Als de maatregel doorgaat, moeten voormalige ANBI’s het nog aanwezige ANBI-vermogen binnen een afzienbare periode besteden aan een algemeen nuttige doelstelling. Financiën denkt aan een termijn van twee jaar ná verlies van de ANBI-status. In combinatie met het jaar van intrekking komt dat volgens de staatssecretaris dan neer op ongeveer drie jaar.
De invoering is nog niet definitief. Eerenberg schrijft dat de maatregel nog afhankelijk is van de gebruikelijke toetsen bij nieuwe regelgeving, waaronder een uitvoeringstoets.
Huidige informatieplicht niet altijd effectief
Voor voormalige ANBI’s geldt nu al een informatieplicht zolang het ANBI-vermogen € 25.000 of meer bedraagt. Die verplichting moet inzicht geven in het vermogen en besteding. Volgens Financiën blijkt in de praktijk dat deze informatieplicht niet altijd voldoende waarborgt dat het vermogen daadwerkelijk aan het algemeen nut wordt besteed.
In de Kamerbrief staat verder dat het ANBI-vermogen na verlies van de status aan een niet algemeen nuttig doel kan worden besteed of onbeperkt lang in de voormalige ANBI kan blijven zitten. Dat past volgens het kabinet niet bij de gedachte achter de fiscale voordelen die nu bij de ANBI-status horen.
De voorgestelde bestedingsplicht moet daar verandering in brengen. Een voormalige ANBI kan het vermogen zelf besteden aan een algemeen nuttige doelstelling, maar kan het ook uitkeren aan een andere ANBI. Ook bij een fusie met een ANBI of bij ontbinding van een voormalige ANBI kan het batig liquidatiesaldo aan een andere ANBI toekomen.
Als een voormalige ANBI niet aan de bestedingsverplichting voldoet, kan de Belastingdienst een bestuurlijke boete opleggen.
Jaarlijks ruim duizend instellingen verliezen ANBI-status
Uit een analyse van de Belastingdienst blijkt dat in de periode 2020 tot en met 2023 jaarlijks tussen de 1.050 en 1.450 instellingen hun ANBI-status verloren. Het aantal voormalige ANBI’s dat informatieplichtig is, lag in de meeste jaren rond de 2.100.
Over de periode 2013 tot en met 2024 waren er 8.069 voormalige ANBI’s die één kalenderjaar informatieplichtig waren. Daarnaast waren er 1.260 voormalige ANBI’s die langer dan één kalenderjaar onder de informatieplicht vielen.
Voor de jaren 2023, 2024 en 2025 is ook gekeken naar de reden van intrekking. Bijna 60 procent van de intrekkingen ging om ontbindingen, inclusief fusies. In 28 procent van de gevallen volgde de intrekking na toezicht door de Belastingdienst, waaronder toezicht op de publicatieplicht. In 15 procent van de gevallen gebeurde de intrekking op verzoek van de instelling.
Eindheffing wordt niet verder uitgewerkt
Financiën heeft ook gekeken naar een fiscale eindheffing bij verlies van de ANBI-status. Zo’n heffing zou van toepassing kunnen zijn als een voormalige ANBI het vermogen niet binnen de gestelde termijn aan het algemeen nut besteedt.
De staatssecretaris kiest er nu niet voor om die optie verder uit te werken. Volgens de Kamerbrief is invoering van een eindheffing wetstechnisch complex en kleven er ook inhoudelijke bezwaren aan. Zo kan een heffing wringen als het vermogen afkomstig is van donateurs die juist aan een algemeen nuttig doel wilden bijdragen. Bij een eindheffing vloeit een deel van dat vermogen naar de staatskas, in plaats van naar het doel waarvoor het oorspronkelijk was bestemd. Het kabinet wil daarom eerst verder met de uitwerking van de bestedingsplicht.
Toezicht op ANBI’s wordt versterkt
De Kamerbrief gaat ook in op het toezicht op ANBI’s. De Belastingdienst werkt aan versterking van het toezicht op ongeveer 45.000 ANBI’s. De verbetering van de informatiepositie moet uiteindelijk mede via een ANBI-portaal verlopen. Dat portaal is naar verwachting pas rond 2030 volledig operationeel.
Omdat het toezicht daar volgens Financiën niet op kan wachten, is een tactisch handhavingsplan opgesteld. Daarin ligt de nadruk op intensiever toezicht, betere beschikbaarheid van data over ANBI’s en verdere samenwerking met de filantropische sector.
Daarnaast gaat de Belastingdienst meer aandacht besteden aan de mogelijkheid van groepsbeschikkingen. Daarmee kunnen groepen instellingen onder één beschikking als ANBI of culturele instelling worden aangemerkt. Voorwaarde blijft wel dat de afzonderlijke instellingen aan alle ANBI-voorwaarden voldoen.
Voorlopig geen aanscherping bestuurseis
Het kabinet ziet vooralsnog af van aanscherping van het beschikkingsmachtcriterium voor ANBI’s. In de Kamerbrief is gekeken naar de mogelijkheid om een minimumaantal bestuurders voor ANBI’s te eisen.
Aanleiding daarvoor is onder meer dat bijna 10 procent van alle ANBI-stichtingen één of twee bestuurders heeft. Volgens Financiën kan dat ertoe leiden dat niet aan het beschikkingsmachtcriterium wordt voldaan. Toch kiest de staatssecretaris nu niet voor aanscherping van de wettelijke criteria. Dat zou volgens hem de regeldruk onnodig kunnen vergroten en is niet in alle gevallen effectief.
Vervolg op eerdere ANBI-evaluatie
De Kamerbrief volgt op de kabinetsreactie op de evaluatie van de ANBI- en SBBI-regelingen. AV schreef eerder over die kabinetsreactie, waarin onderzoek werd aangekondigd naar onder meer toezicht op ANBI’s, familiestichtingen en de positie van voormalige ANBI’s. De nu aangekondigde bestedingsplicht is een vervolg op die eerdere verkenning.
