Dat schrijft Eerenberg in antwoord op een verzoek van de vaste Kamercommissie voor Financiën. Aanleiding is een verzoekschrift waarin de huidige regeling disproportioneel wordt genoemd. Wie in de eerste maanden van een jaar al meer dan 500 kilometer privé heeft gereden en vervolgens de auto uitsluitend zakelijk gaat gebruiken, blijft voor het hele kalenderjaar met de bijtelling zitten.
Grens van 500 kilometer
Voor privégebruik van een auto van de zaak wordt een bedrag bij het belastbare inkomen van de werknemer of ondernemer opgeteld. De bijtelling kan achterwege blijven als uit een sluitende kilometeradministratie blijkt dat op jaarbasis minder dan 500 kilometer privé is gereden. Die grens wordt per kalenderjaar toegepast. Wie bijvoorbeeld vóór de zomer al meer dan 500 privékilometers heeft gereden, kan de bijtelling dus niet voor de rest van het jaar beëindigen door vanaf dat moment alleen nog zakelijke kilometers te maken. Ook een wisseling van auto verandert daar niets aan.
Geen wisselmoment
Het kabinet wil vasthouden aan die systematiek omdat die volgens Eerenberg eenvoudig is. Het toestaan van bijvoorbeeld één wisselmoment per jaar zou betekenen dat ook de grens van 500 kilometer naar rato zou moeten worden aangepast. Bovendien kan de omgekeerde situatie ontstaan: iemand die aanvankelijk uitsluitend zakelijk rijdt en later in het jaar de auto ook privé gaat gebruiken, zou alsnog met terugwerkende kracht bijtelling over het hele jaar kunnen krijgen. Het kabinet vindt dat onwenselijk en overweegt daarom momenteel geen mogelijkheid om gedurende het jaar van regime te wisselen.
Lees hier de reactie van staatssecretaris Eerenberg.
