Een boedelschuld is een schuld die ontstaat na de faillietverklaring en die met voorrang uit de faillissementsboedel wordt betaald.
Faillissement
Een bedrijf werd failliet verklaard terwijl er 110 werknemers in dienst waren. De curator zegde de arbeidsovereenkomsten op met inachtneming van de opzegtermijn. Het loon over die opzegtermijn werd niet tijdig betaald.
Het UWV betaalde vervolgens op grond van de loongarantieregeling loonvervangende uitkeringen aan de werknemers. Deze uitkeringen werden later ontvangen dan het moment waarop volgens de cao het loon betaald had moeten worden.
Wettelijke rente
De Hoge Raad oordeelt dat wettelijke rente verschuldigd is over loon dat niet tijdig is betaald en waarvoor ook geen loonvervangende uitkering is ontvangen.
Deze wettelijke rente kwalificeert als boedelschuld. Aan de rentevordering is geen voorrecht verbonden, wat betekent dat de rentevordering geen voorrang heeft op andere boedelschulden.
Wettelijke verhoging
Verder beslist de Hoge Raad dat de boedel in beginsel ook de wettelijke verhoging verschuldigd is over te laat betaald loon voor de periode na de faillietverklaring.
Daarbij maakt het volgens de Hoge Raad niet uit:
- of voor dat loon aanspraak bestaat op een loonvervangende uitkering van het UWV;
- of onzeker is of de boedel bij de slotuitdeling voldoende middelen zal hebben.
Aan de wettelijke verhoging is, net als aan loon, een voorrecht verbonden.
Informatieplicht curator
Tot slot stond de vraag centraal of de curator ontslagen werknemers actief moet wijzen op mogelijke aanspraken op wettelijke rente en wettelijke verhoging.
Volgens de Hoge Raad kan een behoorlijke taakuitoefening meebrengen dat de curator die bekend is met het bestaan van een boedelschuld waarmee de schuldeiser mogelijk niet bekend is, de schuldeiser wijst op de mogelijkheid om daarop aanspraak te maken.
In een zaak als deze kan de curator volstaan met een kennisgeving aan de werknemer, bijvoorbeeld bij of kort na de opzegging van de arbeidsovereenkomst.
