• Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
  • Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
Fiscaal Vanmorgen

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
Home » Hoge Raad: herleidingsmethode BPM niet toegestaan, cassatie BV ongegrond

Hoge Raad: herleidingsmethode BPM niet toegestaan, cassatie BV ongegrond

Nieuws

Een BV die BPM-aangiften deed voor gebruikte auto’s mag de afschrijving niet berekenen via de zogeheten herleidingsmethode. De Hoge Raad oordeelt dat deze methode niet wettelijk is toegestaan en ook niet verplicht wordt door artikel 110 VWEU. Cassatie faalt.

17 juli 2025 door Fiscaal Vanmorgen

Een BV doet in 2015 aangiften BPM in verband met de registratie van door haar vanuit een andere lidstaat naar Nederland overgebrachte gebruikte personenauto’s. Bij het berekenen van de verschuldigde BPM voor de elf auto ‘s hanteert de BV een vermindering als bedoeld in artikel 10, leden 1 en 2, van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorijwielen 1992 vanwege de gebruikte staat ervan.

Forfaitaire afschrijvingstabel

De BV bepaalt de BPM-vermindering aan de hand van de ‘herleidingsmethode ‘. Volgens deze methode herleidt de BV eerst het herrekende bruto bpm-bedrag voor de referentieauto uit een historische koerslijst, of uit het kentekenregister. Vervolgens past de BV de forfaitaire afschrijvingstabel toe op de herrekende bruto BPM. De inspecteur legt naar aanleiding van de ingediende aangiften BPM naheffingsaanslagen op.

De inspecteur verwerpt het gebruik van de herleidingsmethode. De BV maakt bezwaar tegen de uitspraak van de inspecteur bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De BV stelt dat de herleidingsmethode moet worden toegepast bij het bepalen van de afschrijving voor de ingevoerde auto’s. Ook de rechtbank verwerpt de door de BV toegepaste methode en overweegt dat de herleidingsmethode niet behoort tot de wettelijk toegestane methoden. Ook artikel 110 VWEU verplicht hier niet toe.

De BV gaat tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. In hoger beroep claimt de BV voor drie auto ’s een aanvullende teruggaaf wegens de latere uitvoer. Uit de teruggaafsystematiek valt volgens de BV het bedrag aan rest-BPM af te leiden dat nog rust op soortgelijke voertuigen op het moment van uitvoer.

Cassatie voor twee geschilpunten

Het hof neemt het oordeel van de rechtbank over en voegt hieraan toe dat de in het kentekenregister genoteerde bruto BPM niet altijd de daadwerkelijk betaalde BPM betreft, maar een rekenkundig herleid bedrag. Dergelijke gegevens kunnen naar het oordeel van het hof niet worden gebruikt om aan te tonen dat in strijd met art. 110 VWEU te veel BPM wordt geheven.

De BV komt in cassatie tegen de uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch met twee geschilpunten. De BV betoogt dat het hof art. 110 VWEU heeft geschonden, omdat het de herleidingsmethode heeft verworpen. Volgens de BV heeft zij aangetoond dat er in Nederland soortgelijke voertuigen zijn waarin een lager bedrag aan BPM is vervat dan is nageheven, zodat de naheffingsaanslag in strijd met art. 110 VWEU is opgelegd. Volgens de BV heeft het hof ten onrechte niet nagegaan of de referentieauto’s soortgelijk zijn aan de onderwerpelijke auto’s en of die laatste aan een hogere heffing worden onderworpen.

Naheffingsaanslag niet tijdsevenredig verminderd

Het tweede geschilpunt van de BV betreft het oordeel van het hof dat de naheffingsaanslag niet tijdsevenredig moet worden verminderd op de grond dat bij het verlenen van BPM-teruggaaf bij export van drie auto ‘s geen rekening is gehouden met de naheffing.

De BV betoogt dat de herrekende bruto BPM een belangrijke positie inneemt binnen de Wet BPM. Door de afschrijving te berekenen aan de hand van de herrekende bruto BPM handelt de BV volgens haar geheel in lijn met het systeem van de wet. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft overwogen dat de herleidingsmethode niet behoort tot de toegestane wettelijke methoden voor het bepalen van de BPM-vermindering voor gebruikte voertuigen. De omstandigheid dat het bedrag van de herrekende bruto BPM een rol speelt binnen het wettelijke systeem van de BPM, brengt niet mee dat dit bedrag ook gebruikt kan worden om ten behoeve van de heffing van BPM de waardevermindering te berekenen. De herleidingsmethode sluit dus niet aan bij het wettelijke systeem van de BPM.

