• Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
  • Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
Fiscaal Vanmorgen

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
Home » Dossiers » Hoge Raad corrigeert eigenhandig box 3-heffing op basis van werkelijke behaald rendement in 2017 en 2018

Hoge Raad corrigeert eigenhandig box 3-heffing op basis van werkelijke behaald rendement in 2017 en 2018

Sparen en beleggen (box 3)
Check cliënten die (te) weinig rendement maken in box 3 en teken tijdig bezwaar aan

De box 3-heffing in de inkomstenbelasting is vanaf 2017 in strijd met het ongestoord genot van eigendom en het discriminatieverbod in het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM), aldus de Hoge Raad op 24 december 2021.

24 december 2021 door Michiel Opgenoort
Start consult aanvraag

De regeling in box 3 houdt kort gezegd in dat, afhankelijk van de omvang van het vermogen, verondersteld wordt dat een deel van dat vermogen gespaard en een deel belegd wordt (de zogenoemde ‘vermogensmix’). Voor beide vermogenselementen is in de Wet Inkomstenbelasting vastgelegd welk rendement men geacht wordt daarmee te behalen (het forfait). Daarbij wordt geen rekening gehouden met de werkelijke keuze van belastingplichtigen of het daadwerkelijke rendement. De Hoge Raad ziet zich genoodzaakt om adequate rechtsbescherming te bieden tegen de geconstateerde schending van fundamentele rechten, aldus het arrest van 24 december 2021, ECLI:NL:2021:1963. Vaststaat welk rendement de belanghebbende in deze zaak werkelijk heeft behaald. Dit is lager dan het op basis van de wet veronderstelde rendement. Daarom biedt de Hoge Raad rechtsherstel aan deze belastingplichtige door alleen over dat werkelijke rendement belasting te heffen.

De wijziging in box 3-wetgeving in 2017

Tot en met het jaar 2016 werd in box 3 belasting geheven over een vast rendement van 4 procent. Met dit percentage zocht de wetgever aansluiting bij rendementen die in de praktijk, over een langere periode bezien, gemiddeld zonder veel risico moeten kunnen worden behaald. Sinds 2017 heeft de wetgever de grondslag van het risico-arme rendement verlaten en in plaats daarvan aansluiting gezocht bij een gemiddelde verdeling van het vermogen en bij de rendementen die in voorgaande jaren gemiddeld zijn behaald op die vermogensonderdelen. Daarbij wordt, afhankelijk van de omvang van het vermogen, verondersteld dat een deel van het vermogen gespaard wordt en een deel belegd wordt (de zogenoemde ‘vermogensmix’). Belastingplichtigen worden dan ook niet aangeslagen op basis van de werkelijke verdeling van hun vermogen over spaargeld en andere beleggingen. Die verdeling, de ‘vermogensmix’, wordt in de wettelijke regeling gefingeerd. Wie een klein vermogen heeft, wordt verondersteld dat voor tweederde gedeelte in spaargeld te beleggen en voor een derde in overig vermogen; wanneer het vermogen groter is (tweede schijf), veronderstelt de wetgever dat het spaardeel nog maar 21 procent uitmaakt, en in de ‘derde schijf’ (vermogen boven de € 1 miljoen) wordt verondersteld 0 procent spaargeld voor te komen.

De inhoud van de procedure

De zaak die in cassatie aan de Hoge Raad is voorgelegd is een van de zaken die wordt uitgeprocedeerd in een zogenoemde massaal-bezwaarprocedure. In die procedure is de vraag aan de orde of de vermogensrendementsheffing in box 3 van de inkomstenbelasting voor de jaren 2017 en 2018 in strijd is met het recht op eigendom en het verbod op discriminatie. Het vermogen van belanghebbende en zijn echtgenote van in totaal ongeveer € 1 miljoen bestond voor circa 80 procent uit spaartegoeden met lage rente. Op basis van het forfaitaire stelsel wordt belanghebbende echter geacht 21 procent van zijn vermogen als spaartegoeden aan te houden en de rest van zijn vermogen te beleggen tegen een hoger rendement. Het gevolg hiervan is dat belanghebbende over veel hogere opbrengsten belasting moest betalen dan hij in werkelijkheid had genoten.

Advocaat-generaal Niessen heeft op 1 november 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1019, de Hoge Raad geadviseerd om de vermogensmix buiten toepassing te laten in verband met strijdigheid met het recht op ongestoord genot van eigendom en het verbod op discriminatie.

Hoge Raad oordeelt op 24 december 2021 …

Op 24 december 2021 oordeelt de Hoge Raad (ECLI:NL:NL:HR:2021:1963), dat het sinds 2017 geldende forfaitaire stelsel verder af is komen te staan van een heffing over het inkomen waarvan kan worden aangenomen dat een individuele belastingplichtige dat daadwerkelijk heeft genoten, terwijl de wetgever dit wel heeft beoogd. Het nieuwe stelsel perkt de door het EVRM gegarandeerde recht om vrij te beschikken over eigendom in, doordat het een verhoudingsgewijs zware financiële last verbindt aan de keuze om niet over te gaan tot het risicovol beleggen van vermogen. Ook is het discriminerend doordat degenen die pech hebben gehad met hun risicovolle beleggingen relatief zwaar worden belast. Naar het oordeel van de Hoge Raad is er geen redelijke verhouding tussen de belangen die de wetgever heeft willen dienen met het forfaitaire stelsel (uitvoerbaarheid, realiteit en opbrengst) en de ongelijkheid die met het stelsel wordt veroorzaakt. De Hoge Raad ziet zich genoodzaakt om belanghebbende adequate rechtsbescherming te bieden tegen de geconstateerde schending van zijn fundamentele rechten. In deze zaak staat vast welk rendement de belanghebbende werkelijk heeft behaald. Dit is lager dan het op basis van de wet veronderstelde rendement. Daarom biedt de Hoge Raad rechtsherstel aan deze belanghebbende door voor de jaren 2017 en 2018 alleen dat werkelijke rendement in de heffing te betrekken.

