Kavelruilvrijstelling
Tijdens de behandeling van het Belastingplan 2025 dienden de leden Vermeer (BBB) en Van Dijk (CDA) een motie in om te onderzoeken of de beperking van de kavelruilvrijstelling de transitie van het landelijk gebied en de agrarische sector hindert. Het kabinet heeft deze motie meegenomen in een bredere evaluatie van vrijstellingen in de overdrachtsbelasting, waarvan de resultaten eind 2025 worden verwacht.
Uit gesprekken binnen het ‘Platform Landbouw’ – een overleg tussen de Belastingdienst en agrarische vertegenwoordigers – bleek dat de nieuwe voorwaarden voor de vrijstelling als proportioneel en noodzakelijk worden gezien. De vrijstelling geldt alleen voor agrarische bedrijfswoningen en opstallen die ten minste tien jaar voor landbouwdoeleinden worden gebruikt. Hoewel de sector begrip toont voor deze voorwaarden, blijven zorgen bestaan over de gevolgen voor bedrijven die door overheidsingrijpen niet aan de voorwaarden kunnen voldoen.
Het kabinet ziet vooralsnog geen reden om de regeling aan te passen, maar houdt een “vinger aan de pols”. Mocht de evaluatie later dit jaar onvoorziene problemen aan het licht brengen, dan kan alsnog worden ingegrepen.
Familievrijstelling
In november 2024 deed de Minister van Financiën de toezegging om onderzoek te doen naar een uitbreiding van de familievrijstelling in de overdrachtsbelasting. Deze vrijstelling is bedoeld om bedrijfsoverdracht binnen de familie te stimuleren en versnippering van ondernemingen na overlijden te voorkomen. Momenteel geldt de vrijstelling voor kinderen, kleinkinderen, broers, zussen en hun partners.
Het onderzoek keek naar mogelijke uitbreidingen naar (groot)ouders, partners van de ondernemer en neven/nichten. Uit de analyse blijkt dat een uitbreiding naar partners (van neven en nichten) het meest aansluit bij de doelstelling van de vrijstelling. Neven en nichten behoren niet tot de kring van directe erfgenamen waardoor een dergelijke uitbreiding niet aansluit bij het doel van de vrijstelling.
De budgettaire gevolgen van een uitbreiding zijn beperkt: minder dan 0,5 miljoen euro per optie. Het kabinet zal nog een definitief besluit nemen. Uitbreiding van de vrijstelling zal daarmee naar verwachting in zeer beperkte mate leiden tot een dekkingsvraagstuk.
Cultuurgrondvrijstelling
Tijdens het tweeminutendebat over pacht in februari 2025 dienden de leden Holman (NSC) en Grinwis (CU) een motie in om te onderzoeken of de cultuurgrondvrijstelling beperkt kan worden tot alleen agrariërs. Momenteel geldt de vrijstelling voor alle kopers van landbouwgrond, zolang de grond ten minste tien jaar voor agrarische doeleinden wordt gebruikt. Dit betekent dat ook investeerders en particulieren van de vrijstelling kunnen profiteren, mits zij de grond verpachten of beschikbaar stellen aan agrariërs.
De motie vraagt om een aanpassing waarbij alleen agrariërs die de grond zelf gebruiken nog in aanmerking komen voor de vrijstelling. Dit onderwerp wordt besproken in het Platform Landbouw en meegenomen in de bredere evaluatie van vrijstellingen in de overdrachtsbelasting. De uitkomst van dit onderzoek wordt eind 2025 verwacht.
Lees hier de Kamerbrief.
