• Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
  • Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
Fiscaal Vanmorgen

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
Home » BOR voor deel toepasbaar bij schenking aandelen na ruziesplitsing

BOR voor deel toepasbaar bij schenking aandelen na ruziesplitsing

Nieuws

Als na een juridische ruziesplitsing sprake is van meer dan één onderneming, is als gevolg daarvan in zoverre niet voldaan aan de indirectebezitseis. In dat geval is een nieuwe indirectebezitstermijn gaan lopen en daardoor is een beroep op de BOR slechts gedeeltelijk toepasbaar, oordeelt de Hoge Raad.

4 februari 2026 door Fiscaal Vanmorgen

Een vrouw houdt in 2011 via haar eigen BV aanvankelijk een indirect aanmerkelijk belang van 49% in een BV. De overige 51% wordt indirect gehouden door een BV waarvan een neef van de vrouw alle aandelen houdt. De BV van de vrouw exploiteert via diverse dochtermaatschappijen hoor-en optiekcentra. In 2011 vindt een juridische ruziesplitsing plaats waarbij ‘horen’ en ‘zien’ worden verdeeld tussen de vrouw en de neef. In 2012 worden de aandelen in een dochtermaatschappij met deze activiteiten en het bedrijfspand afgesplitst naar een nieuwe BV.

Is sprake van twee objectieve ondernemingen?

Op 25 september 2013 schenkt de vrouw alle aandelen in deze BV aan haar kind. In de aangifte schenkbelasting doet zij een beroep op de bedrijfsopvolgingsregeling. Bij het vaststellen van de aanslag gaat de inspecteur er van uit dat slechts voor 49% van de waarde van de aandelen is voldaan aan de vijfjaarstermijn als bedoeld in artikel 35d, lid 1, aanhef en letter c, van de SW. De Hoge Raad verwijst de zaak naar gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nader onderzoek naar de vraag of de inspecteur terecht heeft gesteld dat de dochtermaatschappijen voorafgaande aan de juridische splitsing minimaal twee objectieve ondernemingen dreven.

Het hof stelt voorop dat op de vrouw aannemelijk moet maken dat de  toegerekende activiteiten van haar dochtermaatschappijen voorafgaande aan de ruziesplitsing één objectieve onderneming vormden. Het hof oordeelt dat zij dat niet aannemelijk heeft gemaakt.

Directe-en indirecte bezitstermijn

De Hoge Raad verwijst naar artikel 35 van de Successiewet waaruit volgt dat voor toepassing van de BOR op een schenking van aanmerkelijkbelangaandelen is vereist dat de schenker deze aandelen ten minste vijf jaren voorafgaande aan de schenking onafgebroken in bezit heeft gehad (directebezitstermijn). En dat de vennootschap waarvan de aandelen worden geschonken ten minste vijf jaren een onderneming heeft gedreven (indirectebezitstermijn).

Per onderneming moet worden beoordeeld of is voldaan aan de indirectebezitseis. Die eis houdt immers in dat de betrokken vennootschap, zo nodig met inachtneming van de toerekeningsregel van het vijfde lid van artikel 35c van de SW, ten minste vijf jaren een onderneming moet hebben gedreven. Als de betrokken vennootschap is gerechtigd tot een evenredig deel van een onderneming en die gerechtigdheid wordt uitgebreid, begint in zoverre een nieuwe, eigen indirectebezitstermijn te lopen.

Procentuele uitbreiding belang

De uitbreiding van de gerechtigdheid tot een onderneming, in de zin van een procentuele uitbreiding van het belang in die onderneming, heeft op die manier andere gevolgen dan een uitbreiding van de onderneming terwijl de vennootschap daarin een even groot belang blijft houden. In dat geval begint namelijk geen nieuwe indirectebezitstermijn te lopen voor die uitbreiding, ook niet als deze plaatsvond door overname van een zelfstandige onderneming. Als de activiteiten van haar dochtermaatschappijen één onderneming zou vormen kan voor de gehele verkrijging een beroep worden gedaan op de BOR. Met betrekking tot de verkregen aandelen is dan volledig voldaan aan de indirectebezitseis,

Voor het geval de toegerekende activiteiten van haar dochtermaatschappijen meer dan één onderneming vormden, kan slechts een beroep op de BOR worden gedaan voor zover de schenker voorafgaand aan de splitsing van al (indirect) gerechtigd was tot de onderneming(en) op het gebied van ‘horen’. Voor het meerdere is het procentuele (indirecte) belang van de schenker in die onderneming(en) namelijk uitgebreid als gevolg van de splitsing waarbij zij het volledige belang in die onderneming(en) verkreeg.

In het geval dat sprake is van meer dan één onderneming is als gevolg daarvan in zoverre niet voldaan aan de indirectebezitseis, aangezien in zoverre een nieuwe indirectebezitstermijn is gaan lopen. Als sprake is van meer dan één onderneming kan slechts voor 49% een beroep kan worden gedaan op de BOR.

In hoger beroep ging het er in principe over of de inspecteur terecht heeft gesteld dat de dochtermaatschappijen voorafgaande aan de splitsing minimaal twee objectieve ondernemingen dreven. Volgens de vrouw zou voorafgaande aan de splitsing slechts één objectieve onderneming worden gedreven en dat voor de geschonken aandelen recht bestaat op de BOR uitgaande van 100% van de waarde van de aandelen.

