Een man heeft de Nederlandse nationaliteit en staat in de jaren 2013 tot en met 2015 in de Basisregistratie Personen geregistreerd op een adres in België. De man beschikt in 2013 in Spanje over een appartement met parkeerplaats en opslagruimte dat hij op 21 november 2013 heeft verkocht. De man heeft voor de jaren 2013, 2014 en 2015 geen aangiften IB/PVV gedaan en is voor de jaren 2013 en 2014 daartoe ook niet uitgenodigd. Voor het jaar 2015 is hij uitgenodigd, herinnerd en aangemaand om aangifte IB/PVV te doen.
Uit een naar de man ingesteld onderzoek concludeert de inspecteur dat de man vanuit Nederland, via verschillende Duitse vennootschappen, natuurlijke personen die geen zichtbaar vermogen hebben faciliteert bij het doen van luxueuze uitgaven, waaronder auto’s en horloges, en daarmee inkomsten genereert. Daarnaast concludeert de inspecteur in het controlerapport dat de man inkomsten heeft genoten uit btw-carrouselverkeer-gerelateerde transacties.
Nederlandse ploffers
De inspecteur vermeld in het controlerapport dat de naam van de man tijdens diverse fiscale en strafrechtelijke onderzoeken over een groot aantal jaren naar voren kwam. Uit aan- en verkooptransacties van auto’s, uit e-mail en betalingsverkeer, uit correspondentie en uit strafrechtelijke doorzoekingen en verhoren bleek een (leidende) rol van de man bij transacties waarbij het veelal om exclusieve auto’s en substantiële bedragen ging.
Tijdens een doorzoeking in zijn woning worden, tussen stapels facturen en bescheiden, blanco voorgedrukte facturen aangetroffen van een zestal Nederlandse ploffers. Dit zijn vennootschappen waar de man gebruik van gemaakt heeft in een carrouselketen. De blanco voorgedrukte facturen van al die ploffers zijn (waren) in zijn bezit. Hiermee kon hij transacties op papier voorwenden en BTW claimen bij de afnemers van deze ploffers.
De inspecteur legt navorderingsaanslagen IB/PVV op voor de jaren 2013 tot en met 2015. De inspecteur is bij de berekening van de hoogte van de correcties uitgegaan van de inkomsten uit btw-carrouselverkeer-gerelateerde transacties en de inkomsten op de Nederlandse bankrekening. Hij heeft steeds de inkomstenbron met het hoogste bedrag in aanmerking genomen voor de correctie van het resultaat uit overige werkzaamheid.
Inwoner van Spanje
De man is het niet eens met de aan hem opgelegde aanslagen en maakt bezwaar waarbij hij ook stelt dat hij inwoner is van Spanje. De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaart het beroep tegen de navorderingsaanslagen IB/PVV 2013 en 2014 gegrond. Tegen de uitspraak van de rechtbank gaat de man in hoger beroep van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
De rechtbank overweegt dat de bewijslast van het fiscale inwonerschap in Nederland in beginsel op de inspecteur rust. Om dat te bewijzen voerde de inspecteur onder mee aan dat de man de Nederlandse nationaliteit heeft, een zorgverzekering heeft voor in Nederland woonachtigen, hij meubels voor de woning in 2013 heeft gekocht en in de woning een eigen werkplek heeft. De rechtbank leidt hier uit af dat de woning de man in de periode 2013 tot en met 2015 ter beschikking stond en dat de inspecteur de man terecht als binnenlandse belastingplichtige heeft aangemerkt. Hof ’s-Hertogenbosch bevestigt het oordeel van de rechtbank.
Onderbouwing inspecteur te beperkt
Met betrekking tot de btw-carrouselfraude overweegt het hof dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de btw-carrouselfraude voor de man inkomsten heeft opgeleverd. De inspecteur heeft wel inzichtelijk gemaakt dat omzetbelasting niet is afgedragen, en dat sprake was van btw-fraude. Maar de voorbeelden die de inspecteur noemt onderbouwen nog niet dat de niet afgedragen omzetbelasting aan de man als inkomen is toegekomen. De onderbouwing van de inspecteur is daarvoor te beperkt.
