-vermogen aan partiële buitenlandse belastingplichtigen. Het standpunt, gebaseerd op een concrete casus, betreft fiscale partners waarvan één partner de partiële buitenlandse belastingplicht toepast. Dit is relevant voor inwoners die nog gebruikmaken van de 30%-regeling in box 2 en 3. Hoewel de optie per 2025 is afgeschaft, geldt er een overgangsregeling voor 2025 en 2026 voor wie hier al eerder gebruik van maakte.
Het standpunt hanteert een tweestapsbenadering: eerst wordt de box 3-grondslag en het inkomen uit aanmerkelijk belang voor iedere partner individueel bepaald. Vervolgens worden de gezamenlijke grondslagen volledig toegerekend aan de partiële buitenlandse belastingplichtige. De Belastingdienst stelt dat deze toerekening niet leidt tot een lager belastbaar inkomen dan wanneer de gezamenlijke grondslag aan de binnenlandse partner was toegerekend.
EY
EY deelt dit standpunt niet, schrijft Senior Manager Tax Rianne van Halem. Volgens het accountantskantoor sluit de heersende literatuur aan bij een andere volgorde: de gezamenlijke grondslag voor sparen en beleggen zou eerst tussen de fiscale partners moeten worden gesplitst, waarna de belasting voor ieder afzonderlijk wordt berekend. Afhankelijk van de aard van de activa kan deze methode leiden tot een lager belastbaar inkomen, in tegenstelling tot wat de Belastingdienst stelt. In het FD laat hoogleraar fiscale economie Peter Kavelaars weten het eens te zijn met EY.
Toevoeging Belastingdienst
De Belastingdienst heeft inmiddels een toelichting toegevoegd bij het standpunt. Hierin wordt benadrukt dat het standpunt tot en met belastingjaar 2026 nog niet wordt toegepast voor de groep partiële buitenlandse belastingplichtigen die onder de overgangsregeling valt. Voor deze groep verandert er dus praktisch niets, ondanks het nieuwe standpunt. Vanaf 1 januari 2027 zal het standpunt wél relevant zijn voor andere categorieën belastingplichtigen, zoals geprivilegieerden, kwalificerende buitenlandse belastingplichtigen en non-discriminanten, waarvoor het standpunt nog zal worden aangepast.
