• Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
  • Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
Fiscaal Vanmorgen

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
Home » Dossiers » Inspecteur voert geen nadere controle op aangifte uit en begaat ambtelijk verzuim

Inspecteur voert geen nadere controle op aangifte uit en begaat ambtelijk verzuim

Formeel belastingrecht, Geschillen met de Belastingdienst
Navordering vennootschapsbelasting niet toegestaan, omdat niet aan onderzoeksplicht is voldaan, aldus Rechtbank Den Haag

Om te kunnen navorderen dient de inspecteur te beschikken over een nieuw feit. Van een nieuw feit wordt gesproken als sprake is van een feit dat de inspecteur niet bekend was of redelijkerwijs niet bekend had kunnen zijn. De inspecteur heeft dus een bepaalde onderzoeksplicht. Indien de inspecteur verzuimt aan de op hem rustende onderzoeksplicht te voldoen begaat hij een ambtelijk verzuim. Volgens een uitspraak van Rechtbank Den Haag van februari 2019 was sprake van zo’n ambtelijk verzuim en dit staat de inspecteur navordering in de weg.

2 juli 2019 door mr. Samad Laghmouchi LLM MBA
Start consult aanvraag

In de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 4 februari 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:3177, kwam de vraag aan de orde of de inspecteur beschikte over een nieuw feit dat navordering van vennootschapsbelasting rechtvaardigde.

Het vereiste van een nieuw feit

Voor navordering is een nieuw feit vereist. Het gaat dan dus niet om veranderde inzichten omtrent het recht of een andere interpretatie van de feiten. De inspecteur moet daarbij de nodige zorgvuldigheid bewaken voordat deze een navorderingsaanslag oplegt.

Volgens de Hoge Raad (HR 16 april 2010, nr. 08/05088 (ECLI:NL:HR:2010:BJ9082) mag de inspecteur als uitgangspunt vertrouwen op de juistheid van de gegevens in een aangifte. Een nader onderzoek is dus in beginsel niet nodig. Nader onderzoek is daarentegen wel nodig wanneer met een normale zorgvuldigheid de inhoud van een aangifte te hebben gezien aan de juistheid van de in die aangifte opgenomen gegevens in redelijkheid moet worden getwijfeld.

Of sprake is van een nieuw feit moet per post in de aangifte worden beoordeeld. Het is aan de belastingplichtige om te stellen dat en waarom de inspecteur niet over een nieuw feit beschikt. De inspecteur kan vervolgens aannemelijk maken waarom wel sprake is van een nieuw feit.

Of sprake is van een nieuw feit verlangt dus een redelijk casuïstische benadering. Uit rechtspraak kan ter zake de op de inspecteur rustende zorgvuldigheid onder meer het volgende worden afgeleid:

  1. De inspecteur mag als uitgangspunt vertrouwen op de juistheid van de gegevens in een aangifte. Dit is des te meer het geval wanneer de aangifte een verzorgde indruk wekt;
  2. Wanneer een belastingplichtige meerdere jaren heeft laten zien dat deze op een onjuiste methode van boekhouden hanteert en de inspecteur dit in een voorgaande jaar nog had geconstateerd mag de inspecteur niet zonder nader onderzoek een aanslag vaststellen;
  3. Indien uit de aangifte de fout direct kenbaar is kan de inspecteur niet zonder nader onderzoek een aanslag vaststellen;
  4. Andere informatie die in het dossier aanwezig zijn mag de inspecteur in beginsel niet negeren bij het vaststellen van de aanslag;
  5. Het ontbreken van een toelichting of specificatie doet op zich geen onderzoeksplicht ontstaan.

In verband met laatstgenoemd punt is het interessant dat de rechtbank Den Haag d.d. 4 februari 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:3177, heeft geoordeeld dat de combinatie van een beroep op tegenbewijs zonder toevoeging van een specificatie tot een onderzoeksplicht van de inspecteur leidt.

Het oordeel van de rechtbank Den Haag

De rechtbank Den Haag moest recentelijk oordelen in een zaak waarbij een B.V. € 850.000 leende van een verbonden vennootschap voor de aankoop van aandelen in een andere groepsvennootschap. De lening had een looptijd van 15 jaar en de B.V. was jaarlijks 5% rente verschuldigd over de hoofdsom. Deze rente werd door de B.V. gedurende een aantal boekjaren ten laste van het resultaat gebracht.

In geschil was de aftrekbaarheid van de rente, omdat de lening van een verbonden vennootschap is verkregen voor de verwerving van aandelen in een (andere) verbonden vennootschap. Volgens de inspecteur was sprake van een nieuw feit waardoor hij kon navorderen. Dat in de aangifte rente in aftrek is gebracht en dat een beroep werd gedaan op de tegenbewijsregeling van artikel 10a Wet VPB gaven volgens de inspecteur geen aanleiding om aan de juistheid van de aangiften te twijfelen.