Niet in strijd met artikel 110 VWEU

Ook toont het gebruik van de herleidingsmethode niet aan dat het Nederlandse wettelijke systeem in strijd is met art. 110 VWEU. Als uitgangspunt geldt dat het bedrag aan rest-BPM na registratie van een personenauto in gelijke mate daalt als de waarde in het economisch verkeer van die auto. De herleidingsmethode strookt niet met dit uitgangspunt, aangezien deze methode geen rekening houdt met de daadwerkelijke waardedaling van het referentievoertuig.

Ook biedt het bedrag van op de voet van art. 14a Wet BPM bepaalde BPM-teruggaaf, waarvan de herleidingsmethode ook gebruikt maakt, niet een zodanig nauwkeurige weergave van de rest-BPM die nog drukt op een referentieauto, dat dit bedrag kan worden gebruikt om de BPM-heffing op een lager bedrag vast te stellen bij de registratie van soortgelijke gebruikte voertuigen, aldus het oordeel van de Hoge Raad.

De Hoge Raad bevestigt ook het oordeel van het hof dat een naheffing niet tijdsevenredig kan worden verminderd in verband met het recht op teruggaaf wegens de latere export van dezelfde auto. Met name een auto is op enig moment na het doen van aangifte geëxporteerd door een ander dan de BV. Aan deze persoon is in verband met de export van de auto een teruggaaf verleend ter grootte van een percentage van het belastingbedrag dat de BV op aangifte heeft voldaan. Bij deze teruggaaf is geen rekening gehouden met de BPM die nadien van de BV is nageheven. De Wet BPM biedt niet de mogelijkheid bij de heffing van BPM rekening te houden met de latere teruggaaf van bpm op een later tijdstip.

Hoge Raad, ECLI:NL:HR:2025:1134

Categorie: Nieuws Tags: BPM, Hoge Raad

Tags: BPM, Hoge Raad

Gerelateerde artikelen

16 januari 2026

Hoge Raad zet streep door verhoging belastingrente vennootschapsbelasting

5 januari 2026

Advies aan Hoge Raad: belastingrente van 4% niet buitensporig

11 december 2025

Advies aan Hoge Raad: accountants Alsberg aansprakelijk voor misleidend faillissementsrapport

27 november 2025

Advies Hoge Raad: Braziliaanse IoNE is dividend, geen rente

Docenten

Martijn Paping
Martijn Paping
Teunis van den Berg
Hans Tabak
Willem Veldhuizen
Bob van Leeuwen
Heleen Elbert
Rob van Oosterhout
Erik van Toledo
Daan van Antwerpen
Ron Mulder
Arnaud Booij
Chris Dijkstra
Martin de Graaf
Albert Heeling
Derwish Rosalia
Hans Geuns
Kirsten Kievit
Koert van Loon
Wilbert Nieuwenhuizen
Hanneke Kroonenberg
Saskia Jacobsen
Ludo Mennes
Jan Mooren
Matthijs van Keulen
Jan van Wijngaarden
Geert Witlox
Bram Lemmens
Patrick Wille
Edwin de Witte
jan wietsma
Jan Wietsma
Almer de Beer
Almer de Beer
Bart Koreman
John Bult
Michiel Pouwels
Barry Willemsen
Bernard Schols
Alex Schrijver
Ewoud de Ruiter
Joep Swinkels
Martine Cranendonk
Chanien Engelbertink
Imke Bos
Pieter Kok
Joost Severs
Casper Mons
Debby Kettler
Debby Kettler
Léon de Jager
Herman van Kesteren
Rohalt Janssens
Jeroen Knol
Kees Beishuizen
Martijn Bedaux
Winfred Merkus
Guney Bagislayici
Audrey Brunings
Kirsten Roskam
Marja van den Oetelaar
Roger van de Berg
Bob de Koning
Rakesh Ghirah

Blogs

  • Notaris kon btw op kosten niet volledig aftrekken! 16 weergaven

  • Goede doelen en btw; 5 tips waar je als goed doel aan moet denken 11 weergaven

  • OSS en de USA ondernemer: de O staat voor onmogelijk 7 weergaven

  • Hof van Justitie: verplichte vermelding op factuur bij toepassing vereenvoudigde ABC-regeling 5 weergaven

Fiscaal Vanmorgen (FV) is het platform voor belastingadviseurs, fiscalisten, accountants en iedereen die geïnteresseerd is in fiscale opleidingen en fiscaal nieuws.

Fiscaal Vanmorgen is een uitgave van MOCuitgevers Vanmorgen.

 

Categorie

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière

Info

  • Over ons
  • Contact
  • Algemene voorwaarden MOCuitgevers Vanmorgen
  • Annuleringsvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
Cookies
Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt Fiscaal Vanmorgen gebruik van cookies.
  • Ik ga akkoord
  • Instellingen
  • Functionele cookies zijn noodzakelijk voor de werking van deze website
  • We gebruiken Google Analytics, netjes geanonimiseerd
  • Annuleren
  • Ik ga akkoord

Instellingen