• Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
  • Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
Fiscaal Vanmorgen

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
Home » BOR: geen rekening gehouden met mogelijk faillissement, dwaling niet van toepassing

BOR: geen rekening gehouden met mogelijk faillissement, dwaling niet van toepassing

Nieuws

12 april 2024 door Fiscaal Vanmorgen

Als op het moment van de schenking van certificaten van aandelen niet voldoende is nagedacht over de gevolgen van een mogelijk voortijdig faillissement van de onderneming, dan is een beroep op dwaling tevergeefs om geschonken certificaten terug te leveren, aldus rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Drie kinderen in een gezin krijgen op 29 september 2014 van hun ouders 25 certificaten van aandelen in een BV geschonken. De certificaten behoorden bij de ouders tot een aanmerkelijk belang. De kinderen passen in hun aangiften schenkbelasting de bedrijfsopvolgingsregeling toe. Een van de kinderen, een zoon, krijgt een aanslag schenkbelasting opgelegd naar een bruto verkrijging van € 468.939,-. De toepassing van de vrijstelling voor kinderen (€ 5.229,-) en de voorwaardelijke vrijstelling van de BOR van € 444.790,- leidt tot een belaste verkrijging van € 18.920,- waarover € € 1.892,- schenkbelasting is verschuldigd.

De vader van de kinderen overlijdt in 2017 en op 27 juni 2017 gaat de BV failliet. Op 31 mei 2017 tekenen de moeder, die handelt als executeur-testamentair van de overleden vader, en de kinderen een overeenkomt van dwaling. Hierin is vastgelegd dat de schenking heeft plaatsgevonden op grond van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit en dat zij bij de schenking van de aandelen het voornemen hadden om de onderneming voort te zetten.

De partijen stellen in de overeenkomst dat zij zich er niet bewust van geweest zijn dat de onderneming binnen 5 jaar failliet zou kunnen gaan. Zij hebben zich niet gerealiseerd dat als de onderneming niet kan worden voortgezet door oorzaken die buiten hun macht liggen, zoals een faillissement, niet aan het voortzettingsvereiste geacht wordt te zijn voldaan. De kinderen en de moeder doen een beroep op dwaling volgens artikel 6.228 lid 1 sub c BW. De geschonken certificaten worden daarom om niet teruggeleverd aan de moeder.

Vrijstelling BOR komt te vervallen

De inspecteur legt aan de kinderen navorderingsaanslagen schenkbelasting op. In deze aanslagen is de voorwaardelijke vrijstelling van de BOR komen te vervallen. De belaste verkrijging komt daarmee voor elk van de kinderen op € 463.710,-. De kinderen tekenen bezwaar aan.

Naar het oordeel van rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft de inspecteur terecht geen vermindering verleend voor de aanslagen. Volgens de rechtbank is het geen issue dat ten tijde van de schenking van de certificaten in 2014 werd voldaan aan de vereisten voor toepassing van voorwaardelijke vrijstelling van de BOR. En ook niet dat de certificaten op 31 mei 2017, dus binnen 5 jaar na schenking, zijn teruggeleverd aan de moeder, en dat dat is geschied omdat het faillissement vande BV in juni 2017, dus ook binnen vijf jaar na de schenking, tot gevolg had dat niet meer voldaan werd aan het voorzettingsvereiste van artikel 35e SW.

Onvoldoende aanknopingspunten voor dwaling

Van dwaling kan volgens de rechtbank alleen sprake zijn als  zowel de ouders als de kinderen ten tijde van de schenking op 29 september 2014 in de veronderstelling verkeerden dat een faillissement van de BV binnen vijf jaar na de schenking niet zou leiden tot het vervallen van de BOR. Een dergelijke veronderstelling kan zich alleen hebben voorgedaan als de ouders en de kinderen ten tijde van de schenking rekening hielden met de mogelijkheid van een faillissement van binnen vijf jaar na de schenking. De kinderen en de moeder hebben echter onvoldoende aanknopingspunten verschaft om aan te nemen dat die veronderstelling ten tijde van de schenking bestond.

De adviseur van de kinderen en de moeder verklaarden tijdens de zitting dat de BV in 2010 en in 2013 winst heeft gemaakt en in 2011, 2012 en 2014 verlies leed, en dat er ten tijde van de schenking in 2014 geen reëel risico bestond op faillissement en dat dat risico hem pas in 2016 was gebleken. De ouders en de kinderen hebben tijdens de zitting verklaard dat zij zich bij de schenking er niet bewust van zijn geweest dat de onderneming binnen 5 jaar failliet zou kunnen gaan. Naar het oordeel van de rechtbank is daarom niet aannemelijk geworden dat een faillissement ten tijde van de schenking een omstandigheid was waar partijen rekening mee hebben gehouden.

Het argument dat de kinderen en de moeder aanvoerden hebben gedwaald omdat zij bij juiste informatie over de gevolgen van een faillissement binnen vijf jaar na de schenking die schenking niet of niet onder dezelfde voorwaarden zouden hebben laten plaatsvinden vindt geen gehoor bij de rechtbank.

Dat de ouders en de kinderen na de schenking wetenschap hebben gekregen van de omstandigheid dat een faillissement van de BV binnen vijf jaar na de schenking zou leiden tot terugnemen van de BOR  rechtvaardigt nog geen beroep op dwaling. En ook niet dat die wetenschap voor hen reden zou zijn geweest om de schenking niet of niet onder dezelfde voorwaarden te hebben gesloten.

