De zaak komt voort uit het omvangrijke FIOD-onderzoek Error Caro naar fraude in een keten van bedrijven in de vleessector. De FIOD onderzocht daarbij vier schakels, van de handel in levende dieren en een slachthuis tot een vleesgroothandel en supermarkten. Het onderzoek begon nadat de FIOD in 2015 informatie had gekregen dat bij de Haagse groothandel meer dan de helft van het vlees zwart zou worden ingekocht en verkocht. De zwarte omzet zou minstens €30.000 per week bedragen.
Vlees buiten de boeken
Volgens het gerechtshof Amsterdam kocht en verkocht de groothandel tussen 2010 en 2016 op grote schaal vlees buiten de boeken. Daarbij werden facturen gebruikt waarop minder vlees stond dan daadwerkelijk was geleverd. Ook verkoopfacturen aan twee supermarkten vermeldden niet alle geleverde producten. Zo ontstond een administratie waarin een deel van de werkelijke handelsstromen ontbrak. Een administratief medewerkster van het bedrijf speelde een belangrijke rol in het bewijs. Zij verklaarde dat voor bepaalde klanten slechts een deel van het geleverde vlees werd gefactureerd. In het bedrijf bestonden volgens haar bovendien instructies waarin stond welke leveringen wel en niet op de factuur moesten komen.
Boekhouder
De externe boekhouder en belastingadviseur maakte vervolgens de btw-aangiften op basis van de verkoop- en inkoopgegevens die hij van de vleesgroothandel kreeg. Volgens de administratief medewerkster lag het probleem niet bij hem: hij werkte met de gegevens die het bedrijf aanleverde. Ook de aangiften loonheffing werden door deze adviseur verzorgd.
Deels buiten loonadministratie
Niet alleen de omzetbelasting klopte niet. Uit observaties van de FIOD bleek volgens het hof dat meer mensen bij de groothandel werkten dan uit de loonadministratie naar voren kwam. Ook werkten verschillende werknemers aanzienlijk meer uren dan bij de Belastingdienst waren opgegeven. Het hof concludeerde in november 2024 dat het bedrijf bewust een deel van de vleeshandel buiten de administratie hield en werknemers geheel of gedeeltelijk zwart liet werken. Daarmee werden onjuiste aangiften omzetbelasting en loonheffing gedaan en was ook de bedrijfsadministratie vals. De eerder opgelegde boete van €82.000 bracht het gerechtshof Amsterdam tot €65.000, vooral vanwege de lange duur van de procedure. Zonder die termijnoverschrijding vond het hof een boete van €80.000 passend.
Getuige wist weinig
In cassatie draait een belangrijk deel van de zaak om de verklaringen van de administratief medewerkster. Zij werd in 2016 aanvankelijk als verdachte door de FIOD gehoord. Toen de verdediging haar jaren later als getuige kon ondervragen, kon zij zich verschillende zaken niet meer herinneren. Volgens de verdediging was daardoor geen sprake geweest van een effectieve mogelijkheid om haar belastende verklaringen te toetsen.
Geen reden
Het hof erkende in 2024 dat de verdediging haar slechts gedeeltelijk effectief had kunnen ondervragen, maar vond dat geen reden om haar eerdere verklaringen buiten beschouwing te laten. Die verklaringen werden volgens het hof op belangrijke punten ondersteund door ander bewijs. Zo vond de FIOD een werkinstructie voor de facturering aan twee supermarkten en bleken afleverbonnen meer producten te bevatten dan de bijbehorende facturen.
Onvoldoende gemotiveerd
De advocaat-generaal vindt dat het hof voldoende heeft gemotiveerd waarom het proces als geheel eerlijk is geweest. De verdediging heeft bovendien andere getuigen kunnen ondervragen en de verklaringen van de administratief medewerkster waren niet het enige of doorslaggevende bewijs.
Tegenstrijdige verklaringen
Op één punt geeft de advocaat-generaal de verdediging wel gelijk. Twee voor het bewijs gebruikte verklaringen over de werktijden van een werknemer spreken elkaar tegen. De werknemer zelf verklaarde ongeveer tien uur per week te werken, terwijl een collega verklaarde dat hij dertig tot veertig uur per week werkte.
Geen vernietiging
Volgens de advocaat-generaal hoeft dat echter niet tot vernietiging van het arrest te leiden. De verklaring van de werknemer kan uit de bewijsvoering worden geschrapt zonder dat de bewezenverklaring daardoor wordt aangetast. Uit observaties van de FIOD bleek namelijk onafhankelijk daarvan dat hij veel meer uren aanwezig en aan het werk was dan in de loonadministratie waren verantwoord. Ook bij zeven andere werknemers constateerde de FIOD dergelijke verschillen. Het advies aan de Hoge Raad daarom het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad moet daar nog over beslissen.
Lees hier het advies van de AG.
