Zaaknummer: 25/1311 Wtra Ak
De goudsector wordt veelvuldig met criminaliteit in verband gebracht, betoogt advocaat Josanne Waalkens vrijdag namens de AFM in de Accountantskamer. “Dat komt onder andere door de hoge waarde, geringe omvang, hoge liquiditeit en het vaak anonieme karakter van de transacties.”
Deze goudhandel bij het bedrijf International Metal Trading (IMT) in Nieuwerkerk aan den IJssel was hierop geen uitzondering. In november 2018 doorzoekt de FIOD zes woningen en twee bedrijfspanden in de omgeving van Amsterdam en Rotterdam en legt beslag op onder meer zes luxe auto’s van de merken Ferrari, Porsche en Bentley. Dat onderzoek richt zich op drie groothandelaren in metaal.
In een vervolgonderzoek naar witwassen, handel in verdovende middelen en georganiseerde criminaliteit is er in oktober 2022 een grootschalige inval bij IMT. Nadat ook beslag was gelegd op de bankrekeningen van IMT ging het bedrijf failliet. Die georganiseerde drugshandel zou volgens het AD in verband te brengen zijn met Piet Costa, een van de grootste drugsbazen die ons land ooit gekend heeft.
‘Geen vrijbrief’
Het gerechtshof in Amsterdam oordeelt begin dit jaar dat er bij IMT sprake was van grootschalige internationale BTW-carrousel-fraude. In het faillissementsverslag valt op hoe snel de omzet van de schroothandel explodeerde nadat het in goud ging handelen. Had het bedrijf in 2019 nog een omzet van 11,6 miljoen, een jaar later was dat plots 249,4 miljoen euro. De aangeklaagde accountant voorzag de jaarrekeningen 2019 en 2020 van een oordeelsonthouding. “Een oordeelsonthouding is, anders dan de accountant doet voorkomen, geen ‘vrijbrief’ voor de wijze waarop of de diepgang waarmee de werkzaamheden al dan niet zijn uitgevoerd”, zegt advocaat Waalkens.
Volgens de AFM heeft de accountant diverse ‘red flags’ genegeerd. Naast de gevoeligheid die de handel in goud sowieso met zich meebrengt, valt op dat bij IMT deze handel door slechts één werknemer werd gedaan, een familielid van de eigenaar. Onduidelijk is hoe het goud werd getransporteerd, zoals naar een Cypriotische onderneming. “Ook was er sprake van hoge verkoop- en representatiekosten in het buitenland en was er in het voorgaande boekjaar nog sprake van substantiële contante kasstromen van bijna een half miljoen euro per maand.” Er ontbrak essentiële informatie van de goudtransacties. Toch behandelde de accountant de omzet in goud hetzelfde als die in schroot, aldus de advocaat. “De accountant had juist bij een hoog risico-cliënt als IMT specifieke aandacht moeten hebben voor deze frauderisicofactoren en de handel in goud. Dat is niet gebeurd.”
Boetekleed
De accountant trekt het boetekleed aan. Hij ziet in dat hij fout gehandeld heeft en heeft daar lering uit getrokken. Zijn accountantskantoor nam afscheid van diverse hoog-risicoklanten, goed voor een derde van de omzet. “De accountant stelt zich kwetsbaar op en dat vergt moed”, zegt zijn advocaat Danny Theunis. Maar het beeld van de AFM is wat hem betreft veel te kort door de bocht. “Hij had te weinig informatie verkregen en kwam daarom met een oordeelsonthouding. De suggestie van de AFM dat hij die onthouding afgaf met de gedachte dat hij dan niet verder hoeft te kijken, is een gotspe. Nee, het is precies andersom.” Het bedrijf verbeterde op zijn advies stapsgewijs de informatievoorziening. “Had hij voldoende controle-informatie? Nee. Had hij voldoende voor een oordeelonthouding? Ja.”
De leden van de Accountantskamer waren kritisch op de bevindingen van de accountant in zijn dossier. “Had het niet voor de hand gelegen de opdracht terug te geven?”, vroeg de voorzitter hem. “Zeker met de kennis van nu”, reageerde de accountant. Belangrijke brondocumenten en andere belangrijke stukken ontbraken. Toen hij op het bedrijfsterrein kwam en in de kluis keek, lag er geen goud. Op dat moment had er ergens wel 270 kilo moeten liggen. “Uw toelichting verbaast me dan ook”, zei de voorzitter, ,,waarin doorklinkt of u naïef was. De handel in oude metalen is risicovol en daar komt dan goud bij en meteen in grote aantallen met miljoenen aan omzet per jaar. Dat goud leidde bij u niet tot het idee: hier moet ik scherper op toezien? Wat ik over goud in het controledossier aantref is minimaal.”De accountant zei dat hij veel informatie opvroeg, maar weinig kreeg.
De tuchtrechter doet over circa twaalf weken uitspraak.
