Tegelijkertijd ziet het kabinet na een verkenning af van het idee om de bpm om te vormen tot een tenaamstellingsbelasting.
Onderzoek naar andere grondslag mrb
Aanleiding voor het onderzoek naar een nieuwe mrb-grondslag zijn volgens het kabinet de knelpunten die de huidige gewichtssystematiek oplevert voor elektrische auto’s. Het generieke kortingspercentage voor elektrische auto’s pakt volgens de staatssecretaris relatief ongunstig uit voor kleinere voertuigen, omdat het accugewicht daarin een groter aandeel van het totale gewicht vormt. Daarnaast wijst hij erop dat de huidige korting tijdelijk is en daardoor onzekerheid veroorzaakt over het regime na 2030.
Het kabinet plaatst bovendien vraagtekens bij de oorspronkelijke rechtvaardiging van voertuiggewicht als heffingsgrondslag. Volgens de brief werd daar in 1926 voor gekozen omdat het een praktische benadering vormde van de schade die voertuigen aan het wegennet veroorzaken. Inmiddels blijkt uit recente onderzoeken dat de bijdrage van personenauto’s aan de structurele slijtage van asfalt “verwaarloosbaar” is.
De resultaten van het onderzoek worden nog dit jaar verwacht. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de effecten op verkeersveiligheid en ruimtegebruik. Ook wordt onderzocht of een aparte tarieftabel voor elektrische auto’s binnen de huidige gewichtsgrondslag een alternatief kan zijn.
Geen bpm als tenaamstellingsbelasting
Het kabinet heeft daarnaast de mogelijkheid onderzocht om de bpm om te vormen tot een belasting die verschuldigd wordt bij iedere tenaamstelling van een voertuig. Die gedachte moest een einde maken aan uitvoeringsproblemen rond de bpm, met name bij de import van gebruikte auto’s, waar complexe waardebepalingen vaak leiden tot bezwaren en procedures.
De verkenning heeft volgens Eerenberg echter uitgewezen dat een tenaamstellingsbelasting “aanzienlijke nadelen” kent. Het belangrijkste bezwaar is dat nieuwe ontwijkingsmogelijkheden kunnen ontstaan doordat voertuigen op naam van een andere persoon of rechtspersoon kunnen worden gezet om belasting te vermijden. Ook zou de maatregel de handel in gebruikte auto’s kunnen verstoren en de overstap naar schonere voertuigen kunnen belemmeren.
Daar komt volgens de staatssecretaris bij dat een snelle invoering de elektrificatie van het wagenpark zou kunnen afremmen. “Alles afwegend is de conclusie dat omvorming van de bpm naar een tenaamstellingsbelasting niet wenselijk is.”
Wel blijft het kabinet zoeken naar manieren om de bpm beter uitvoerbaar te maken. In de strategische agenda voor het belastingstelsel is daarom aangekondigd dat de belasting robuuster moet worden vormgegeven. Voor het einde van het jaar volgt hierover nadere informatie.
Aanpassingen pseudo-eindheffing fossiele auto’s
Per 1 januari 2027 treedt de pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto’s in werking. Werkgevers moeten dan een heffing van 12 procent van de cataloguswaarde betalen als zij een fossiele auto ter beschikking stellen die ook privé gebruikt mag worden. Na overleg met sectorpartijen wil het kabinet de regeling op enkele punten aanpassen.
Volgens Eerenberg sluiten de voorgestelde wijzigingen de regeling beter aan op de praktijk. Zo wordt tijdelijk vervangend vervoer bij schade, onderhoud of reparatie gedurende maximaal veertien dagen uitgezonderd van de heffing. Ook wordt de overgangstermijn verlengd van 17 september 2030 naar 1 januari 2031. Verder komt er een beperkte vrijstelling voor één tijdelijke terbeschikkingstelling van maximaal zeven dagen per kalenderjaar en een specifieke vrijstelling voor lesauto’s.
Kabinet onderzoekt alternatief voor versobering youngtimerregeling
De brief gaat ook in op de toekomst van de youngtimerregeling. Op grond van eerder aangenomen wetgeving verschuift de leeftijdsgrens per 2027 van 16 naar 25 jaar. Naar aanleiding van een motie van de Kamer heeft het kabinet verschillende alternatieven in kaart gebracht voor een geleidelijker afbouwpad. Daarbij wordt onder meer gekeken naar eerbiedigende werking voor bestaande youngtimers of een stapsgewijze verhoging van de leeftijdsgrens. Alle varianten leiden volgens de brief tot budgettaire derving en vereisen daarom dekking.
Het kabinet wijst er daarbij op dat een verhoging van het bijtellingspercentage niet zonder meer als dekking kan worden ingezet. “Het is daarom van belang om een verhoging van het tarief goed te kunnen onderbouwen, juist gelet op het doel hiermee het privévoordeel te benaderen.” Wel is de staatssecretaris bereid te onderzoeken of de huidige forfaits het genoten privévoordeel nog voldoende weerspiegelen.
Eerste conclusies over greentimerregeling
Daarnaast presenteert het kabinet de eerste resultaten van een onderzoek naar een mogelijke greentimerregeling voor elektrische auto’s van vijf tot acht jaar oud. Daarbij is uitgegaan van een verlaagd bijtellingspercentage van 14 à 15 procent van de oorspronkelijke cataloguswaarde.
Volgens de eerste onderzoeksresultaten kan de regeling vooral aantrekkelijk zijn voor gebruikers van de huidige youngtimerregeling. Ook zou een deel van de werknemers met een reguliere leaseauto kunnen overstappen naar een oudere elektrische auto. De verwachte doelgroep blijft echter beperkt. Bovendien levert de regeling naar verwachting geen extra klimaatwinst op wanneer een oudere elektrische auto een nieuwe elektrische leaseauto vervangt.
Het kabinet noemt de combinatie van een greentimerregeling en een afbouw van de youngtimerregeling “een interessant idee”. In augustus wordt besloten of de regeling wordt ingevoerd en of het afbouwpad van de youngtimerregeling wordt aangepast.
