In mei besloot het kabinet de compensatieregeling voor alle werkgevers af te schaffen per 1 januari. Dat leverde protest op van onder meer werkgeversclubs VNO-NCV en MKB-Nederland. Zij pleitten enkele weken terug voor het behoud van de compensatieregeling voor de transitievergoeding tot de hervorming van de transitievergoeding zelf is afgerond. Zij vinden met name het betalen van een transitievergoeding na twee jaar ziekte onrechtvaardig. Werkgevers zullen terughoudender worden met het aanbieden van een vast contract, zo dreigden zij. Bovendien betalen de werkgevers de compensatieregeling vanuit het Aof uit eigen zak. “Het afschaffen van deze compensatieregeling zonder het neerwaarts bijstellen van de Aof-premie na slechts een paar jaar verkleint het vertrouwen van werkgevers in de overheid.”
Koppeling met hervorming
Minister Vijlbrief (Sociale zaken) erkent nu dat afschaffing van compensatie en hervorming van de transitievergoeding hand in hand moeten gaan, zo schrijft het FD. Los daarvan wordt de voorziene afschaffingsdatum van 1 januari volgend jaar niet gehaald, zo stellen ingewijden. De behandeling van het wetsvoorstel is tot slot voorlopig aangehouden, zo besloot de Tweede Kamer vlak voor het zomerreces.
Besparing van 800 miljoen
De minderheidscoalitie besloot om de transitievergoeding te schrappen voor werkgevers die “voldoende heeft geïnvesteerd” in om- en bijscholing van een medewerker. Dat maakte ook de compensatie voor het betalen van een transitievergoeding aan werknemers die arbeidsongeschikt raken overbodig. Dat zou jaarlijks meer dan € 800 miljoen schelen.
Maar eerst moet worden geregeld dat werkgevers die zich voldoende inspannen ook daadwerkelijk worden vrijgesteld van de transitievergoeding, vindt de Kamer. Vijlbrief noemde de afschaffing van de compensatie vorige week “onhandig getimed”. Rond Prinsjesdag zou hij met nieuwe voorstellen komen.
