Het standpunt betreft de situatie waarin een werknemer met een hoog salaris gedurende het jaar van werkgever verandert, maar bij beide werkgevers recht heeft op toepassing van de expatregeling. Deze regeling maakt het mogelijk om maximaal 30 procent van het brutosalaris belastingvrij te ontvangen, met een plafond gebaseerd op de WNT-norm (Wet normering topinkomens).
Aftopping per werkgever
Volgens de Belastingdienst moet de aftopping van de expatvergoeding per inhoudingsplichtige (werkgever) worden herrekend op basis van het aantal maanden dat de regeling bij die werkgever van toepassing is. Dit betekent dat wanneer de werknemer bij werkgever A de regeling toepast over januari en (door nabetaling) ook februari, en bij werkgever B vanaf februari begint, beide werkgevers een deel van de WNT-norm mogen benutten.
“De WNT-norm dient per inhoudingsplichtige te worden herleid op basis van het aantal tijdvakken dat de expatregeling bij de betreffende inhoudingsplichtige wordt toegepast,” aldus de kennisgroep loonheffingen van de Belastingdienst.
In het besproken voorbeeld mag werkgever A 2/12 van 30 procent van de WNT-norm belastingvrij vergoeden, terwijl werkgever B 11/12 mag toepassen — waarbij februari dus dubbel wordt geteld.
Tijdelijke ‘stapeling’ geaccepteerd
Opmerkelijk is dat de Belastingdienst hiermee bevestigt dat een zekere mate van ‘stapeling van vergoedingen’ wordt geaccepteerd. Hoewel dit in uitzonderlijke situaties leidt tot een hogere expatvergoeding dan strikt genomen 30 procent van de WNT-norm op jaarbasis, noemt de Belastingdienst dit aanvaardbaar vanwege het incidentele karakter.
De Belastingdienst onderbouwt dit door te verwijzen naar eerdere parlementaire toelichtingen, waarin wordt gesteld dat de aftopping van de regeling “per werkgever” moet worden toegepast, ook bij deeltijdwerk of gelijktijdige dienstbetrekkingen.
Geen belemmering door voortzetting bij nieuwe werkgever
Een andere belangrijke conclusie uit het standpunt is dat een nabetaling van werkgever A in de maand ná het beëindigen van het dienstverband toch onder de expatregeling mag vallen, zelfs als de werknemer op dat moment al in dienst is bij werkgever B. De Belastingdienst stelt dat artikel 10ec van het Uitvoeringsbesluit Loonbelasting 1965 in dit geval zo moet worden gelezen dat werkgever A nog één loontijdvak na uitdiensttreding mag toepassen, ongeacht of de regeling al is voortgezet bij een nieuwe werkgever.
Wat betekent dit voor expats en werkgevers?
Voor internationale werknemers én hun werkgevers betekent dit standpunt meer duidelijkheid en potentieel financiële ruimte. Een correcte tijdsgelange herleiding per werkgever kan leiden tot een hogere totale expatvergoeding, mits goed onderbouwd en toegepast binnen de wettelijke kaders.
Tegelijkertijd waarschuwt de Belastingdienst dat oneigenlijk gebruik, zoals het kunstmatig splitsen van dienstverbanden over gelieerde bedrijven, wél op termijn kan worden beperkt. De wet voorziet daarvoor al in een delegatiegrondslag, maar die is nog niet nader ingevuld.
Bron: Kennisgroepstandpunt KG:041:2025:5, Belastingdienst – 30 juli 2025