Activiteiten vormen samen niet één objectieve onderneming

De Hoge Raad laat het oordeel van het hof in stand dat de activiteiten ‘horen’ en ‘zien’ vóór de splitsing twee objectieve ondernemingen vormden. Het hof had al geoordeeld dat kan worden toegegeven dat een aantal feiten en omstandigheden erop zouden kunnen duiden dat bij ‘horen’ en ‘zien’ sprake was van één onderneming. Maar het hof acht niet aannemelijk gemaakt dat die stelling juist is. Ook is het hof van oordeel dat bij de winkels die door de dochtervennootschappen werden uitgeoefend evenmin sprake was van een zodanige samenhang dat die activiteiten bij elkaar tezamen één objectieve onderneming vormden.

Naar het oordeel van het hof is de tegemoetkoming van artikel 9, lid 2, van de Uitvoeringsregeling in dit verband niet van belang, aangezien het hier gaat om toepassing van de indirectebezitseis. De regeling geldt namelijk alleen voor de directebezitseis met betrekking tot aandelen die worden gehouden door een natuurlijke persoon, en niet voor de indirectebezitseis, die betrekking heeft op het drijven van een onderneming door een lichaam. Het hof acht het aannemelijk dat de vrouw uiteindelijk, via de ruziesplitsing, de afsplitsing en de schenking de objectieve onderneming ‘horen’ heeft voortgezet.

De BOR is daarom terecht beperkt tot 49% van de waarde van de geschonken aandelen. Het hoger beroep is ongegrond en de Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ook ongegrond.

Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2026:137

Categorie: Nieuws Tags: aanmerkelijk belang, bedrijfsopvolgingsregeling, schenking, successiewet

Tags: aanmerkelijk belang, bedrijfsopvolgingsregeling, schenking, successiewet

Gerelateerde artikelen

24 juni 2026

Navordering na turboliquidatie dochter-bv blijft overeind door nieuw feit

2 juni 2026

Dga krijgt geen aftrek voor regresvordering na faillissement bv

18 mei 2026

BOR deels geweigerd na stijging belang door aandeleninkoop

8 mei 2026

Houdbaarheid standpunt fiscus over ‘bad leaver’-aandelen ter discussie

Docenten

Jeroen Knol
Chris Dijkstra
Kees Beishuizen
Herman van Kesteren
Arnaud Booij
Barry Willemsen
Guney Bagislayici
Audrey Brunings
Jasper van den Bergen
jan wietsma
Jan Wietsma
Martijn Bedaux
Joep Swinkels
Willem Veldhuizen
Rakesh Ghirah
Hanneke Kroonenberg
Rob van Oosterhout
René van der Paardt
Marja van den Oetelaar
Jan van Wijngaarden
Peter Kerkhof
Erik van Toledo
Winfred Merkus
Rohalt Janssens
Ognjen Soldat
Patrick Wille
Mike Wong
Olga Jansen
Wilbert Nieuwenhuizen
Debby Kettler
Debby Kettler
Kirsten Kievit
Heleen Elbert
Martin de Graaf
Derwish Rosalia
Ewoud de Ruiter
Martijn Paping
Martijn Paping
Jurriën van der Heijden
Jan Mooren
Bram Lemmens
Casper Mons
Bernard Schols
Pieter Kok
Imke Bos
Michiel Pouwels
Teunis van den Berg
John Bult
Matthijs van Keulen
Tim van Wordragen
Léon de Jager
Almer de Beer
Almer de Beer
Albert Heeling
Edwin de Witte
Joost Severs
Aimée van der Paardt
Bart Koreman
Hans Tabak
Bob de Koning
Ron Mulder
Tom Berkhout
Bob van Leeuwen
Alex Schrijver
Roger van de Berg
Koert van Loon
Daan van Antwerpen
Hans Geuns
Chanien Engelbertink
Ludo Mennes
Kirsten Roskam
Martine Cranendonk

Blogs

  • Verlegging van invoer-btw in Nederland: van vooruitstrevend naar achter de feiten aan lopen 8 weergaven
  • Notaris kon btw op kosten niet volledig aftrekken! 8 weergaven
  • Goede doelen en btw; 5 tips waar je als goed doel aan moet denken 7 weergaven
  • OSS en de USA ondernemer: de O staat voor onmogelijk 7 weergaven

Fiscaal Vanmorgen (FV) is het platform voor belastingadviseurs, fiscalisten, accountants en iedereen die geïnteresseerd is in fiscale opleidingen en fiscaal nieuws.

Fiscaal Vanmorgen is een uitgave van MOCuitgevers Vanmorgen.

 

Categorie

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière

Info

  • Over ons
  • Contact
  • Algemene voorwaarden MOCuitgevers Vanmorgen
  • Annuleringsvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
Cookies
Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt Fiscaal Vanmorgen gebruik van cookies.
  • Ik ga akkoord
  • Instellingen
  • Functionele cookies zijn noodzakelijk voor de werking van deze website
  • We gebruiken Google Analytics, netjes geanonimiseerd
  • Annuleren
  • Ik ga akkoord

Instellingen