• Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
  • Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
Fiscaal Vanmorgen

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
Home » Hof: eetcafé ontsloeg asielzoeker feitelijk via WhatsApp en gesprek na vakantie

Hof: eetcafé ontsloeg asielzoeker feitelijk via WhatsApp en gesprek na vakantie

Nieuws

Een eetcafé moet een voormalig werknemer ruim € 12.000 billijke vergoeding betalen nadat het hof oordeelde dat de arbeidsovereenkomst feitelijk per direct was beëindigd. De werkgever hield geen deugdelijke loon- en urenadministratie bij, betaalde geen vakantiegeld en liet na duidelijkheid te verschaffen toen de werknemer na zijn vakantie wilde terugkeren naar het werk.

10 juni 2026 door Fiscaal Vanmorgen

De werknemer is in 2024 in dienst getreden bij de werkgever. Partijen verschillen van mening over de arbeidsomvang en de hoogte van het loon. Verder twisten zij over de vraag of en, zo ja, wanneer de arbeidsovereenkomst is geëindigd.

De werknemer gaat er vanuit dat de werkgever de arbeidsovereenkomst op 12 juni 2025 per direct en zonder zijn instemming heeft opgezegd, reden waarom hij de kantonrechter verzocht om toekenning van een transitievergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een billijke vergoeding. Daarnaast heeft hij verzocht om toekenning van de wettelijke verhoging over achterstallig vakantiegeld en loon over vakantiedagen. Een en ander vermeerderd met rente en kosten.

De werkgever heeft de kantonrechter op zijn beurt verzocht om de werknemer te veroordelen tot terugbetaling van onverschuldigd betaald loon, eveneens vermeerderd met rente en kosten.

De kantonrechter heeft alle verzoeken afgewezen en de proceskosten gecompenseerd. Alleen de werknemer is in hoger beroep gekomen.

Schriftelijke arbeidsovereenkomst ondertekend?

De werknemer heeft een tijdelijke verblijfsstatus als asielzoeker en werkt sinds mei of juni 2024 bij de werkgever (een eetcafé). De werknemer verrichtte daar verschillende werkzaamheden, zoals het klaar maken van maaltijden, bezorgen van maaltijden en schoonmaakwerk.

In geschil is of partijen bij aanvang een schriftelijke arbeidsovereenkomst hebben ondertekend (voor bepaalde tijd tot 1 juni 2025 met een arbeidsomvang van minimaal 8 en maximaal 40 uur per week tegen een all-in uurloon van € 15 netto), zoals de werkgever stelt en de werknemer betwist.

Loon op onregelmatige basis via tikkies

Partijen zijn het er wel over eens dat de werknemer voor zijn loon op onregelmatige basis betaalverzoeken (tikkies) met telkens wisselende bedragen aan de werkgever stuurde en dat de werkgever die alle heeft voldaan. Andere loonbetalingen aan de werknemer hebben niet plaatsgevonden.

Loonstroken achteraf

De werkgever heeft aanvankelijk geen loonstroken aan de werknemer verstrekt, maar heeft dit pas achteraf, hangende de procedure bij de kantonrechter in juli 2025 gedaan. Ook de loonaangifte voor 2024 is pas achteraf (in juli 2025) door de werkgever gedaan. De loonaangifte voor 2025 is wel telkens na afloop van iedere kalendermaand gedaan.

Geen werkhervatting meer na vakantie

De werknemer heeft van 11 mei 2025 tot 11 juni 2025 vakantie genoten. Tijdens zijn vakantie hebben de werknemer en de werkgever via Whatsapp uitgebreid gecommuniceerd. De werkgever heeft herhaaldelijk gevraagd om (terug)betaling van een lening van € 600. De werknemer heeft op zijn beurt aangedrongen op betaling van zijn loon tijdens vakantie en betaling van vakantiegeld. Ook heeft hij erop gewezen dat hij 11 juni 2025 weer terug is, waarop de werkgever antwoordde “I see jou 11 juni”.

Als de werknemer op 11 juni 2025 vraagt wanneer hij weer kan beginnen, laat de werkgever weten eerst te willen praten. Dat gesprek vindt plaats op 12 juni 2025. Partijen verschillen van mening over wat daar is besproken. Van een werkhervatting is het niet meer gekomen.

