• Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
  • Spring naar de hoofdnavigatie
  • Door naar de hoofd inhoud
  • Spring naar de eerste sidebar
  • Spring naar de voettekst
  • Over ons
  • Contact
  • Adverteren
  • Nieuwsbrief
Fiscaal Vanmorgen

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière
Home » Dossiers » Familieverhoudingen en verzekeringsplicht werknemersverzekeringen

Familieverhoudingen en verzekeringsplicht werknemersverzekeringen

Loonheffingen, Werknemersverzekeringen
Een kind of echtgenoot van de DGA kan sociaal verzekerd zijn

De vraag of aandeelhouders van een besloten vennootschap al dan niet verzekerd zijn voor de premies werknemersverzekeringen wordt bepaald door de feiten en omstandigheden van het specifieke geval. Daarbij spelen omvang van het aandelenbezit en de aanwezige familiebanden met andere werknemers en aandeelhouders een grote rol.
In het verleden oordeelde de Centrale Raad van Beroep doorgaans dat op grond van de aanwezigheid van familieverbanden, zoals tussen ouder en kind, het niet aannemelijk is dat er een privaatrechtelijke dienstbetrekking is vanwege het ontbreken van een gezagsverhouding. Sinds de uitspraak van maart 2016 neemt de Centrale Raad van Beroep afstand van deze opvatting en wordt aangegeven dat het bestaan van een familierelatie niet in zijn algemeenheid tot de veronderstelling mag leiden dat er geen gezagsverhouding is.

8 mei 2019
Start consult aanvraag

DGA en werknemersverzekeringen

De verzekeringsplicht van de directeur-grootaandeelhouder voor de werknemersverzekeringen is al geruime tijd een bron van discussie. De reden is de dubbele rol die de dga speelt: hij is immers zowel ondernemer als werknemer. In tegenstelling tot de ‘gewone’ werknemer is maar zeer de vraag of er al dan niet gesproken kan worden van werkgeversgezag of in ieder geval een ondergeschikte situatie op grond waarvan verzekeringsplicht vastgesteld kan worden. Rechtspraak en regelgeving hebben zich in de afgelopen jaren ontwikkeld, waarbij niet alleen het aandelenbezit (en dus zeggenschap in de onderneming) een factor is maar met name de aan de orde zijnde feiten en omstandigheden waaronder de aandelen gehouden worden.

Het gaat bij de dga om de al dan niet aanwezigheid van een gezagsverhouding. Uiteraard is  de dga als werknemer formeel ondergeschikt aan de algemene vergadering van aandeelhouders, maar aan de andere kant heeft hij ook een rol als aandeelhouder.. Daarbij speelt ook de hoedanigheid van eventuele andere aandeelhouders een rol; immers een terechte vraag is in hoeverre sprake is van een ondergeschikte positie als de aandelen in de vennootschap in bezit zijn van familieleden. Ook als aandeelhouders met elkaar gezamenlijk de onderneming drijven waarbij het daadwerkelijke aandelenbezit min of meer gelijkelijk verdeeld is, zal van een materiële ondergeschiktheid veelal geen sprake zijn. Daarnaast zijn er andere omstandigheden denkbaar waaronder het niet aannemelijk is dat de overeenkomst met een aandeelhouder niet tegen de eigen wil wordt beëindigd.

Regeling aanwijzing DGA

De wetgever heeft met de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder een viertal categorieën aandeelhouders benoemd die als dga worden aangemerkt en als zodanig niet verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Het betreft hier statutair benoemde bestuurders in de volgende situaties:

– de bestuurder die, al dan niet met zijn echtgenoot/partner, houder is  van een dusdanig aantal aandelen, al dan niet van een bepaalde soort, dat hij in staat is een besluit tot zijn ontslag te voorkomen;

– de bestuurders op basis van de statutair bepaalde stemverdeling een (nagenoeg) gelijk aantal stemmen kunnen uitbrengen binnen de algemene vergadering van aandeelhouders, of een ander dat bevoegd is over hun ontslag te beslissen;

– de bestuurder die, als dan niet met bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad, houder is van aandelen (al dan niet van een bepaalde soort) die ten minste twee-derde van de stemmen vertegenwoordigen, en hiermee in staat is het eigen ontslag tegen te houden.

