• Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
  • Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
Fiscaal Vanmorgen

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
Home » CBb: suppletieaangiften btw ten onrechte buiten beschouwing gelaten bij berekening TVL

CBb: suppletieaangiften btw ten onrechte buiten beschouwing gelaten bij berekening TVL

Nieuws

6 december 2022 door Fiscaal Vanmorgen

De RVO heeft de op de aangifte omzetbelasting ingediende suppleties van een ondernemer ten onrechte buiten beschouwing gelaten bij de berekening van het omzetverlies voor de TVL, oordeelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). Het beroep van de ondernemer is gegrond en het bestreden besluit wordt vernietigd. De RVO dient een nieuw besluit op het bezwaar te nemen.

Suppletieaangiftes

De RVO had de aanvraag van de ondernemer voor een subsidie op grond van de TVL voor Q4 2020 afgewezen. Bij het CBb stelt de ondernemer dat dat onterecht is. De boekhouder van de ondernemer heeft een onjuiste aangifte omzetbelasting ingediend, waardoor de RVO de berekening van het omzetverlies aan de hand van foutieve omzetgegevens heeft uitgevoerd. Inmiddels heeft de ondernemer door het indienen van suppletieaangiftes de omzetten over Q4 2019 en Q4 2020 gecorrigeerd. In de bezwaarfase heeft de ondernemer op verzoek van de RVO ter onderbouwing van de gecorrigeerde omzetten nadere (financiële) stukken aangeleverd, waaronder bankafschriften. Op grond van de gecorrigeerde omzetten voldoet de ondernemer zowel aan de voorwaarde dat het omzetverlies ten minste 30% bedraagt, als aan de voorwaarde dat de vaste lasten ten minste € 3.000,- bedragen. De RVO dient daarom, aldus de ondernemer, haar alsnog subsidie voor Q4 2020 te verlenen.

Oordeel CBb

Niet in geschil is dat hier voor de ondernemer Q4 2019 als referentieperiode en Q4 2020 als subsidieperiode geldt. Een van de voorwaarden om voor subsidieverlening in aanmerking te komen is dat de omzet in de subsidieperiode ten minste 30% lager moet zijn dan die in de referentieperiode.

De ondernemer heeft in haar aangifte omzetbelasting voor Q4 2019 (de referentieperiode) een omzet opgegeven van € 10.252,-. Vervolgens heeft zij voor dat kwartaal een suppletie op de aangifte omzetbelasting ingediend waarin een (gecorrigeerde) omzet van € 40.744,- is opgegeven. Voor Q4 van 2020 (de subsidieperiode) is een omzet van € 48.121,- opgenomen in de aangifte omzetbelasting. Daarna heeft de ondernemer voor Q4 2020 twee suppleties op de aangifte omzetbelasting ingediend waarin (gecorrigeerde) omzetten zijn opgenomen van respectievelijk € 17.387,- en € 15.072,-. De RVO heeft aan de hand van de bij de ondernemer opgevraagde stukken nader onderzoek gedaan naar de in de suppletieaangiften opgegeven omzetten en vervolgens besloten om de suppletieaangiften niet te betrekken bij de berekening of sprake is van ten minste 30% omzetverlies.

De vraag die hier voorligt, is of de RVO in dit geval de op de aangifte omzetbelasting ingediende suppleties buiten beschouwing mocht laten. Het College is van oordeel dat deze vraag ontkennend moet worden beantwoord en overweegt daarbij het volgende.

Voor ondernemingen geldt dat het uitgangspunt is dat het omzetverlies op grond van artikel 2.1.2, vijfde lid, van de TVL wordt berekend aan de hand van de aangifte omzetbelasting. De regelgever heeft daar bewust voor gekozen in verband met de uitvoerbaarheid van de TVL en de beperking van de administratieve lasten. Voor ondernemingen die niet over hun gehele omzet aangifte doen voor de omzetbelasting, is de omzet het bedrag van de omzet zoals dat op eenvoudige en duidelijke wijze blijkt uit de financiële administratie van de onderneming of uit een ander bewijsstuk (2.1.2, zesde lid, van de TVL).

Het College gaat ervan uit dat in dit geval artikel 2.1.2, vijfde lid, van de TVL van toepassing is. De stelling van de ondernemer in bezwaar dat zij niet over haar gehele omzet omzetbelasting betaalt wordt niet alleen niet in beroep herhaald, maar deze stelling vindt ook geen steun in de nadien door de ondernemer gedane suppletieaangiften over Q4 2019 en Q4 2020. Dit betekent dat op grond van het vijfde lid van artikel 2.1.2 van de TVL voor de omzet van de ondernemer uitgegaan moet worden van het bedrag waarvoor zij aangifte doet voor de omzetbelasting.