Schending informatieverplichting

Het hof stelt voorop dat de werkgever ernstig tekort is geschoten in zijn verplichting om een deugdelijke administratie te voeren. Zo heeft hij in strijd met artikel 7:626 BW nagelaten om bij elke voldoening van het loon een schriftelijke of elektronische opgave van het loonbedrag aan de werknemer te verstrekken en van de gespecificeerde bedragen waaruit dat loonbedrag is samengesteld en van de bedragen die daarop zijn ingehouden.

De loonstroken zijn pas achteraf, na het aanspannen van de procedure bij de kantonrechter, overhandigd. Ook heeft de werkgever in weerwil van artikel 27 Wet op de loonbelasting 1964 in het eerste half jaar geen loonaangifte gedaan en geen loonbelasting afgedragen.

Verder heeft de werkgever in strijd met artikel 4:3 van de Arbeidstijdenwet geen deugdelijke urenregistratie bijgehouden. Een handgeschreven agenda volstaat daarvoor niet. Omdat de werkgever tekort is geschoten in zijn verplichtingen, komen de daaruit voortvloeiende gevolgen voor zijn risico.

Inhoud arbeidsovereenkomst

Partijen verschillen van mening over de inhoud van de tussen hen gesloten overeenkomst. Eerst moet daarom worden vastgesteld welke wederzijdse rechten en verplichtingen partijen hebben afgesproken.

De werkgever verwijst in dat verband naar de overgelegde schriftelijke arbeidsovereenkomst die bij aanvang van het dienstverband door beide partijen zou zijn doorgesproken en ondertekend. Het hof stelt vast dat partijen daar nooit naar hebben gehandeld.

De werknemer heeft gemotiveerd gesteld dat hij gemiddeld zes dagen (48 uur) per week werkte en dat hij telkens een bedrag van € 9,50 voor elk gewerkt uur via tikkies bij de werkgever in rekening heeft gebracht. Al zijn tikkies zijn door de werkgever betaald.

De werkgever heeft het gestelde aantal gewerkte uren weliswaar betwist, maar een deugdelijke urenregistratie ontbreekt. De betwisting van de werkgever is dan ook onvoldoende gemotiveerd. De handgeschreven agenda’s van de werkgever volstaan niet en ook aan de achteraf toegestuurde loonstroken komt onvoldoende gewicht toe.

All-in uurloon

In de schriftelijke arbeidsovereenkomst waarop de werkgever zich beroept staat een all-in uurloon van € 15. Niet gebleken is dat dat uurloon ooit is uitbetaald.

Als al een all-in loon door partijen op schrift is gesteld, mocht de werknemer er in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs vanuit gaan dat partijen (alsnog) een loon van € 9,50 netto per uur zijn overeengekomen en dat dit bedrag niet is samengesteld uit andere bestanddelen (zoals vakantiegeld en loon voor vakantiedagen). Daarbij is van belang dat de werkgever zich niet op het standpunt heeft gesteld dat het feitelijk uitbetaalde uurloon van € 9,50 netto een all-in loon is.

Voortgezette arbeidsovereenkomst

Of partijen bij aanvang een overeenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd hebben gesloten, kan ook in het midden blijven. Ook als partijen over en weer er vanuit gingen dat een arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar is gesloten, heeft de werknemer uit het handelen en nalaten van de werkgever mogen opmaken dat de arbeidsovereenkomst na 1 juni 2025 tussen partijen werd voortgezet.

Recht op vakantiebijslag

Nu hiervoor is vastgesteld dat aan de werknemer alleen loon is uitbetaald, heeft hij nog recht op minimaal 8% vakantiebijslag van het door hem genoten loon (artikel 15 lid 1 Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag).

Het netto maandloon bedraagt € 1.976 (€ 9,50 x 48 x 52/12) en de vakantiebijslag dus 1.896,96 netto (8% van € 1.976 x 12). Naar het hof begrijpt, heeft de werknemer bedoeld om toekenning van het bruto-equivalent daarvan te verzoeken. Dat is toewijsbaar.

Recht op loon tijdens genoten vakantie

Niet in geschil is dat aan de werknemer geen loon is betaald gedurende de vier weken dat hij vakantie heeft genoten. de werkgever is was daar wel toe verplicht (artikel 6:739 lid 1 BW).

