In een brief aan FNV-voorzitter Hans Spekman schrijft het kabinet dat het stopt met het voorgenomen wetsvoorstel om de AOW-leeftijd weer een-op-een te koppelen aan de levensverwachting. De maatregel was onderdeel van de financiële afspraken uit het coalitieakkoord.
In het pensioenakkoord van 2019 was de koppeling juist versoepeld: een jaar langer leven betekent sindsdien acht maanden langer doorwerken. In een gelijktijdig gedeelde pensioenbrief beschrijft Vijlbrief de achtergrond: door de vergrijzing komt de financiering van de AOW verder onder druk te staan, terwijl het kabinet de voorziening ook voor toekomstige generaties houdbaar wil houden.
Ultimatum vakbonden
Voor de vakbonden was de voorgenomen aanscherping onacceptabel. FNV, CNV en VCP hadden het kabinet eerder een ultimatum gesteld vanwege de voorgenomen ingrepen in AOW, WW en WIA. De bonden eisten dat de plannen van tafel zouden gaan en dreigden anders met collectieve acties.
Met het intrekken van het AOW-plan komt het kabinet de vakbeweging deels tegemoet. Volgens de NOS ontstaat na 2033 op termijn een financieel gat van netto ruim €2,7 miljard per jaar als de snellere verhoging van tafel gaat. Hoe dat moet worden opgevangen, is nog niet duidelijk.
WW en WIA
Ook de plannen rond de WW en WIA worden voorlopig niet in de voorgestelde vorm doorgezet. In de brief schrijft het kabinet dat het met vakbeweging en werkgevers in gesprek wil over manieren om mensen sneller van werk naar werk te helpen en de werking van de WIA te verbeteren.
Helemaal van tafel is de bezuinigingsopgave daarmee niet. Volgens het FD raakt de bredere handreiking rond AOW, WW en WIA aan circa €6 miljard per jaar aan ingeboekte besparingen. Het kabinet schrijft in de brief dat het blijft staan voor een verantwoorde ontwikkeling van de overheidsfinanciën op korte en lange termijn en ‘geen rekening wil doorschuiven’.
De vraag is nu of de handreiking voldoende is om de bonden van acties te laten afzien en het overleg in de polder weer op gang te brengen.
