De veroordeling volgt op twee langlopende strafrechtelijke onderzoeken, genaamd Kapra en Kapra Annex, waarin de verdachte en zijn medeverdachten centraal stonden. Zij maakten opzettelijk en stelselmatig gebruik van gefingeerde facturen bij hun belastingaangiften.
Volgens de rechtbank is in het Kapra-onderzoek voor minstens 40 miljoen euro gefraudeerd, wat heeft geleid tot een belastingnadeel van 10 tot 13 miljoen euro. In de opvolgende zaak, Kapra Annex, werd nog eens voor 11,4 miljoen euro aan fraude vastgesteld, met een schadepost voor de Belastingdienst van zeker 2 miljoen euro.
Schijnconstructie zonder goederenstroom
De rechtbank is onder meer van oordeel dat de verdachte heeft gehandeld door middel van een schijnconstructie, waarbij valse facturen zijn opgemaakt zonder dat er enige werkelijke goederenstroom – in de vorm van kleding – aan ten grondslag lag. Uit het bewijs blijkt dat kledinghandelaren noch bestellingen hebben geplaatst bij verdachte of zijn ondernemingen, noch leveringen hebben ontvangen, ondanks facturen die anders doen vermoeden.
Bij de bedrijven van de verdachte ontbrak een voorraadadministratie, en uit onder meer tapgesprekken bleek nergens dat er werd gesproken over kleding, maten, kleuren of voorraden. Ook zijn er geen leveringen waargenomen bij de betrokken ondernemingen. De verklaring van verdachte dat kleding direct werd opgehaald of geleverd, is volgens de rechtbank ongeloofwaardig, mede omdat er geen transportbewijzen zijn aangetroffen en de administratie geen buitenlandse leveranciers vermeldt. De rechtbank acht het bewezen dat kledinghandelaren hun kleding rechtstreeks bij buitenlandse leveranciers bestelden en ontvingen.
Wel zijn in de administratie van de eerstelijnsondernemingen valse inkoopfacturen van Nederlandse leveranciers aangetroffen. Op beelden is te zien hoe de verdachte samen met anderen facturen opstelt en overhandigt aan de kledinghandelaren. Daarbij gaf hij zijn medewerkers instructies over de inhoud van de facturen, terwijl de kledinghandelaren bepaalden welk bedrag en welke datum erop moesten komen te staan. De facturen waren niet gespecificeerd en vermeldden slechts globale aantallen kledingstukken.
De verdachte ontving voor zijn diensten 7 à 8 procent commissie, constateert de rechtbank. Hij hield die commissie bij op notitiebriefjes en gaf vervolgens enveloppen met contant geld terug aan de kledinghandelaren. Zijn verklaring dat dit ging om geannuleerde bestellingen waarvoor geld werd teruggegeven, acht de rechtbank niet geloofwaardig. Er zijn geen creditnota’s aangetroffen die dit zouden kunnen onderbouwen.
Twee methodes
De fraude vond plaats via twee methodes:
- Methode 1: Er werd helemaal geen kleding geleverd; verdachte maakte facturen op, inde de BTW, en keerde contant geld minus commissie terug aan de kledinghandelaren.
- Methode 2: De kledinghandelaren bestelden zelf kleding bij buitenlandse leveranciers, maar lieten die leveranciers facturen opmaken op naam van een onderneming van verdachte. Verdachte betaalde deze buitenlandse facturen en stuurde vervolgens een Nederlandse factuur – met BTW – aan de kledinghandelaar, waarbij aantallen en soorten kleding niet overeenkwamen met de buitenlandse factuur.
‘Schaamteloze zelfverrijking’ en centrale rol
De rechtbank neemt het de verdachte zeer kwalijk dat hij ook na zijn eerste aanhouding in april 2021 doorging met strafbare handelingen. Volgens de rechtbank was er sprake van “schaamteloze zelfverrijking ten koste van de samenleving”. Hij stuurde katvangers aan die ondernemingen oprichtten voor het produceren van de valse facturen en speelde een centrale, aansturende rol.
Uit getuigenverklaringen, onder meer van een medeverdachte, blijkt dat verdachte handelde in valse facturen en daarvoor provisie ontving – een verklaring die de bevindingen van de FIOD bevestigt.
Oogmerk om facturen als echt te gebruiken
De valse facturen werden opgenomen in de administratie van de kledinghandelaren, die ze gebruikten voor hun belastingaangifte en daarmee de op de facturen vermelde BTW ten onrechte terugvorderden. Ook verdachte nam de facturen op in de administratie van zijn ondernemingen en stelde ze beschikbaar aan de Belastingdienst. Volgens de rechtbank blijkt hieruit ondubbelzinnig het oogmerk om de facturen als echt en onvervalst te gebruiken.
Witwassen van crimineel vermogen
Naast valsheid in geschrift en belastingfraude, is de man ook veroordeeld voor het medeplegen van gewoontewitwassen van minimaal 1,4 miljoen euro. De rechtbank noemt dit een ernstig economisch delict, dat onderliggende criminaliteit faciliteert en het vertrouwen in het financiële systeem aantast.
Hoewel de verdediging medische en persoonlijke omstandigheden aanvoerde, ziet de rechtbank geen aanleiding voor strafvermindering. Ook luidt het oordeel dat de redelijke termijn van berechting niet is overschreden, gezien de complexiteit en omvang van het onderzoek.