Schenking niet ongedaan gemaakt door dwaling

Al met al zijn dat voor de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten om van dwaling te kunnen spreken. Het beroep op vernietiging van de schenkingsovereenkomst wegens wederzijdse dwaling als bedoeld in artikel 6:228, eerste lid, aanhef en letter c, BW moet daarom worden geacht te zijn voorgewend, aldus de rechtbank. Dat betekent dat de schenking niet is ongedaan gemaakt als gevolg van dwaling.

Een beroep van de moeder en de kinderen op een arrest van de Hoge Raad van 10 januari 2020, dat het aan de inspecteur is om aannemelijk te maken dat de vernietiging van de schenkingsovereenkomst slechts is voorgewend, slaagt niet voor de rechtbank. De rechtbank geeft aan dat uit het arrest blijkt dat de inspecteur pas aan zet komt als voldoende aanknopingspunten voor de gestelde dwaling zijn aangedragen, wat in dit geval niet is gebeurd.

De Hoge Raad heeft bedoeld dat het aan de inspecteur is om aannemelijk te maken dat de rechtsgrond voor de vernietiging van de schenkingsovereenkomst, derhalve het beroep op wederzijdse dwaling, slechts is voorgewend. De bewijslast dat er niet wederzijds is gedwaald, rust weliswaar op de inspecteur, maar de kinderen en de moeder dienen gelet op de bewijspositie van de inspecteur wel voldoende aanknopingspunten voor de gestelde dwaling te verschaffen. 

Dat leidt tot het oordeel van de rechtbank dat van een vermindering van de schenkbelasting geen plaats is.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, ECLI:NL:RBZWB:2024:2143

Categorie: Nieuws Tags: bedrijfsopvolgingsregeling, BOR, dwaling, schenkbelasting

Tags: bedrijfsopvolgingsregeling, BOR, dwaling, schenkbelasting

Gerelateerde artikelen

8 september 2026

Dwaling niet aannemelijk bij vaststellingsovereenkomst over staking onderneming

26 augustus 2026

Minister ziet niets in verruiming BOR

28 juli 2026

Blog | “Je kunt je kinderen nooit precies evenveel geven”

6 juli 2026

Fiscus actualiseert standpunten successiewet

Docenten

Casper Mons
Tom Berkhout
Tim van Wordragen
Judith Anema
Ludo Mennes
Hans Tabak
Rohalt Janssens
Wilbert Nieuwenhuizen
Pieter Kok
Danny Hooreman
Bob van Leeuwen
Jasper van den Bergen
Rakesh Ghirah
Edwin de Witte
Peter Kerkhof
Erik van Toledo
Kees Beishuizen
Olga Jansen
Ewoud de Ruiter
Debby Kettler
Debby Kettler
Patrick Wille
Martine Cranendonk
Guney Bagislayici
Ognjen Soldat
Derwish Rosalia
Aimée van der Paardt
Winfred Merkus
Arnaud Booij
Mike Wong
Almer de Beer
Almer de Beer
René van der Paardt
Joost Severs
Bram Lemmens
John Bult
Audrey Brunings
Teunis van den Berg
Rob van Oosterhout
Martin de Graaf
Bob de Koning
Jeroen Knol
Roger van de Berg
Barry Willemsen
Matthijs van Keulen
Hans Geuns
Albert Heeling
Joost Diks
Herman van Kesteren
Daan van Antwerpen
Kirsten Roskam
Alex Schrijver
Michiel Pouwels
Léon de Jager
Willem Veldhuizen
Chris Dijkstra
Jurriën van der Heijden
Bernard Schols
Koert van Loon
Chanien Engelbertink
Heleen Elbert
jan wietsma
Jan Wietsma
Hanneke Kroonenberg
Martijn Paping
Martijn Paping
Ron Mulder
Kirsten Kievit
Joep Swinkels
Marja van den Oetelaar
Jan Mooren
Jan van Wijngaarden
Bart Koreman
Martijn Bedaux

Blogs

  • Notaris kon btw op kosten niet volledig aftrekken! 18 weergaven
  • Goede doelen en btw; 5 tips waar je als goed doel aan moet denken 8 weergaven
  • OSS en de USA ondernemer: de O staat voor onmogelijk 6 weergaven
  • Verlegging van invoer-btw in Nederland: van vooruitstrevend naar achter de feiten aan lopen 4 weergaven

Fiscaal Vanmorgen (FV) is het platform voor belastingadviseurs, fiscalisten, accountants en iedereen die geïnteresseerd is in fiscale opleidingen en fiscaal nieuws.

Fiscaal Vanmorgen is een uitgave van MOCuitgevers Vanmorgen.

 

Categorie

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière

Info

  • Over ons
  • Contact
  • Algemene voorwaarden MOCuitgevers Vanmorgen
  • Annuleringsvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
Cookies
Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt Fiscaal Vanmorgen gebruik van cookies.
  • Ik ga akkoord
  • Instellingen
  • Functionele cookies zijn noodzakelijk voor de werking van deze website
  • We gebruiken Google Analytics, netjes geanonimiseerd
  • Annuleren
  • Ik ga akkoord

Instellingen