Volgens het onderzoek geeft 41 procent van de potentiële, huidige of voormalige eigenaren aan dat zij onvoldoende zijn of waren voorbereid op het eigenaarschap. Met name onderwerpen als persoonlijke ontwikkeling, bedrijfsstrategie, ondernemerschap, omgaan met falen en financiële kennis en vaardigheden komen volgens respondenten te weinig aan bod.
Eisen eigenaarschap toegenomen
De onderzoekers signaleren dat de eisen aan eigenaarschap de afgelopen jaren zijn toegenomen. Dat hangt onder meer samen met groeiende familiestructuren, bedrijfsoverdrachten waarbij weinig aandacht was voor de psychologische kant van het familiebedrijf. Goed eigenaarschap vraagt meer dan alleen ervaring binnen de onderneming en vereist competenties die niet automatisch ontstaan door in het bedrijf werkzaam te zijn.
In het onderzoek worden drie typen competenties onderscheiden: matchingcompetenties (die verwijzen naar het herkennen en benutten van waardevolle combinaties van middelen), governancecompetenties (die betrekking hebben op waardecreatie via effectief bestuur en een passende organisatiestructuur) en timingcompetenties (die gaan over het maken van strategische keuzes op het juiste moment). Volgens de onderzoekers vragen deze vaardigheden om gerichte ontwikkeling, bijvoorbeeld via opleiding of training.
Voorbereiding op werken in het familiebedrijf
Opvallend is verder dat er een duidelijk verschil bestaat tussen de voorbereiding op werken in het familiebedrijf en de voorbereiding op eigenaarschap. Opleidingen en werkervaring blijken in de praktijk vooral gericht op operationele rollen en veel minder op de vraag wat het betekent om eigenaar te zijn. Ook in familiestatuten ontbreekt vaak een uitwerking van de opleiding, competenties of voorwaarden die nodig zijn om actief of passief eigenaar te worden.
Tegelijkertijd laat het onderzoek een zekere spanning zien in de manier waarop eigenaren naar zichzelf kijken. Bijna twee derde van de respondenten, 61 procent, beschouwt zichzelf als een goede en verantwoordelijke eigenaar. Verantwoordelijk eigenaarschap en continuïteit worden door respondenten belangrijker gevonden dan financiële doelstellingen zoals winstoptimalisatie of het veiligstellen van welvaart voor de familie.
Tekortkomingen governance
Naast de gebrekkige voorbereiding op eigenaarschap wijst het onderzoek ook op tekortkomingen in de formele inrichting van familiegovernance. Bij 54 procent van de familiebedrijven ontbreekt een vorm van formele familiegovernance. Juist die governance is volgens de onderzoekers van groot belang om spanningen en conflicten binnen de familie te voorkomen, zeker wanneer sprake is van zowel actieve als passieve eigenaren. Naarmate familiebedrijven groter worden, neemt ook de mate van familiegovernance toe. Eerder bleek al uit onderzoek van Nyenrode, RSM en Van Lanschot dat meer dan de helft van de familiebedrijven geen dividendbeleid heeft. Het ontbreken van heldere afspraken zou volgens de onderzoekers ook wijzen op een ‘duidelijke behoefte aan verdere professionalisering binnen de governance van familiebedrijven’.
Anita van Gils, Scientific Director van CEI, benadrukt dat het zorgvuldig inrichten van verantwoordelijkheden rond eigenaarschap essentieel is voor de continuïteit van familiebedrijven. “Veel familiebedrijven groeien, net als de familie zelf. Zonder professioneel ingerichte familiegovernance neemt de kans op misverstanden en spanningen in de familie flink toe. Als een bedrijf al generaties lang in handen is van dezelfde familie, kunnen er veel vertakkingen zijn in de familie-eigenaarsboom. Wie moet dan allemaal betrokken blijven bij het bedrijf en op welke wijze? Welke keuze maak je als het gaat om eigenaarschap van niet in het familiebedrijf werkende opvolgers? Dit soort vragen roept om een strategie rondom eigenaarschap en het inrichten van familiegovernance. Formuleer helder wat eigenaarschap betekent binnen de familie, zowel voor actieve als passieve eigenaren, en welke verwachtingen en competenties daarbij horen.”
Niet uitsluitend als fiscale exercitie
Ook BDO wijst erop dat eigendomsoverdracht niet uitsluitend als fiscale exercitie moet worden benaderd. Hoewel regelingen als de bedrijfsopvolgingsregeling de overdracht fiscaal aantrekkelijk kunnen maken, laat het onderzoek zien dat overdracht in de praktijk veel breder is dan een technische of fiscale handeling. Respondenten geven bijvoorbeeld aan dat certificaten soms zijn verstrekt zonder dat daar binnen de familie vooraf goed over is gesproken.
Machiel Gosschalk, partner en specialist familiebedrijven bij BDO Nederland, noemt eigenaarschap nadrukkelijk een governancevraagstuk dat vraagt om ontwikkeling en bewuste keuzes. “Veel bedrijven zijn nog te operationeel gericht en hebben te weinig aandacht voor hun familiegovernance. Eigenaarschap gaat verder dan belastingoptimalisatie en vraagt om bewuste keuzes, goede afspraken en een stevig governance fundament. We zien dat de complexiteit in familiebedrijven toeneemt. Daarmee is professioneel eigenaarschap geen luxe meer, maar noodzaak. Tijdig investeren in governance, duidelijke rollen benoemen en vastleggen en de eigenaren goed voorbereiden op hun rol, versterkt de familierelaties en daarmee de toekomst van hun onderneming.”
