Dat schreef staatssecretaris Eerenberg van Financiën onlangs in een brief waarmee hij uitvoering geeft aan twee moties van de Tweede Kamer. De Kamer vroeg om een plan om het nalevingstekort structureel te verkleinen en om prioriteit te geven aan de opsporing en vervolging van misbruik en fraude.
Onder het nalevingstekort verstaat de Belastingdienst wat belastingplichtigen bewust én onbewust niet aangeven. Voor MKB-ondernemingen schat de fiscus dat tekort op basis van de meest recente steekproef op 5,186 miljard euro, oftewel 5,5 procent. Die steekproef dateert uit 2024 en heeft betrekking op belastingjaar 2020; de onderliggende boekenonderzoeken zijn uitgevoerd tussen 2022 en 2025.
MKB: tekort van 5,2 miljard
De Belastingdienst baseert de schattingen voor particulieren en MKB-ondernemingen op steekproeven zonder voorafgaande risicoselectie. De aangiften worden gecontroleerd en de uitkomsten vervolgens geëxtrapoleerd. Niet in beeld komt daarbij de gemiste opbrengst door onbekende belastingplicht en fraude, omdat die volgens de Belastingdienst niet betrouwbaar kan worden vastgesteld.
Bij particulieren bedraagt het laatst geschatte nalevingstekort 159 miljoen euro, ofwel 0,2 procent. Bij MKB-ondernemingen gaat het om 5,186 miljard euro, 5,5 procent. Daarvan heeft 1,652 miljard euro betrekking op winst uit onderneming in de inkomstenbelasting en 1,393 miljard euro op de omzetbelasting. Voor de vennootschapsbelasting gaat het om 841 miljoen euro, voor niet-winstinkomen in de inkomstenbelasting om 726 miljoen euro en voor de loonheffingen om 575 miljoen euro.
Dat bedrag staat niet gelijk aan daadwerkelijk misgelopen belastinginkomsten. Een deel wordt alsnog door de Belastingdienst gecorrigeerd. In 2025 ging het bij MKB-ondernemingen om 1,9 miljard euro en bij particulieren om 122 miljoen euro.
Bij grote ondernemingen wordt geen nalevingstekort geraamd. Steekproefonderzoek onder in totaal 650 grote organisaties laat volgens de brief een hoge mate van naleving zien. De relatieve correcties zijn gemiddeld klein. Non-compliance komt volgens de Belastingdienst vooral voort uit complexe regelgeving en gebrekkige fiscale beheersing; opzet of verwijtbaarheid wordt “zeer sporadisch” aangetroffen.
Fouten voorkomen
De analyse van de steekproeven wijst volgens Eerenberg uit dat bij particulieren vooral gebrek aan kennis en slordigheden achter het nalevingstekort zitten. Bij MKB-ondernemingen komt een aanzienlijk deel van de afwijkingen voort uit onbedoelde fouten, administratieve tekortkomingen, complexe regelgeving of verschillen in de interpretatie daarvan. Eenvoudiger regelgeving en betere digitale, persoonlijke en proactieve dienstverlening zijn volgens de Belastingdienst daarom het effectiefst om de oorzaken aan te pakken.
De staatssecretaris legt daarbij nadrukkelijk een verband met de inrichting van fiscale wetgeving. “In het algemeen geldt dat de handhaafbaarheid van beleid gebaat is bij een eenvoudige vormgeving. Dit betekent bijvoorbeeld gebruik maken van bestaande data om de grondslag en doelgroep te bepalen, geen open normen en uitzonderingen hanteren en wetgeving zo ontwerpen dat gebruik kan worden gemaakt van contra informatie.” Eenvoudige wetgeving is volgens hem “randvoorwaardelijk om het nalevingstekort op termijn structureel verder te verkleinen”.
Ook moet de Belastingdienst eerder in het aangifteproces terechtkomen. Met het programma Vanzelf Goed worden pilots opgezet om samen met onder meer fiscaal dienstverleners de kwaliteit van aangiften te verbeteren. De fiscus wil belastingkennis, selectieregels en uitkomsten van steekproeven delen met softwareontwikkelaars en fiscaal dienstverleners, zodat die informatie in software en andere dienstverlening kan worden verwerkt. Met softwareleveranciers zijn gesprekken gestart over een pilot.