De rechtbank volgt het standpunt van de inspecteur echter niet. Overwogen werd dat de B.V. gedurende een aantal jaren in de aangiften had aangegeven dat zij van mening was dat de tegenbewijsregeling van artikel 10a Wet VPB van toepassing was. De in de aangifte gevraagde specificatie ter onderbouwing van de tegenbewijsregeling was echter niet bij de aangifte gevoegd. Op basis van dit gegeven had de inspecteur nader onderzoek naar de aangiften moeten doen. Als de inspecteur wel nader onderzoek had gedaan, dan was twijfel bij de inspecteur gerezen en had de inspecteur kunnen weten dat de tegenbewijsregeling niet van toepassing was. De inspecteur heeft echter nagelaten nader onderzoek te plegen. Zo heeft de inspecteur ook nagelaten nadere gegevens en informatie bij de B.V. op te vragen. De rechtbank concludeert dat de inspecteur hiermee een ambtelijk verzuim heeft begaan.

Relevant in deze zaak is overigens dat de inspecteur in latere jaren wel om bewijsstukken inzake de toepassing van de tegenbewijsregeling had gevraagd.

Praktijktip bij navorderingen

Deze uitspraak laat zien dat een navorderingsaanslag op verschillende aspecten beoordeeld kan worden. Zo moet een navorderingsaanslag onder meer niet alleen tijdig zijn opgelegd maar zijn er ook andere eisen verbonden aan de bevoegdheid van de inspecteur om na te vorderen. Een van die eisen is de aanwezigheid van een nieuw feit. De hiervoor besproken uitspraak van de rechtbank Den Haag laat zien dat het zeker geen vanzelfsprekendheid is dat sprake is van een nieuw feit.

Indien u dus geconfronteerd wordt met een navorderingsaanslag kan het zijn dat het ontbreken van een nieuw feit een belangrijk argument vormt om de navorderingsaanslag geheel van tafel te krijgen.

Heeft u een specifieke zaak onderhanden, waarover u met mij wilt sparren? Neem dan gerust contact op.

Auteur
Laghmouchi Law B.V.

mr. Samad Laghmouchi LLM MBA

Specialiteit(en): Internationaal belastingrecht, vennootschapsbelasting, inkomstenbelasting, ANBI’s, geschillen met Belastingdienst
Utrecht
Bekijk profiel

Gerelateerde dossiers

3 maart 2026

Van pleitnota naar prompt: de fiscaal advocaat wordt vervangen door AI

2 maart 2026

Hoe de belastingschade ontstaan door het UWV wel degelijk verhaald kan worden

13 november 2025

Woekerbelastingrente in beweging

23 oktober 2025

Hoge Raad: geen ‘pilot-verhoren’ door gerechtsjuristen

Specialisten

mr. John Seerden
mr. Nienke ten Donkelaar
mr. Reinder de Jong
mr. Peter Bregman RB
mr. André van der Velde
drs. Volken Holtrop
Alex Schrijver
Denny Vermeer
mr. Xander Arends
mr. Sjoerd Bosma
Sazas Adviseur Inkomen
Arnaud Booij
drs. Pieter Visser RB
Aimée van der Paardt
mr. drs. Wicher-Henk Krabbe
Kirsten Kievit LL.M
mr. Ralf Ramakers
Jacques Raaijmakers
Frits Algie
mr. Priscilla de Haas
Sazas Verzuimexperts
mr. drs. John Bult
mr. Roelof Vos
mr. Michiel van der Pol
Amanda Vollemans
Daan Durlacher
mr. Heleen Elbert
Erik Marcus
mr. Toon Hasselman
Martijn Bedaux
Martijn Paping MSc
Sazas Regresspecialist
Marja van den Oetelaar
Olaf van Dijk
prof. mr. Jeroen Rheinfeld
mr. Roel de Jong
Mohamed Kaddour LL.M RB
mr. Carola van Vilsteren
Michiel Opgenoort
Hans Eijkelenkamp
Erik Jansen
mr. Theo Hoogwout
mr. Laura Welkers
Jacqueline Nietveld
Ron Mulder
Paul Lenos LL.M
Willem Veldhuizen RE RTAP
Jos van Bavel
Sazas WIA-experts
Léon de Jager
mr. Samad Laghmouchi LLM MBA
mr. Khadija Bozia
jan wietsma
Jan Wietsma
Nicole Goud
Jeroen Bijl
Ruben Scherpenisse

Fiscaal Vanmorgen (FV) is het platform voor belastingadviseurs, fiscalisten, accountants en iedereen die geïnteresseerd is in fiscale opleidingen en fiscaal nieuws.

Fiscaal Vanmorgen is een uitgave van MOCuitgevers Vanmorgen.

 

Categorie

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière

Info

  • Over ons
  • Contact
  • Algemene voorwaarden MOCuitgevers Vanmorgen
  • Annuleringsvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
Cookies
Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt Fiscaal Vanmorgen gebruik van cookies.
  • Ik ga akkoord
  • Instellingen
  • Functionele cookies zijn noodzakelijk voor de werking van deze website
  • We gebruiken Google Analytics, netjes geanonimiseerd
  • Annuleren
  • Ik ga akkoord

Instellingen