De man werkte sinds begin dit jaar als bedrijfsleider bij een installatiebedrijf en ontving daarvoor € 5.820 bruto per maand. Hij was onder meer aanwezig bij een feestelijke opening in maart. Twee maanden daarna moet de bedrijfsleider bij de directeur komen. Die is niet tevreden over het functioneren van de man en zelfs dusdanig dat het dienstverband wordt beëindigd. De bedrijfsleider wordt meteen op non-actief gesteld.
‘Gaat wel lekker zo’
In juni krijgt hij een brief thuis: hij is op staande voet ontslagen wegens “disfunctioneren, een verstoorde arbeidsverhouding en verwijtbaar handelen”. Bovendien heeft de bedrijfsleider, terwijl hij een voorstel had liggen voor beëindiging van het dienstverband per 1 augustus, aan collega’s verteld dat hij het dienstverband wil rekken tot eind 2025, met de woorden “gaat wel lekker zo”. In plaats daarvan heeft hij een eigen onderneming opgezet waarvoor hij personeel werft. “Dat betekent dat u, al zouden wij u wederom tewerkstellen, niet in staat zou zijn de bedongen arbeid te verrichten”, staat er in de ontslagbrief. De werkgever stelt inmiddels al minimaal € 50.000 te zijn verloren door vertrokken klanten.
Vergrepen
Tot slot meldt de werkgever dat “heden” is gebleken dat de bedrijfsleider over de schreef is gegaan bij de opening van een nieuw dochterbedrijf. “Het is ons thans bekend geworden dat u zich op die avond hebt vergrepen aan de door ons ingehuurde boekhoudster. Of zij daarvan reeds aangifte heeft gedaan is ons onbekend. Feit is dat zij zich daardoor aangetast voelt in haar lichamelijke integriteit en haar beklag heeft gedaan bij haar werkgever, waarvan hij ons heden op de hoogte heeft gesteld.”
De man vecht bij de rechter het ontslag aan, maar trekt dat verzoek op de zitting in. Hij eist nog wel een kleine € 60.000 schadevergoeding omdat het ontslag niet rechtsgeldig is.
Vriendschappelijke berichten
De rechter buigt zich over het incident met de boekhoudster: levert dat een dringende reden op voor ontslag op staande voet? Nee, vindt de ontslagen bedrijfsleider. Hij heeft haar tijdens de opening gesproken en daarbij per ongeluk haar billen aangeraakt, zo beweert hij. Hij heeft daarvoor direct zijn excuses aangeboden.
De werkgever heeft niet concreet gemaakt of het incident meer was dan een ongelukkige aanraking, stelt de rechter vast. Die oordeelt dat het billen-incident dus een ongelukkige aanraking was en daarom geen dringende reden oplevert. Een chat tussen beiden van de dag na dat incident bevestigt dat: “Die wijst niet op een (ongewenst) vergrijpen. Integendeel, de chat biedt juist een aanwijzing dat er tussen hen niets aan de hand is. Zij wisselen vriendschappelijke berichten uit over restaurants in Amsterdam.”
Ruim € 40.000 vergoeding
De werkgever moet de ontslagen bedrijfsleider een gefixeerde vergoeding betalen, gelijk aan het loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren – in dit geval tot 1 augustus. De werknemer zelf heeft die berekend op € 11.000 bruto en dat bedrag, hoewel wat lager dan waar hij recht op heeft, wordt toegewezen. Hij krijgt ook een transitievergoeding van € 1.222,20 bruto.
De billijke vergoeding wegens onrechtmatig ontslag komt uit op € 31.428, zijnde het bedrag dat de man van 1 augustus tot 1 januari 2026 zou hebben ontvangen. Hij heeft al een gefixeerde vergoeding toegewezen gekregen voor de eerste twee maanden na zijn ontslag en krijgt daarom niet de geëiste € 44.000. Inclusief billijke vergoeding en transitievergoeding wijst de rechter wel bijna dat bedrag toe.