Gevolgen voor de massaal bezwaarprocedure

Het arrest van de Hoge Raad van 24 december 2021 heeft tot gevolg dat de Belastingdienst nu kan beslissen op alle bezwaarschriften die zijn ingediend in de zaken die door de Staatssecretaris van Financiën zijn aangemerkt als massaal bezwaar.

Wat betekent dit voor uw cliënten met vermogen in box 3?

Geadviseerd wordt om een inventarisatie te maken van die cliënten die vanaf 2017 in box 3 belasting zijn verschuldigd. Vervolgens moet de vraag worden beantwoord of het daadwerkelijk behaalde rendement in een bepaald jaar voor die cliënten lager is geweest dan het forfaitair rendement waar de Belastingdienst vanuit is gegaan.

Voor zover de aanslagen voor bepaalde jaren vanaf 2017 al vaststaan, kan om ambtshalve vermindering worden verzocht (als de bezwaartermijn is verlopen). Daarvoor staat een formele procedure open op grond van artikel 9.6 Wet Inkomstenbelasting juncto artikel 45aa Uitv. Reg. IB 2001. Echter, de Minister van Financiën moet dan wel de Belastingdienst opdragen om ook daadwerkelijk die vermindering te verlenen. De keuze om dit te doen is aan de Minister en de vraag is of dit ook gaat gebeuren.

Voor aanslagen inkomstenbelasting waarvan de bezwaartermijn nog niet is verlopen is het raadzaam binnen de zeswekentermijn bezwaar aan te tekenen. Dat biedt namelijk een betere rechtsbescherming dan de procedure van ambtshalve vermindering.

Informeer uw cliënten in ieder geval op tijd.

Auteur
Opgenoort Belastingadvies

Michiel Opgenoort

Specialiteit(en): Bedrijfsopvolging, rechtsvormkeuze, inbreng in BV, samenwerkingen (vof / maatschap), geschillen met de fiscus
Leiden
Bekijk profiel

Gerelateerde dossiers

14 oktober 2025

Nieuwsbericht: Verminder belasting in box 3 – tips & trics

29 augustus 2025

Belastinglek voor obligaties in box 3 gedicht

3 juni 2025

Het nieuwe box 3-stelsel: Tweede Kamer aan zet

27 mei 2025

Cryptovaluta in box 3 … of niet?

Specialisten

drs. Volken Holtrop
drs. Pieter Visser RB
Martijn van der Kroon
Martijn Bedaux
Hans Eijkelenkamp
Olaf van Dijk
Jacqueline Nietveld
mr. Nienke ten Donkelaar
Michiel Opgenoort
Erik Marcus
Sazas Adviseur Inkomen
Mohamed Kaddour LL.M RB
mr. Roelof Vos
Daan Durlacher
Sazas WIA-experts
mr. Roel de Jong
mr. Heleen Elbert
mr. John Seerden
Marja van den Oetelaar
Amanda Vollemans
mr. Ralf Ramakers
mr. André van der Velde
Jos van Bavel
mr. Carola van Vilsteren
mr. Samad Laghmouchi LLM MBA
mr. Xander Arends
mr. drs. Wicher-Henk Krabbe
mr. Priscilla de Haas
mr. Theo Hoogwout
Arnaud Booij
Aimée van der Paardt
Sazas Verzuimexperts
jan wietsma
Jan Wietsma
Martijn Paping MSc
mr. Reinder de Jong
mr. Laura Welkers
Jacques Raaijmakers
Erik Jansen
Ron Mulder
mr. Peter Bregman RB
Nicole Goud
Frits Algie
Willem Veldhuizen RE RTAP
Ruben Scherpenisse
mr. Khadija Bozia
Léon de Jager
Sazas Regresspecialist
mr. drs. John Bult
mr. Toon Hasselman
Jeroen Bijl
mr. Sjoerd Bosma
Alex Schrijver
mr. Michiel van der Pol
Geert Witlox
Kirsten Kievit LL.M
Paul Lenos LL.M
prof. mr. Jeroen Rheinfeld

Fiscaal Vanmorgen (FV) is het platform voor belastingadviseurs, fiscalisten, accountants en iedereen die geïnteresseerd is in fiscale opleidingen en fiscaal nieuws.

Fiscaal Vanmorgen is een uitgave van MOCuitgevers Vanmorgen.

 

Categorie

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière

Info

  • Over ons
  • Contact
  • Algemene voorwaarden MOCuitgevers Vanmorgen
  • Annuleringsvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
Cookies
Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt Fiscaal Vanmorgen gebruik van cookies.
  • Ik ga akkoord
  • Instellingen
  • Functionele cookies zijn noodzakelijk voor de werking van deze website
  • We gebruiken Google Analytics, netjes geanonimiseerd
  • Annuleren
  • Ik ga akkoord

Instellingen