De stemming over de Wet werkelijk rendement box 3 is door de Eerste Kamer net voor het zomerreces uitgesteld. Er is met name weerstand tegen het belasten van ongerealiseerd rendement. De regering is gevraagd om met aanpassingen te komen.
Diezelfde regering probeert nu in overleg met de oppositie de begroting voor komend jaar rond te krijgen en daarin speelt ook box 3 een rol: een aanpassing heeft ook gevolgen voor de inkomsten en hoe dat eventuele verlies met belastingverhogingen elders moet worden goedgemaakt. De druk is groot, want eind deze week moet de miljoenennota naar de Raad van State, zo schrijft het FD.
Heel nieuw voorstel
Een optie om aan de bezwaren tegemoet te komen, is achterwaartse verliesverrekening, maar het is de vraag of de Eerste Kamer daarmee over de streep valt te trekken. Kansrijker is een heel nieuw wetsvoorstel met een vermogenswinstbelasting voor alle beleggingen.
Een verandering gaat echter wel zorgen voor minder belastinginkomsten dan verwacht. Achterwaartse verliesverrekening zou een gat van € 4 miljard slaan in de begroting, een heel nieuw wetsvoorstel doet over een periode van tien jaar een greep van € 22 miljard in de staatskas. Dat is overigens niet meer dan de huidige tegenbewijsregeling kost: die zou bij voortzetting vanaf 2028 jaarlijks zorgen voor € 2,5 miljard minder inkomsten.
Hogere winstbelasting als compensatie
Om dat gat op te vullen, moet elders gesleuteld worden. Pro vindt dat de belasting voor werkenden niet omhoog mag, de ChristenUnie wil niet dat koopkrachtreparatie voor middeninkomens die erop achteruit dreigen te gaan mag sneuvelen. Nu zou worden gedacht aan een verhoging van de vennootschapsbelasting. Een optie is het schrappen van het verlaagd tarief over de eerste € 200.000 winst. Maar de vraag is of daar aan de rechterzijde van het politieke spectrum de handen voor op elkaar gaan.
Korting bij vrijwillig eerder betalen
Rik Hospers, onderzoeker steward-leiderschap aan de Universiteit voor Humanistiek, doet in het FD nog een ander voorstel voor box 3: wie via een voorheffing bereid is eerder belasting te betalen over ongerealiseerde winsten, krijgt korting. Hij denkt aan een verlaging van 36% naar 27%, als is dat volgens hem ook “zeker geen cadeautje”.
Inflatiecorrectie
Hospers vindt daarnaast dat ook bij het belasten van vermogen aandacht moet zijn voor het effect van inflatie. “Het tarief van 36% leidt bij rendementen van 6% en lager tot een hoge reële belastingdruk als de inflatie jaarlijks rond de 3% blijft balanceren. Spaarders hebben vaak nog een lager rendement en gaan er in reële termen op achteruit. En een belegger is het overgrote deel van zijn vermogenswinst kwijt aan belasting en inflatie. “Dat deugt niet.” Hospers ziet een oplossing in het invoeren van een aftrekpost om te corrigeren voor inflatie. “Dit introduceert ook een progressief element in de belastingheffing, aangezien de nominale belastingdruk het hoogste wordt bij beleggers die de hoogste procentuele rendementen maken.” Bovendien wordt de rentevergoeding op spaargeld nagenoeg belastingvrij, wat de kleine spaarders ontziet.