Een ondernemer die zijn maatschapsaandeel geruisloos wilde inbrengen in zijn persoonlijke holding, vangt bot bij de rechtbank. Volgens de rechter maakten de snelle opvolgende inbreng- en overdrachtsstappen deel uit van één geheel van rechtshandelingen gericht op overdracht van de onderneming. Daardoor vervalt de geruisloze omzettingsfaciliteit van artikel 3.65 Wet IB 2001.