Het bruto-equivalent van het verzochte bedrag van € 1.824 netto (€ 9,50 x 48 x 4) is ook toewijsbaar.

Niet in geschil is dat de werkgever en de werknemer elkaar op 12 juni 2025, na de terugkeer van zijn vakantie, hebben gesproken en dat het daarna niet meer van een werkhervatting is gekomen. Partijen verschillen van mening over wat er tijdens dit gesprek is besproken.

Duidelijke en ondubbelzinnige verklaring

Om van een vrijwillige ontslagname van een werknemer te kunnen uitgaan, moet volgens vaste rechtspraak sprake zijn van een daarop gerichte duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van de werknemer. Daarvoor heeft de werkgever onvoldoende gesteld.

De werknemer heeft namelijk per Whatsappbericht van 11 juni 2025 nog uitdrukkelijk gevraagd wanneer hij weer kon beginnen. Als de werknemer tijdens het gesprek al zou hebben gezegd dat hij niet meer wilde werken, had de werkgever dat niet zonder meer als een ontslagname mogen opvatten. De maatstaf van een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring geldt echter niet voor een werkgever.

Opzegging arbeidsovereenkomst?

Of een verklaring of gedraging van de werkgever een opzegging van de arbeidsovereenkomst inhoudt, dient te worden beoordeeld aan de hand van de wilsvertrouwensleer.

In dat kader acht het hof van belang dat de werkgever geen antwoord heeft gegeven op de vraag van de werknemer per Whatsapp wanneer hij weer kan beginnen. De werkgever heeft alleen aangedrongen op een gesprek. Toen uit het Whatsappverkeer bleek dat de werknemer er vanuit ging dat hij tijdens dat gesprek was ontslagen, heeft de werkgever hem ook niet laten weten dat hij zijn werkzaamheden gewoon kon hervatten.

Ook heeft de werkgever geen salaris doorbetaald over de volgens hem geldende minimum arbeidsomvang van 8 uur per week.

Arbeidsovereenkomst per direct beëindigd

Al met al mocht de werknemer redelijkerwijs begrijpen dat hij na 12 juni 2025 niet meer welkom was en dat de werkgever zijn arbeidsovereenkomst per direct had beëindigd. Mede gelet op het feit dat de werknemer zich in een voor de werkgever kenbaar kwetsbare positie bevond, had het op de weg van de werkgever gelegen om meer duidelijkheid te verschaffen.

Omdat de arbeidsovereenkomst door de werkgever is opgezegd, heeft de werknemer recht op de transitievergoeding. Het hof bepaalt deze vergoeding ambtshalve op het bruto-equivalent van € 766,25 netto.

Gefixeerde schadevergoeding

Aangezien de werkgever geen opzegtermijn in acht heeft genomen, is hij ook een gefixeerde schadevergoeding verschuldigd, gelijk aan het loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij een regelmatige opzegging zou hebben voortgeduurd.

De werknemer heeft onbetwist gesteld dat dit een periode van een maand betreft, zodat de verzochte vergoeding van het bruto-equivalent van € 2.134,08 netto (€ 1.976 + 8% vakantiebijslag) toewijsbaar is.

Billijke vergoeding

Omdat de werkgever de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd zonder instemming van de werknemer , heeft zij gehandeld in strijd met artikel 7:671 BW. Dat brengt mee dat de werknemer recht heeft op een billijke vergoeding (artikel 7:681 lid 1 onder a BW).

Het hof vindt het net als de werknemer realistisch dat de arbeidsovereenkomst ondanks de meningsverschillen nog een jaar zou zijn voortgezet. Het is niet aannemelijk dat de werkgever een eerdere beëindiging had kunnen bewerkstelligen.

Het hof begroot de waarde van het dienstverband op ongeveer € 8.000 netto (een jaar salaris minus gefixeerde salarisvergoeding minus bijstandsuitkering alleenstaande, € 23.474 -/- € 15.440), dat neerkomt op circa € 11.000 bruto (37,56 % tarief ontslagvergoeding).

Mede gelet op de administratieve nalatigheid van de werkgever, die ernstig is aan te rekenen, maar ook rekening houdend met de omvang van het bedrijf van de werkgever, ziet het hof aanleiding om de billijke vergoeding te bepalen op een bedrag van € 12.000 bruto.