De regeling is een benoeming van een aantal situaties op grond waarvan de betreffende directeur-grootaandeelhouder niet verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. Naast de hierbij benoemde situaties zijn er meerdere situaties denkbaar waarbij op grond van alle aan de orde zijnde feiten en omstandigheden, het niet aannemelijk is dat de betreffende voor de vennootschap werkzame aandeelhouder in een ondergeschikte positie werkzaam is. Zoals hiervoor genoemd, en ook aan de orde is in de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder, spelen familieverhoudingen ook mee bij de beoordeling van de verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen.

Familierelaties spelen een belangrijke rol bij vaststelling verzekeringsplicht

Voor de verzekeringsplicht van werknemers die zelf geen aandelen bezitten in de vennootschap waarvoor zij werkzaam zijn, spelen familieverhoudingen eveneens een rol. Ook voor hen geldt dat de feiten en omstandigheden dusdanig kunnen zijn dat vastgesteld kan worden dat zij materieel niet in een ondergeschikte positie werkzaam zijn. Deze materie is in de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) al veelvuldig aan de orde geweest. Op grond van een uitspraak van de CRvB van 2 maart 2016, alsmede eerdere recentere uitspraken, moet hier bijzondere aandacht aan gegeven worden.

Uit de uitspraken van de CRvB voor maart 2016 kon worden afgeleid dat aan de aanwezigheid van een familierelatie het gevolg werd verbonden dat daarmee een gezagsverhouding afwezig was en dus geen verzekeringsplichtige dienstbetrekking aanwezig kon zijn. Daarbij waren er wel feiten en omstandigheden denkbaar op grond waarvan het aannemelijk was dat de arbeidsverhouding niet (veel) verschilde van die van andere ‘gewone’ werknemers.

In haar uitspraak van 2 maart 2016 draait de CRvB het feitelijk om. Expliciet wordt door de rechter aangegeven dat in zijn algemeenheid het niet zo kan zijn dat een familierelatie tussen aandeelhouder(s) als uitgangspunt impliceert dat dan ook een gezagsverhouding ontbreekt. Ook hier geldt vervolgens dat de afweging gemaakt dient te worden met inachtneming van alle relevante omstandigheden.

In de betreffende casus waren de dochter van de aandeelhouder en haar echtgenoot werkzaam in de vennootschap van de vader. Beiden beschikten over een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, waarin onder andere bepalingen waren opgenomen over arbeidsduur, vakantiedagen- en toeslag.

De CRvB oordeelde allereerst dat de overeenkomst veel bepalingen bevatte zoals deze normaliter in arbeidsovereenkomsten met werknemers plegen te worden opgenomen. Daarbij bepaalde de vader het reilen en zeilen van de onderneming, de dochter en haar echtgenoot hadden hierbij geen zeggenschap.

In tegenstelling tot het verleden hanteert de CRvB niet als uitgangspunt dat de aanwezigheid van een privaatrechtelijke dienstbetrekking tussen ouder en kind niet aannemelijk is vanwege de familierelatie. De CRvB oordeelt met betrekking tot het oordeel over de arbeidsverhouding dat de arbeidsverhouding moet worden beoordeeld op basis van alle omstandigheden van het geval en rekening moet worden gehouden met de rechten en plichten die partijen bij aanvang voor ogen stonden en schriftelijk zijn vastgelegd, alsmede de wijze waarop in praktijk uitvoering wordt gegeven aan de arbeidsverhouding. Alle omstandigheden in hun onderlinge samenhang, en dus niet als uitgangspunt het ontbreken van een gezagsverhouding op basis van de relatie tussen ouder en kind.

Zoals vaker komt deze kwestie aan de orde, en uiteindelijk voor de CRvB, omdat de arbeidsverhouding op een gegeven moment niet loopt zoals gedacht en de werknemer bij het UWV een werkloosheidsuitkering aanvraagt. Het UWV stelt dan dat de familieverhouding overheerst en dat daarom van een verzekeringsplichtige dienstbetrekking geen sprake is.

De CRvB beroep oordeelde dus echter anders. De tussen de vennootschap van vader en de dochter (en haar echtgenoot) zijn overeenkomsten vastgelegd die grotendeels bepalingen bevatten die gebruikelijk zijn bij een reguliere privaatrechtelijke dienstbetrekking. Dat de familierelatie tot een ander oordeel leidt is niet langer het uitgangspunt. De CRvB acht vervolgens op basis van alle relevante omstandigheden het aannemelijk dat de vader daadwerkelijk werkgeversgezag had.