“De software kan bijvoorbeeld een signaal geven als er iets niet klopt, zodat de ondernemer de aangifte voor hij deze heeft ingediend kan aanpassen.” Daarmee kunnen ondernemers volgens Eerenberg beter worden geholpen om onbedoelde fouten en slordigheden te voorkomen.
Meer risicogerichte boekenonderzoeken
Naast preventie blijft toezicht achteraf onderdeel van de aanpak. Voor het MKB en grote ondernemingen kan onder voorwaarden horizontaal toezicht worden toegepast. Als toch fouten worden vastgesteld, gebruikt de Belastingdienst onder meer automatische controles, pro-memoriebrieven, handmatige aangiftecontroles en boekenonderzoeken.
De dienst onderzoekt hoe de beschikbare toezichtscapaciteit efficiënter kan worden ingezet. Een nieuwe opzet van de steekproefsgewijze controles bij het MKB moet naar verwachting capaciteit vrijmaken voor meer risicogerichte boekenonderzoeken. Ook wordt gekeken naar digitale risicoanalyses en een bredere, meer gerichte inzet van individuele klantbehandeling.
Eerenberg bestendigt bovendien de eerdere toezegging om de aantallen voor toezicht achteraf op het niveau van de bandbreedte uit het Jaarplan Belastingdienst 2025 te houden, zolang de beschikbare middelen en omstandigheden gelijk blijven. “Dit geeft, gezien de eerdere dalende tendens, een ondergrens aan de inzet op toezicht achteraf, bij gelijkblijvende beschikbare middelen en context. Dit noem ik een acceptabel niveau van toezicht.” Die ondergrens geldt gedurende de huidige meerjarenstrategie, die loopt tot en met 2030.
E-facturatie tegen btw-gat
Ook verplichte elektronische facturatie en digitale rapportage moeten bijdragen aan betere naleving. De Europese Commissie raamt het Nederlandse btw-nalevingsgat op ongeveer 7 procent van de potentiële opbrengst, circa 5,8 miljard euro. Dat cijfer is volgens de brief niet rechtstreeks vergelijkbaar met het door de Belastingdienst berekende nalevingstekort, omdat een andere meetmethode wordt gebruikt.
Het kabinet verwacht binnenkort meer duidelijkheid te kunnen geven over een brede invoering van e-facturatie en digitale rapportage in Nederland. Volgens Eerenberg zal invoering naar verwachting leiden tot hogere belastinginkomsten en een kleiner nalevingstekort, al is de omvang daarvan niet goed te voorspellen. Ervaringen uit Italië en Hongarije wijzen volgens de aangehaalde onderzoeken op een aanzienlijke daling van het btw-nalevingsgat na invoering.
Fraudeaanpak krijgt gerichte prioriteiten
Bij bewuste niet-naleving kiest de Belastingdienst voor een andere benadering. Belastingdienst, FIOD en Openbaar Ministerie spreken jaarlijks af welke fiscale fraudefenomenen prioriteit krijgen. Voor 2026 gaat het onder meer om intracommunautaire btw-fraude, btw-netwerkfraude, BPM-fraude bij de import van auto’s, onjuiste woon- en vestigingsplaatsen, verhulde cryptoactiva en misbruik van internationale vennootschapsstructuren.
Bij BPM-fraude lopen inmiddels risicogerichte onderzoeken en een steekproef naar de naleving in de branche. Een aantal zaken is aangemeld voor strafrechtelijk onderzoek. Daarnaast wordt gekeken naar aanpassing van wet- en regelgeving, in het bijzonder rond waarderingsdiscussies bij taxaties. Eerenberg wil de Kamer daar voor het einde van het jaar nader over informeren.
Tegelijkertijd waarschuwt de staatssecretaris voor grenzen aan de handhaving. De toezichtscapaciteit staat onder druk door onder meer hersteloperaties, bezwaar en beroep, een groeiend aantal belastingplichtigen, rijksbrede besparingen en schaarse IV-capaciteit. Ook waarborgen rond privacy en rechtsbescherming beperken de mogelijkheden voor data-analyse. “Dit alles betekent dat niet iedere vorm van niet-naleving met dezelfde intensiteit kan worden aangepakt. De inzet van toezicht- en opsporingscapaciteit is niet oneindig, dus is het noodzakelijk keuzes te maken om deze capaciteit doelmatig en gericht in te zetten.”