Beslissing

De werkgever moet aan de werknemer betalen:

  • het bruto-equivalent van een bedrag van € 1.896,96 netto (vakantiebijslag);
  • het bruto-equivalent van een bedrag van € 1.824,00 netto (loon tijdens vakantie);
  • het bruto-equivalent van een bedrag van € 766,25 netto (transitievergoeding);
  • het bruto-equivalent van een bedrag van € 2.134,08 netto (gefixeerde schadevergoeding);
  • een bedrag van € 12.000 bruto (billijke vergoeding),

Hof Arnhem Leeuwarden, 28 april 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:2593

Categorie: Nieuws Tags: arbeidsovereenkomst, billijke vergoeding, ontslag, transisitievergoeding

Tags: arbeidsovereenkomst, billijke vergoeding, ontslag, transisitievergoeding

Gerelateerde artikelen

24 juli 2026

Ontslag na mailen vertrouwelijke bestanden naar privéadres blijft in stand

22 juli 2026

Ontslag op staande voet na heimelijke controle inlogtijden strandt: werkgever handelde in strijd met AVG

15 juli 2026

Toetsingskader Beoordeling arbeidsrelaties gepubliceerd

15 juli 2026

Flexwet vergroot zekerheid voor werknemers, maar drukt op werkgevers en markt

Docenten

Almer de Beer
Almer de Beer
Martijn Bedaux
Martijn Paping
Martijn Paping
Joost Severs
Alex Schrijver
Casper Mons
Roger van de Berg
Kirsten Kievit
Audrey Brunings
Daan van Antwerpen
Wilbert Nieuwenhuizen
John Bult
Joost Diks
jan wietsma
Jan Wietsma
Ludo Mennes
Kees Beishuizen
Barry Willemsen
Martin de Graaf
Rohalt Janssens
Imke Bos
Jasper van den Bergen
Bob van Leeuwen
Léon de Jager
Arnaud Booij
Heleen Elbert
Patrick Wille
Bernard Schols
Albert Heeling
Willem Veldhuizen
Bram Lemmens
Bart Koreman
Aimée van der Paardt
Pieter Kok
Michiel Pouwels
Koert van Loon
Erik van Toledo
Rob van Oosterhout
René van der Paardt
Peter Kerkhof
Tim van Wordragen
Bob de Koning
Martine Cranendonk
Rakesh Ghirah
Ron Mulder
Chris Dijkstra
Chanien Engelbertink
Herman van Kesteren
Tom Berkhout
Jeroen Knol
Edwin de Witte
Ognjen Soldat
Debby Kettler
Debby Kettler
Mike Wong
Hans Geuns
Guney Bagislayici
Jan van Wijngaarden
Derwish Rosalia
Teunis van den Berg
Matthijs van Keulen
Ewoud de Ruiter
Joep Swinkels
Winfred Merkus
Jan Mooren
Jurriën van der Heijden
Marja van den Oetelaar
Olga Jansen
Kirsten Roskam
Hans Tabak
Hanneke Kroonenberg

Blogs

  • Notaris kon btw op kosten niet volledig aftrekken! 19 weergaven
  • Verlegging van invoer-btw in Nederland: van vooruitstrevend naar achter de feiten aan lopen 8 weergaven
  • Hof van Justitie: verplichte vermelding op factuur bij toepassing vereenvoudigde ABC-regeling 5 weergaven
  • Goede doelen en btw; 5 tips waar je als goed doel aan moet denken 4 weergaven

Fiscaal Vanmorgen (FV) is het platform voor belastingadviseurs, fiscalisten, accountants en iedereen die geïnteresseerd is in fiscale opleidingen en fiscaal nieuws.

Fiscaal Vanmorgen is een uitgave van MOCuitgevers Vanmorgen.

 

Categorie

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière

Info

  • Over ons
  • Contact
  • Algemene voorwaarden MOCuitgevers Vanmorgen
  • Annuleringsvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
Cookies
Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt Fiscaal Vanmorgen gebruik van cookies.
  • Ik ga akkoord
  • Instellingen
  • Functionele cookies zijn noodzakelijk voor de werking van deze website
  • We gebruiken Google Analytics, netjes geanonimiseerd
  • Annuleren
  • Ik ga akkoord

Instellingen