“Jeugdzorg met overnachting en dagverblijven voor jeugdzorg”. Dat is wat een BV bij de inschrijving bij de Kamer van Koophandel in 2012 als activiteiten heeft omschreven. Het gaat hierbij om de exploitatie van een kinderdagverblijf en het verzorgen van buitenschoolse opvang. Nadat de BV over de jaren 2013 tot en met 2016 de aangiften Vpb heeft ingediend ontvangt de inspecteur een anonieme tip/klikbrief waarop hij een boekenonderzoek instelt.
Het boekenonderzoek is met name gericht op de juistheid van de kosten die in de genoemde jaren ten laste van de resultaten zijn gebracht. Naar aanleiding van het boekenonderzoek corrigeert de inspecteur de afwaardering van dubieuze debiteuren, een vordering op een derde en de verbouwingskosten. De inspecteur accepteert de reis- en verblijfkosten en de kosten van een personeelsfeest voor haar (indirecte) aandeelhouders niet en legt navorderingsaanslagen en vergrijpboetes op. De BV maakt bezwaar en gaat na het afwijzen van het beroep door de rechtbank Den Haag in hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag.
Kosten verbouwing niet aftrekbaar
Wat betreft de verbouwingskosten stelt de BV dat de bedrijfsruimte casco werd gehuurd, zodat een verbouwing nodig was. De inspecteur had al aangegeven dat hij niet twijfelt aan het feit dat de BV de uitgaven heeft gedaan maar wel dat de BV in ruil voor die uitgaven een tegenprestatie heeft ontvangen. Het hof is van oordeel dat uit de overgelegde stukken niet blijkt welke verbouwwerkzaamheden door de aannemer zijn verricht en wanneer deze zijn uitgevoerd. De overgelegde foto’s maken onvoldoende duidelijk hoe de situatie voorafgaand aan en na afloop van de verbouwing was. Bovendien ontbreken een schriftelijke overeenkomst, gedetailleerde facturen met specificatie van werkzaamheden en urenregistraties. Daarom komt het hof tot het oordeel dat de uitgaven voor verbouwing niet aftrekbaar zijn.
Het hof overweegt dat de waardering van debiteuren plaats dient plaats te vinden op basis van de regels van goed koopmansgebruik. Voor de waardering is het subjectieve oordeel dat de belastingplichtige zich omtrent de waarde daarvan heeft gevormd beslissend. Volgens de BV zijn de parameters op basis waarvan de oninbaarheid van vrijwel alle bestaande client-ouders voor kinderopvang wordt beoordeeld toegelicht, inzichtelijk gemaakt en is dat in overeenstemming met goed koopmansgebruik.
Afwaardering dubieuze debiteuren toegestaan
Gelet op de cijfermatige verwerking van de voorziening dubieuze debiteuren per debiteur in de grootboekrekening, is het voor het hof aannemelijk geworden dat de BV de oninbaarheid van de desbetreffende bedragen per debiteur heeft beoordeeld. In tegenstelling tot wat de inspecteur heeft gesteld is het hof van oordeel dat de BV aannemelijk heeft gemaakt dat de afwaardering zijn grondslag vindt in een reëel risico dat de vordering door cliënten niet of voor een deel niet zal worden terugbetaald. De afwaardering blijkt achteraf juist omdat alle betreffende vorderingen finaal zijn afgeboekt. De correctie van de inspecteur is naar het oordeel van het hof dan ook onterecht geweest.
Ook voor de bepaling van de waarde van een schuldvordering op de fiscale balans is het subjectieve oordeel dat de belastingplichtige zich daaromtrent heeft gevormd beslissend. Ten aanzien van de lening voert de BV aan dat de afspraken hierover mondeling zijn overeengekomen en berusten op wederzijds vertrouwen. Het hof is echter van oordeel dat bij de totstandkoming van de vordering, de inhoud van de leningsovereenkomst en de reden tot afwaardering daarvan zijn geen stukken overgelegd. De afwaardering van de vordering is naar het oordeel van het hof terecht door de inspecteur gecorrigeerd.
Reis met duidelijk privé-doel
De ruim € 20.000,- aan reis-en verblijfskosten die de BV heeft betaald vanwege een groepsreis ter bevordering van de samenwerking tussen de aandeelhouders vormen volgens de inspecteur een winstuitdeling en zijn daarom niet aftrekbaar. De inspecteur stelt dat sprake is van een reis met een duidelijk privé doel. Het hof is van oordeel dat het privékarakter van de reis- en verblijfkosten zodanig overheerst dat de uitgaven als winstuitdeling zijn aan te merken. De combinatie van de duur van het verblijf, het verblijf op twee locaties en het meereizen van de partners maken dat de BV de kosten van de reis voor haar rekening heeft genomen met het doel haar indirecte aandeelhouders te bevoordelen. De BV moet zich van die bevoordeling bewust zijn geweest.
Voor de vraag of de met het personeelsfeest gemoeide kosten ten goede zijn gekomen aan de (indirecte) aandeelhouders van de BV verwijst de inspecteur naar informatie die hij heeft verkregen op basis van een renseignement van de buitenlandse fiscale autoriteiten. Uit het renseignement blijkt dat het gaat om een groot evenement met ongeveer 400 gasten. Tot dit renseignement behoort een ongedateerde offerte voor een feest op 24 december 2016. De BV gaf in een uitnodiging die was opgenomen in de nieuwsbrief van de BV aan dat het ging om een feest voor personeel en cliënten en hun kinderen.
Kosten personeelsfeest zijn winstuitdeling
Gelet op de informatie uit het renseignement is het voor het hof aannemelijk geworden dat de kosten voor het personeelsfeest geen betrekking hebben op het in de nieuwsbrief aangekondigde feest. De BV heeft geen enkele andere informatie omtrent de aard van het personeelsfeest gegeven anders dan de uitnodiging in de nieuwsbrief. Voor het hof is het duidelijk dat het feest een privéaangelegenheid is geweest en dat daarmee de kosten van het feest aan een of meer van de (indirecte) aandeelhouders van de BV ten goede zijn gekomen. De kosten van het personeelsfeest zijn derhalve terecht als winstuitdeling aangemerkt en niet in aftrek op de winst toegelaten.
Vergrijpboetes verminderd
De vergrijpboetes die de inspecteur heeft opgelegd voor de correcties reis- en verblijfkosten, verbouwingskosten en personeelsfeest zijn volgens hem terecht omdat het aan de BV te wijten is dat er (initieel) te weinig vennootschapsbelasting is geheven. Het hof is van oordeel dat de vergrijpboetes wel terecht zijn opgelegd maar vermindert de vergrijpboetes van 2015 en 2016 voor zover die zien op de dubieuze debiteuren. De overige vergrijpboetes worden verminderd met 15% wegens overschrijding van de redelijke termijn. Omdat de redelijke termijn met afgerond een jaar en negen maanden is overschreden heeft de BV recht op een vergoeding van immateriële schade van € 2.000,-.
Gerechtshof Den Haag, ECLI:NL:GHDHA:2025:2317
