Door de oproepovereenkomst blijft de financiële consequentie voor de werknemer echter beperkt tot een gefixeerde schadevergoeding ter hoogte van één dag loon.
Verduistering voldoende bewezen voor dringende reden
Aanleiding voor het ontslag waren structurele voorraadverschillen in 2025 bij de Amsterdamse vestiging. Uit onderzoek, inclusief camerabeelden en voorraadanalyses, bleek dat rolcontainers met frisdrank en bier zonder orderbon werden klaargezet en via een chauffeur werden afgevoerd. De werknemer – een orderpicker met een oproepovereenkomst – was volgens de kantonrechter zichtbaar betrokken bij het verzamelen en klaarzetten van deze goederen.
Hoewel de werknemer zijn betrokkenheid bleef ontkennen en stelde dat er wel degelijk was gescand en gewerkt met opdrachtbonnen, acht de kantonrechter dat verweer onvoldoende onderbouwd. Doorslaggevend zijn de combinatie van beeldmateriaal, voorraadgegevens en verklaringen van andere betrokken werknemers, die de werkwijze ronde de verduistering bevestigden.
De rechter kwalificeert het handelen als verduistering in dienstbetrekking. Dat levert, in lijn met artikel 7:678 BW, een dringende reden op voor ontslag op staande voet. Van verzachtende omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten leiden, is niet gebleken.
Niet alleen dringende reden, maar ook opzet of schuld vereist
Interessant is dat de kantonrechter expliciet stilstaat bij het onderscheid tussen een dringende reden en de aanvullende eis voor toekenning van de gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:677 lid 2 BW. Alleen het bestaan van een dringende reden is daarvoor niet voldoende; vereist is dat deze door opzet of schuld van de werknemer is veroorzaakt.
Hoewel Hanos dit element niet expliciet had uitgewerkt in haar verzoekschrift, leidt de kantonrechter uit de vastgestelde feiten af dat de werknemer willens en wetens heeft meegewerkt aan de verduistering. Daarmee is voldaan aan het vereiste van opzet of schuld, zodat de werknemer in beginsel schadeplichtig is.
Oproepovereenkomst drukt vergoeding naar één dag loon
De kern van de uitspraak zit vervolgens in de hoogte van die schadevergoeding. Hanos ging uit van ruim één maandsalaris, gebaseerd op een reguliere opzegtermijn. De kantonrechter volgt dat niet.
Omdat sprake was van een oproepovereenkomst, geldt op grond van artikel 7:672 lid 5 BW dat de opzegtermijn voor de werknemer gelijk is aan de oproeptermijn. Die oproeptermijn was in de toepasselijke cao Groothandel in Horecaproducten rechtsgeldig verkort tot 24 uur. Daarmee komt ook de opzegtermijn op 24 uur uit.
Dat heeft directe gevolgen voor de gefixeerde schadevergoeding: die wordt gelijkgesteld aan het loon over de periode dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had voortgeduurd. In dit geval dus één dag.
Bij gebrek aan concrete gegevens over het feitelijke werkpatroon sluit de kantonrechter aan bij de cao-norm van 40 uur per week. Dat resulteert in een dagloon van €115,92 bruto, toegewezen als netto schadevergoeding.
