Dat blijkt uit de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) voor 2027. Met de aanpassingen wil het kabinet ruimte maken voor overleg met werkgevers en vakbonden over de toekomst van de sociale zekerheid en arbeidsmarkt.
Eerder had het kabinet al aangekondigd niet door te gaan met het voornemen om de AOW-leeftijd een-op-een te koppelen aan de ontwikkeling van de levensverwachting. Dat besluit is nu verwerkt in de begroting.
Maximum dagloon blijft intact
Ook de voorgenomen verlaging van het maximum dagloon gaat definitief van tafel. Dat dagloon bepaalt onder meer de maximale hoogte van uitkeringen die het UWV verstrekt.
Andere bezuinigingen op de sociale zekerheid en arbeidsmarkt die voor 2027 waren voorzien, worden met een jaar uitgesteld. Daaronder valt de maatregel rond de compensatie voor de transitievergoeding.
Verder schuift de verkorting van de WW-duur door naar 1 januari 2029. Hetzelfde geldt voor de daarmee samenhangende verhoging van de WW-uitkering gedurende de eerste twee maanden.
Minister Vijlbrief schrijft aan werkgevers en vakbonden dat hierdoor voorlopig geen wetgeving hoeft te worden voorbereid voor maatregelen die in 2028 zouden ingaan. Het kabinet wil de ontstane ruimte gebruiken voor overleg over verbeteringen van de sociale zekerheid en arbeidsmarkt en over het stimuleren van economische groei. Dat gesprek moet volgens de minister zonder voorwaarden vooraf plaatsvinden. De uitkomsten kunnen vervolgens worden meegenomen bij een volgend budgettair besluitvormingsmoment.
Arbeidskorting 173 euro omhoog
Daarnaast trekt het kabinet geld uit om de koopkrachtdaling in 2027 te beperken. Volgens de nieuwste raming daalt de koopkracht voor een doorsnee huishouden met 0,1 procent. Eerder ging het CPB uit van een daling met 0,3 procent. Een doorsnee huishouden met een laag inkomen gaat er volgens de raming 0,2 procent op vooruit en een doorsnee oudere 0,3 procent.
Onderdeel van het pakket is een verhoging van de arbeidskorting met 173 euro. Ook worden de belastingtarieven in de eerste en tweede schijf verlaagd en worden de accijnskortingen verlengd.
Daar staan verschillende lastenverzwaringen tegenover. De inkomensgrens voor het hoogste belastingtarief wordt niet geïndexeerd, waardoor belastingplichtigen eerder in het hoogste tarief terechtkomen. De ouderenkorting wordt met 100 euro verlaagd. Ook verdwijnen enkele fiscaal negatief geëvalueerde regelingen, stijgt de belasting op leidingwater enigszins en gaat de premie voor de Werkhervattingskas omhoog vanwege hogere kosten voor WGA-uitkeringen.
Het kabinet benadrukt dat het koopkrachtpakket nog geen definitief politiek eindpunt is. Het wil met de Tweede Kamer spreken over de uiteindelijke invulling.
Kinderopvangtoeslag minder sterk omhoog
De kinderopvangtoeslag stijgt in 2027 minder sterk dan in het coalitieakkoord was voorzien. Het kabinet trekt volgend jaar 322 miljoen euro extra uit voor een verhoging. Voor veel ouders komt de toeslag daarmee nog steeds hoger uit dan in 2026.
Voor huishoudens met een laag inkomen en een hoge energierekening komt daarnaast 193 miljoen euro beschikbaar via het Noodfonds Energie. Het kabinet verwacht dat ongeveer 500.000 huishoudens daarvoor in aanmerking komen.
Ook wordt 5 miljoen euro extra uitgetrokken om het aantal Meedoenbalies in asielzoekerscentra uit te breiden van 40 naar 90. Via die balies moeten nieuwkomers sneller aan werk en andere participatieactiviteiten worden geholpen.
Meer informatie vind je hier.
