Als een natuurlijk persoon inwoner is van twee verdragsluitende staten wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de staat waarmee zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn (middelpunt van de levensbelangen). Als dat niet kan worden bepaald wordt hij geacht slechts inwoner te zijn van de staat waarin hij gewoonlijk verblijft, oordeelt de rechtbank Noord-Holland.