Wat betreft de mogelijke onjuistheid van een aangifte omzetbelasting, heeft het College eerder overwogen dat het primair de taak van de minister van Financiën (de Belastingdienst) is om te controleren of een aangifte overeenkomstig het bepaalde bij en krachtens de Wet op de omzetbelasting 1968 is gedaan en dat de RVO, zolang de Belastingdienst niet tot correctie overgaat, dient uit te gaan van de in de aangifte omzetbelasting opgegeven omzet (zie de uitspraak van 2 augustus 2022, ECLI:NL:CBB:2022:491, r.o. 4.3). Het College ziet geen aanleiding om hier als het gaat om een op de aangifte omzetbelasting ingediende suppletie anders over te oordelen. Dat de ondernemer pas in de bezwaarfase de suppletieaangiften heeft ingediend en de RVO – mede omdat de ondernemer gedurende de gehele procedure niet eenduidig is geweest wat betreft de hoogte van de van belang zijnde omzetten – twijfels heeft of de in die aangiften opgegeven omzetten ook daadwerkelijk zijn gerealiseerd, is onvoldoende reden om de aanvraag voor subsidieverlening niettemin af te wijzen. Kortom, pas als de Belastingdienst concludeert dat één of meer van de op de aangiften omzetbelasting ingediende suppleties onjuist (is) zijn, dan wel te laat (is) zijn ingediend, en overgaat tot een aanpassing daarvan, kan de RVO besluiten om de subsidieverlening dan wel -afwijzing daarop aan te passen (vergelijk ook de uitspraak van het College van 11 oktober 2022, ECLI:NL:CBB:2022:703).

Het beroep is gegrond gelet op wat hiervoor is overwogen.

College van Beroep voor het bedrijfsleven, ECLI:NL:CBB:2022:782

Categorie: Nieuws Tags: BTW, CBb, omzetbelasting, suppletie-aangifte, TVL

Tags: BTW, CBb, omzetbelasting, suppletie-aangifte, TVL

Gerelateerde artikelen

5 augustus 2026

Belgische fiscus worstelt met ICT: 190.000 ondernemers krijgen onterechte btw-aanmaning

4 augustus 2026

Belastingdienst stuurt sms over ontbrekende btw-aangifte

31 juli 2026

Nog geen bouwbestemming, tóch al bouwterrein voor de btw

7 juli 2026

Belastingdienst: gebrekkige rittenregistratie blijft veelvoorkomende oorzaak van fiscale correcties

Docenten

Rob van Oosterhout
Bernard Schols
Albert Heeling
Olga Jansen
Peter Kerkhof
Jan van Wijngaarden
Wilbert Nieuwenhuizen
Jurriën van der Heijden
Jan Mooren
Bart Koreman
Rohalt Janssens
Barry Willemsen
Willem Veldhuizen
Roger van de Berg
Audrey Brunings
Kees Beishuizen
Léon de Jager
John Bult
Winfred Merkus
Heleen Elbert
Martijn Bedaux
Bob de Koning
Ognjen Soldat
Imke Bos
Jasper van den Bergen
Guney Bagislayici
Kirsten Kievit
Chris Dijkstra
Debby Kettler
Debby Kettler
Ron Mulder
Joost Severs
Mike Wong
Tim van Wordragen
Chanien Engelbertink
Almer de Beer
Almer de Beer
Aimée van der Paardt
Hans Geuns
René van der Paardt
Bram Lemmens
Ewoud de Ruiter
Alex Schrijver
Bob van Leeuwen
Koert van Loon
Jeroen Knol
Pieter Kok
Patrick Wille
Hans Tabak
Joost Diks
Hanneke Kroonenberg
Matthijs van Keulen
Ludo Mennes
Tom Berkhout
Derwish Rosalia
Erik van Toledo
Kirsten Roskam
Martijn Paping
Martijn Paping
Herman van Kesteren
jan wietsma
Jan Wietsma
Joep Swinkels
Edwin de Witte
Rakesh Ghirah
Michiel Pouwels
Teunis van den Berg
Casper Mons
Martine Cranendonk
Arnaud Booij
Daan van Antwerpen
Marja van den Oetelaar
Martin de Graaf

Blogs

  • Notaris kon btw op kosten niet volledig aftrekken! 12 weergaven
  • Verlegging van invoer-btw in Nederland: van vooruitstrevend naar achter de feiten aan lopen 6 weergaven
  • Hof van Justitie: verplichte vermelding op factuur bij toepassing vereenvoudigde ABC-regeling 4 weergaven
  • Goede doelen en btw; 5 tips waar je als goed doel aan moet denken 3 weergaven

Fiscaal Vanmorgen (FV) is het platform voor belastingadviseurs, fiscalisten, accountants en iedereen die geïnteresseerd is in fiscale opleidingen en fiscaal nieuws.

Fiscaal Vanmorgen is een uitgave van MOCuitgevers Vanmorgen.

 

Categorie

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière

Info

  • Over ons
  • Contact
  • Algemene voorwaarden MOCuitgevers Vanmorgen
  • Annuleringsvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
Cookies
Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt Fiscaal Vanmorgen gebruik van cookies.
  • Ik ga akkoord
  • Instellingen
  • Functionele cookies zijn noodzakelijk voor de werking van deze website
  • We gebruiken Google Analytics, netjes geanonimiseerd
  • Annuleren
  • Ik ga akkoord

Instellingen