Verder heeft de inspecteur evenmin aannemelijk gemaakt dat de inkomsten die zijn verdiend met het faciliteren van luxe uitgaven door derden die geen zichtbaar inkomen of vermogen hebben, rechtstreeks door de man zijn genoten. Verder neemt het hof in aanmerking dat er stortingen op de Nederlandse bankrekening van de man hebben plaatsgevonden, maar dat de herkomst van de ontvangen gelden op de Nederlandse bankrekening van de man onduidelijk is gebleven.
Met betrekking tot de op de Spaanse bankrekening ontvangen bedragen heeft de man verklaard dat dit loon is dat is ontvangen van een bedrijf uit Luxemburg. De man stelt voor het hof dat het een bestuurdersbeloning betreft. Het hof acht aannemelijk dat de man inkomsten heeft genoten uit werkzaamheden die hij heeft verricht voor dat bedrijf. De man is inwoner van Nederland en in zoverre is hij voor deze inkomsten belastingplichtig in Nederland. De man heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij aanspraak kan maken op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting voor deze inkomsten.
Schatting is niet redelijk en dus willekeurig
Dit betekent voor het oordeel van het hof dat de navorderingsaanslagen 2013 en 2014 moeten worden verminderd. Voor het jaar 2015 was al vastgesteld dat de bewijslast is omgekeerd en verzwaard. Dat neemt niet weg dat de inspecteur bij het opleggen van de aanslag dient uit te gaan van een redelijke schatting. De inspecteur heeft de aanslag IB/PVV 2015 bij uitspraak op bezwaar verminderd en daarbij aansluiting gezocht bij de ROW-correctie uit het controlerapport.
Het hof overweegt dat de inspecteur op basis van alle feiten en omstandigheden niet voldoende aanknopingspunten heeft verschaft waaruit volgt dat de man inkomen heeft genoten uit btw-carrouselfraude en voor het faciliteren van autogebruik op Duits kenteken. De inspecteur zoekt voor het vaststellen van het belastbare inkomen en het bijdrage inkomen aansluiting bij diverse facturen uit 2015 aan Nederlandse vennootschappen. Maar hij geeft hierbij niet aan wat maakt dat juist de man inkomen heeft genoten en waarom het inkomen niet door de desbetreffende vennootschap of andere betrokken personen is genoten.
Voor het toerekenen van inkomen aan de man is meer nodig dan de inspecteur heeft aangedragen. Dit brengt mee dat deze omstandigheden evenmin aanknopingspunten kunnen vormen waaruit is af te leiden dat de schatting van het belastbare inkomen uit werk en woning en het bijdrage-inkomen van de man in het jaar 2015 door de inspecteur op dit punt redelijk is. Naar het oordeel van het hof is de schatting in zoverre dan ook niet redelijk en dus willekeurig.
Verzuimboete is passend en geboden
Bij de inspecteur en de man was ook de aan de man opgelegde verzuimboete van € 369,- in geschil. De man stelt dat hem met betrekking tot het niet-indienen van de aangifte IB/PVV 2015 geen verwijt gemaakt kan worden omdat met betrekking tot dit verzuim sprake is van afwezigheid van alle schuld en de boete daarom moet worden vernietigd. De man wijst er in dit verband op dat zijn gemachtigde al zijn fiscale belangen behartigde.
Voor het hof staat het vast dat de man de aangifte IB/PVV 2015 niet binnen de in de aanmaning gestelde termijn heeft ingediend. De omstandigheid dat de gemachtigde de fiscale belangen van de man behartigde, waaronder ook het indienen van de aangiften, levert geen afwezigheid van alle schuld op die in de weg staat aan het opleggen van deze boete. Met deze enkele stelling heeft de man niet aannemelijk gemaakt dat hij alle maatregelen heeft getroffen om er voor te zorgen dat de aangifte tijdig zou worden gedaan. Het hof acht de boete daarom passend en geboden.
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, ECLI:NL:GHSHE:2025:1410
