De straf was opgelegd voor het medeplegen van belastingfraude, valsheid in geschrift en witwassen en deelname aan een criminele organisatie. De rechter oordeelde eerder dat de bestuurder jarenlang het boegbeeld geweest van een criminele organisatie die zich schuldig maakte aan belastingfraude, valsheid in geschrift en het witwassen van geld.
De Belastingdienst kreeg in 2014 het vermoeden dat de bij de grootscheepse fraudezaak betrokken personen lege vennootschappen gebruikten om te frauderen met belastingen, onder meer door het verstrekken van valse facturen. In totaal werden 19 bedrijven en 24 katvangers gebruikt om de fiscus om te tuin te leiden.
Positie ernstig misbruikt
Het gerechtshof komt in de beroepszaak tot dezelfde strafmaat, zij het dat het twee van de eerder bewezen geachte feiten niet aantoonbaar heeft gepleegd. Die hebben betrekking op foutieve aangiften omzetbelasting over het eerste kwartaal van 2021.
Desondanks is het oordeel gelijkluidend aan dat van de rechtbank eerder: “Door het opmaken van valse facturen, om een schijnbare legale herkomst aan het geld te kunnen verschaffen, hebben de verdachten misbruik gemaakt van het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer pleegt te worden gesteld in schriftelijke stukken met bewijsbestemming. Daarnaast is door de belastingfraude aanzienlijk te weinig belasting geheven, waardoor de Staat en de maatschappij ernstig zijn benadeeld. […] Ook hebben de verdachten veel geld witgewassen. Witwassen vormt een inbreuk op de integriteit van het financiële en economische verkeer. Van een boekhoudkantoor wordt integriteit verwacht. Binnen [het boekhoudkantoor] heerste echter een andere moraal, waarbij de medewerkers van [het kantoor] en daarmee [het kantoor] zelf haar positie ernstig hebben misbruikt.”