Afsluitend

De verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen moet worden beoordeeld op basis van alle relevante omstandigheden van het geval. De aanwezigheid van een familierelatie wordt door de Centrale Raad van Beroep niet langer gezien als een doorslaggevend aspect en wordt niet meer als uitgangspunt moet worden genomen dat van een privaatrechtelijke dienstbetrekking geen sprake is. De directeur-grootaandeelhouder en diens familieleden weten dat de kwalificatie van hun arbeidsverhouding met de vennootschap nog altijd een complexe is. Omdat discussie hierover veelal aan de orde komt als werknemers(aandeelhouders) een uitkering trachten te verkrijgen, is de nieuwe benadering door de CRvB wel een goede ontwikkeling uitgaande van de situatie dat partijen dit beoogden en goed hebben vastgelegd in de arbeidsovereenkomst.

Heeft u twijfels over de verzekeringsplicht van de DGA of de familieleden daarvan, neem dan gerust vrijblijvend contact op.

Gerelateerde dossiers

12 november 2025

Stand van zaken van het toezicht zzp’ers en schijnzelfstandigheid

13 februari 2025

Houdt de belastingdienst zich aan de handhavingsstrategie bij schijnzelfstandigheid?

1 juni 2021

Gebruikelijk loon DGA: Afroommethode niet van toepassing!

26 februari 2021

De werknemer-aandeelhouder. Wel of geen werknemer voor de loonbelasting, werknemersverzekeringen of pensioen?

Specialisten

mr. Reinder de Jong
Jeroen Bijl
Erik Marcus
mr. drs. John Bult
Sazas WIA-experts
Mohamed Kaddour LL.M RB
mr. Samad Laghmouchi LLM MBA
mr. Peter Bregman RB
drs. Pieter Visser RB
mr. Ralf Ramakers
mr. André van der Velde
Frits Algie
mr. Nienke ten Donkelaar
Arnaud Booij
drs. Volken Holtrop
mr. Michiel van der Pol
mr. Carola van Vilsteren
mr. John Seerden
Jacqueline Nietveld
mr. Theo Hoogwout
Sazas Verzuimexperts
Jacques Raaijmakers
mr. Laura Welkers
Alex Schrijver
mr. Toon Hasselman
Kirsten Kievit LL.M
Willem Veldhuizen RE RTAP
mr. Priscilla de Haas
Sazas Regresspecialist
mr. Khadija Bozia
mr. drs. Wicher-Henk Krabbe
Daan Durlacher
Ron Mulder
Nicole Goud
Martijn Bedaux
Ruben Scherpenisse
Olaf van Dijk
Léon de Jager
Jos van Bavel
prof. mr. Jeroen Rheinfeld
Denny Vermeer
Amanda Vollemans
jan wietsma
Jan Wietsma
mr. Sjoerd Bosma
Michiel Opgenoort
mr. Roelof Vos
Martijn Paping MSc
mr. Xander Arends
Aimée van der Paardt
Hans Eijkelenkamp
mr. Roel de Jong
mr. Heleen Elbert
Sazas Adviseur Inkomen
Paul Lenos LL.M
Erik Jansen
Marja van den Oetelaar

Fiscaal Vanmorgen (FV) is het platform voor belastingadviseurs, fiscalisten, accountants en iedereen die geïnteresseerd is in fiscale opleidingen en fiscaal nieuws.

Fiscaal Vanmorgen is een uitgave van MOCuitgevers Vanmorgen.

 

Categorie

  • Opleidingen
  • Summercourse
  • E-learnings
  • Incompany
    • Incompany gemeenten
  • Docenten
    • Blogs
  • Nieuws
  • Specialisten
  • Dossiers
  • Vacatures
    • Kantoren
    • Carrière

Info

  • Over ons
  • Contact
  • Algemene voorwaarden MOCuitgevers Vanmorgen
  • Annuleringsvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Mail
Cookies
Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt Fiscaal Vanmorgen gebruik van cookies.
  • Ik ga akkoord
  • Instellingen
  • Functionele cookies zijn noodzakelijk voor de werking van deze website
  • We gebruiken Google Analytics, netjes geanonimiseerd
  • Annuleren
  • Ik ga akkoord

Instellingen